nieuws

Ruimere waarschuwingsplicht van aannemer

bouwbreed

Aannemers hebben te maken met deskundige opdrachtgevers als die de specificaties van hun opdracht lieten maken door een architect. In de (summiere) wetsbepalingen over de aannemingsovereenkomst, die al sinds bijna een eeuw onveranderd de rechtsverhouding tussen opdrachtgever en aannemer regelen, vinden we geen bepaling over de gevolgen van het al dan niet deskundig zijn van de opdrachtgever voor fouten in het ontwerp. Zulke bepalingen vinden we alleen in standaard-voorwaarden, zoals de Uniforme Administratieve Voorwaarden (UAV) van 1989.

In 1983 stelde de Raad van Arbitrage vast, dat het veertiende lid van par. 6 UAV zo gelezen moet worden, dat de aannemer verantwoordelijk is voor de schade die ontstaat als hij niet heeft gewaarschuwd voor een fout ontwerp. Dat zou dus betekenen dat hij voor de gehele schade moet opdraaien als hij zijn waarschuwingsplicht uit die paragraaf niet is nagekomen, ook als de fout in het ontwerp van een deskundige opdrachtgever afkomstig is. De Hoge Raad heeft over deze kwestie een duidelijk genuanceerdere opvatting: wel moet de aannemer waarschuwen voor onjuistheden in het ontwerp, die hij behoort te ontdekken, ook als dat ontwerp afkomstig is van een deskundige opdrachtgever. Doet hij dat niet, dan is hij – in beginsel – aansprakelijk voor de schadelijke gevolgen die de uitvoering van een onjuiste opdracht met zich brengt. In beginsel, want de bepaling in het BW dat bij eigen schuld van de benadeelde de schadevergoedingsplicht wordt verminderd in evenredigheid met de mate van de schuld van opdrachtgever en aannemer, wordt daardoor niet ontkracht. Zo zal in het geval van een onjuistheid in het ontwerp, dat in opdracht van de opdrachtgever door een architect is gemaakt, de daaruit voortvloeiende schade op fifty-fifty basis voor rekening van aannemer en opdrachtgever kunnen komen. Maar als, zoals gebruikelijk bij dit soort aannemingen, de UAV van toepassing is verklaard en dus de Raad van Arbitrage moet beslissen over zo’n geval, kan er van uitgegaan worden dat de aannemer die niet gewaarschuwd heeft voor een fout in het ontwerp van de architect, volledig aansprakelijk is voor de schadelijke gevolgen van die fout.

Niet van toepassing

Ik neem aan, dat de Raad daarbij, zoals de wetgever in 1907, nog te veel uitgaat van de gedachte dat de aannemer de deskundige en de opdrachtgever de volslagen leek op bouwgebied is. Het gevaar bestaat daarom, dat aannemingsbedrijven – alleen al vanwege het feit dat bij geschillen over ontwerpfouten de Raad een voor hen ongunstiger standpunt inneemt dan de gewone rechter – de neiging zullen krijgen de arbitrage- clausule uit de UAV niet van toepassing te verklaren op hun aannemingsovereenkomsten. Nu zijn er wel uitspraken van de Raad, waarin de schade over beide partijen werd verdeeld maar dat gebeurde dan op grond van specifieke bepalingen in de UAV over de aansprakelijkheid van de opdrachtgever. Dat was niet het geval toen de Hoge Raad in september 1998 over het verzaken van de waarschuwingsplicht van een aannemer. Het was geen bouwzaak, waarover dat arrest ging. Het betrof wel duidelijk een overeenkomst van aanneming van werk.

Toerekenen

Een constructiebedrijf was met een fabrikant van plastic inzetbakken voor hydrocultuur overeengekomen, dat het een matrijs zou leveren die aan bepaalde specificaties zou voldoen. Over die specificaties waren beiden het eens geworden, maar zij bleken niet te kunnen leiden tot een aanvaardbaar produkt. De matrijs ging terug naar de fabrikant om de wanddikte en de hoogte van de ribben te vergroten. Niet over de uitvoering van deze aanpassingen maar over de betaling van de matrijs kregen beide bedrijven problemen, die via rechtbank en hof uiteindelijk bij de Hoge Raad terechtkwamen. In twee instanties werd de bakkenfabrikant in het ongelijk gesteld. Hij kon het constructiebedrijf natuurlijk niet verwijten dat het de overeenkomst niet goed had nageleefd, wel dat het een ondeugdelijk produkt had afgeleverd. Dat feit stond ook niet ter discussie, maar wel de vraag aan wie dat moest worden toegerekend. De rechtbank wees de eis van het constructiebedrijf toe omdat de bakkenfabrikant als deskundige op dit gebied bewust had gekozen voor de overeengekomen specificaties en daardoor het risico op zich genomen dat die niet tot een goed produkt zouden leiden.

Eigen schuld

Het Hof bevestigde die uitspraak. Het vond dat de opdrachtgever zelf genoeg deskundigheid bezat om het resultaat van die specificaties te kunnen overzien en daarom geen beroep kon doen op het bestaan van een waarschuwingsplicht van de aannemer. Maar de Hoge Raad vond daarentegen, dat de deskundigheid van de opdrachtgever om de gevolgen van bepaalde specificaties te kunnen overzien, zijn wederpartij niet ontslaat van zijn waarschuwingsplicht voor onjuistheden daarin. In zoverre lopen Hoge Raad en Raad van Arbitrage dus parallel. Hun lijnen wijken af op de vraag of dat moet leiden tot een volledig voor rekening van de aannemer laten komen van de schade die het gevolg is van die onjuiste specificaties. De Hoge Raad vindt, dat de eigen-schuld bepaling in het BW kan leiden tot het voor rekening van de opdrachtgever laten blijven van een deel van de schade. Als hij zelf voldoende deskundig was om te overzien waartoe die door hem gekozen specificaties zouden leiden, kan hij, naar mate van zijn schuld aan de schade, daarvoor het risico moeten dragen. Of dat in dit geval ook zo moest zijn besliste de Hoge Raad overigens niet zelf. Daarvoor werd de zaak terugverwezen naar het Hof. Als dat van de in het arrest aangegeven mogelijkheid gebruik maakt en de aannemer dus niet de gehele schade hoeft te dragen, zal er een duidelijk verschil in uitkomst tussen gewone rechter en de Raad van Arbitrage bestaan. Maar als die mogelijkheid door de feitelijke rechter niet wordt benut, zodat alle schade voor rekening van de aannemer komt, maakt het voor hem niet uit dat hij procedeerde voor de gewone rechter en niet voor de Raad van Arbitrage.

Billijk

Toch zou mijns inziens in beide gevallen tot hetzelfde resultaat gekomen moeten worden. De gewone rechter gaat immers uit van dezelfde bron, waarop de waarschuwingsplicht van de aannemer stoelt als de Raad van Arbitrage: de redelijkheid en billijkheid, die de rechtsverhouding tussen partijen beheerst. Een zo strak toepassen van de lijn, die men in de jurisprudentie van de Raad van Arbitrage meent te ontdekken, zou toch niet in de verwachting hebben gelegen als arbiters over een geval als dit hadden moeten oordelen: “als goede mannen naar billijkheid”. Daarvoor heb ik de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland toch te hoog.

BR 2000 p. 599)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels