nieuws

2001 – Echtscheiding en eigen woning

bouwbreed

Ik ben gehuwd in gemeenschap van goederen en heb een eigen woning met een waarde van 500.000 gulden. Mijn huwelijk is gestrand. Wij gaan scheiden. Wat zijn de varianten onder het fiscaal regime 2001?

Bij een scheiding moet het gemeenschappelijk vermogen worden verdeeld. Iedere partner heeft bij een huwelijk in gemeenschap van goederen recht op de helft van het vermogen. Over de andere helft moeten afspraken worden gemaakt. Daarvoor zijn twee gebruikelijke varianten.

1.Stel, u vertrekt en uw vroegere echtgenote Gerda blijft in uw

voormalige gezamenlijke woning wonen. U verkoopt uw aandeel van 250.000 gulden in de woning aan haar. Zij moet dat geld financieren, eventueel bij de bank lenen en aan u uitbetalen. Gerda wordt daarmee volledig eigenaar van de woning. De eigenwoningregeling is op haar aangifte inkomstenbelasting van toepassing. Gerda zal in 2001 het eigen woning forfait moeten toepassen. Stel de woning heeft een WOZ-waarde van 500.000 gulden. Dan moet Gerda 1 procent*) van de WOZ-waarde (5000 gulden) opgeven in haar belastingaangifte onder aftrek van betaalde renten over leningen, gekoppeld aan de woning. Het restant is belast tegen de nieuwe belastingtarieven in Box I. Is de rente hoger dan de forfaitaire bijtelling, dan is het verschil bij Gerda aftrekbaar in Box 1 en verrekenbaar met haar eigen salaris of alimentatie. 2.U besluit gezamenlijk de woning niet te verdelen in het kader van de echtscheiding. U blijft gewoon voor 50 procent eigenaar, terwijl Gerda in de woning blijft wonen. In feite deelt u haar voor 50 procent het woongenot toe. Hoe pakt dat fiscaal uit? Gerda moet de woning voor de helft beschouwen als haar eigen woning. Dus moet zij 50 procent van het huurwaardeforfait als inkomsten uit de eigen woning aangeven. Terzake van het woongenot van de andere helft, moet Gerda 50 procent van het huurwaardeforfait als alimentatie-inkomen opgeven. In totaal heeft Gerda een bijtelling van 5000 gulden. Voor u ontstaat een nieuwe situatie. U woont niet meer in de woning en u bent voor 50 procent eigenaar. Dit impliceert dat uw vermogensbestanddeel van 250.000 gulden bij u is belast in Box III tegen de forfaitaire vermogensrendementsheffing van effectief 1,2 procent. En u mag als compensatie het eigenwoningforfait over uw aandeel in de woning (1 procent van 250.000 = 2500 gulden) als alimentatieverplichting in uw belastingaangifte aftrekken in Box I.

Verkoop

Stel dat Gerda en u gezamenlijk besluiten de woning in 2006 te verkopen voor 700.000 gulden. In de situatie dat u als gescheiden echtgenoot voor 50 procent eigenaar bent van de woning, heeft zowel u als uw ex-echtgenote recht op 350.000 gulden zonder verdere belasting af te dragen. U moet het daar wel samen over eens zijn. Veel woningen zijn in het verleden gefinancierd met een spaarhypotheek. Stel dat in deze situatie op de woning van 500.000 gulden een hypotheek zit van 400.000 gulden die is gefinancierd via een kapitaalverzekering met een looptijd van 30 jaar. U en uw ex-echtgenote betalen jaarlijks een premie maar u lost niets af. De premieverplichting rust bij de huwelijkspartners gezamenlijk. Aan het eind van de looptijd is 400.000 gulden beschikbaar ter aflossing van de hypotheek. Hoe neemt Gerda bij een scheiding de verplichtingen over? Bij een scheiding moeten behalve de woning van 500.000 gulden ook de schuld van 400.000 gulden en de waarde van de kapitaalverzekering worden verdeeld om te kunnen vaststellen welk bedrag moet worden uitgekeerd. In de praktijk wordt in deze situatie meestal de uitbetaling door Gerda aan u geregeld doordat zij een deel van de hypotheekschuld (200.000 gulden) overneemt. Dat bevrijdt u van uw aandeel in de schuld, waarmee een deel van de overbedeling te verrekenen is.

Kapitaalverzekering

Resteert de waarde van de kapitaalverzekering. Stel dat de kapitaalverzekering op de datum van de echtscheiding 100.000 gulden waard is. Dan bestaat het totaal te verdelen vermogen uit een woning van 500.000 gulden, plus een kapitaalverzekering van 100.000 gulden; totaal 600.000 gulden. Daar staat een hypotheekschuld tegenover van 400.000 gulden. Het te verdelen netto vermogen bedraagt dus 200.000 gulden (ieder 100.000 gulden). Bij de toedeling van de kapitaalverzekering zijn er weer twee varianten. 1.Gerda neemt de kapitaalverzekering over, koppelt die volledig aan de eigen woning en betaalt de premies. Zij wordt volledig eigenaar van de woning en bouwt een kapitaal op ter aflossing van de hypotheek. In deze variant moet Gerda aan u 100.000 gulden betalen wegens overbedeling. 2.Stel dat u de kapitaalverzekering – terwijl u uit uw woning vertrekt – wilt overnemen, omdat u van plan bent nog eens een nieuwe woning te kopen. De kapitaalverzekering staat immers ook op uw naam en u vindt dat u dit ook heeft opgebouwd. U kunt bij een scheiding afspreken dat uw voormalige echtgenote het huis krijgt en u de kapitaalverzekering. Als bij de verdeling wordt overeengekomen dat Gerda de woning met hypotheek krijgt en u de kapitaalverzekering, ontvangt ieder zijn rechtmatig aandeel met gesloten beurs.

Belastingregime 2001

Zodra u uit uw woning vertrekt en u de kapitaalverzekering meeneemt, zult u niet onmiddellijk een nieuwe woning met de kapitaalverzekering financieren. Op dat moment voldoet u niet meer aan de voorwaarden die aan kapitaalverzekeringen zijn gesteld onder het belastingregime vanaf 2001. De kapitaalverzekering moet namelijk zijn gekoppeld aan de eigen woning – maar de woning die in de polisvoorwaarden staat is niet meer uw eigen woning. Daarmee zou een fictieve afkoop ontstaan waarbij u over de opgebouwde rente in de kapitaalverzekering belasting zou moeten betalen in Box I. De wetgever heeft hiervoor een faciliteit in de wet opgenomen. Indien de kapitaalverzekering is gekoppeld aan de voormalige eigen woning in het kader van een echtscheiding, krijgt u nog twee jaar na afloop van het kalenderjaar van de officiële scheiding de mogelijkheid een nieuwe eigen woning te kopen met handhaving van de fiscale vrijstellingen in de kapitaalverzekering.

*Het huidige huurwaardeforfait van de eigen woning bedraagt 1,25 procent van de WOZ-waarde. Onlangs heeft de rekenkamer voorgesteld in verband met de gestegen huizenprijzen met ingang van 2001 het huurwaardeforfait te verlagen tot 1 procent.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels