nieuws

Stedelijk wonen heeft de toekomst

bouwbreed

rotterdam – Over het Amsterdam van de toekomst heeft planoloog Frans van de Ven een duidelijk idee. Creeer voor de ‘nieuwe mens’ nieuwe vormen van stedelijk wonen van hoge kwaliteit. Transformeer de sombere Jan van Galenstraat tot een boulevard met ruimbemeten appartementen. En geef elk huis voortaan een terras. Van de Ven nam vrijdag afscheid als voorzitter van de Amsterdamse Raad voor de Stedenbouw (ARS).

De adviezen van de ARS zijn bij bestuurders en ontwikkelaars zelden populair. De raad verbloemt niet vaak zijn kritiek, neemt geen genoegen met de gemakkelijkste oplossingen en heeft oog voor historische waarden. Bouwen in de zichtlijnen van het Plan Berlage, dat kan zo maar niet. Zo mochten de plannenmakers voor de ingrijpende aanpak van de omgeving van de RAI laatst nog ondervinden. Op het stadhuis werd het advies met tandengeknars ontvangen.

Het bieden van tegenwicht. En de stad wijzen op nieuwe trends, dat is volgens Van de Ven precies de functie van zo’n raad. “Ik ben sterk gefascineerd door de nieuwe economie. Het digitale tijdperk brengt een andere samenleving tot stand. Nieuwe vormen van bedrijvigheid komen in een hoog tempo tot ontwikkeling. Een stad waar kennis de hoofdrol speelt, vraagt nieuwe vormen van bouwen. Wonen in een eengezinshuis met tuin in een Vinex-wijk en werken op een daarvan afgescheiden bedrijfsterrein, die tijd is volgens mij langzamerhand voorbij. De nieuwe mens wil wonen, werken en vrije tijd bij elkaar brengen. En dat kan het best in een hoogwaardige stedelijke omgeving.”

De laatste jaren heeft hij in Amsterdam de door hem gewenste stedelijke omgeving nog niet zien ontstaan. Met uitzondering van het KNSM-eiland in het Oostelijk Havengebied misschien. Daar is ruimte vrijgemaakt voor werken en wonen. Bovendien zijn koopappartementen afgewisseld met sociale woningbouw.

Weinig goeds

Maar voor de rest voeren suburbane woonwijken de toon. Van de Ven verwijst naar de verdichting van de Westelijke Tuinsteden. Of de bouw van Nieuw-Sloten. En voor het toekomstige IJburg voorspelt Van de Ven ook weinig goeds. “Ook daar gaat de meeste aandacht naar grondgebonden woningen. Middelmaat overheerst: te veel Sporthuis Centrum en te weinig Venetie. Bovendien zullen in een wijk met 40.000 inwoners maar een paar duizenden arbeidsplaatsen ontstaan. De levendigheid die hoort bij een stad zal op IJburg dan ook niet ontstaan.”

Van de Ven benadrukt dat het juist nu de tijd is om de bakens te verzetten. “Amsterdam beleeft vandaag een nieuwe gouden eeuw. Economisch gaat het beter dan ooit. Als het nu niet kan, dan kan het nooit. Het ontbreekt alleen aan voldoende durf nieuwe wegen in te slaan.”

De gedachte dat daarvoor de fysieke ruimte ontbreekt, werpt hij van zich af. “Bestuurders hebben snel de neiging zich met hun rug naar de bestaande stad te keren en te roepen dat nieuwe uitbreidingsgebieden noodzakelijk zijn. In de historie hebben we dat vele malen gezien. De ruimte is beslist wel te vinden. Bijvoorbeeld op de Oost-West radialen. Neem de Jan van Galenstraat. Keer alles om en begin met de aanleg van een boulevard met allure.”

Dubbel grondgebruik biedt volgens hem ook perspectief. Zo berekende hij al eens dat met het ondergronds maken van de huidige ringweg ruimte kan worden gevonden voor viermaal een wijk met de omvang van IJburg.

Royaal

Stedelijke woonmilieus ontstaan niet zo maar. Met kleine woninkjes redt de stad het niet. Van de Ven denkt eerder aan royale appartementen met een oppervlakte van zeker 150 vierkante meter. Altijd voorzien van een goede buitenruimte. “Daarvoor hebben we nieuwe regels nodig. In het verleden hebben we gezien, dat afspraken over de minimum maatvoering in de praktijk de maximale bouwhoogte bepaalden. Bepaal daarom voor een woning de minimale hoogte op drie meter.”

Ook kiest hij voor een menging van koopwoningen en sociale woningbouw. “De nieuwe economie brengt een nieuwe vraag naar ongeschoolde arbeid met zich mee. In het bijzonder in de persoonlijke dienstverlening. Het is dan van belang dat vraag en aanbod elkaar gemakkelijk kunnen vinden.” Dat heeft volgens hem verder als voordeel dat niet een afzonderlijke ‘arme stad’ ontstaat.

Bovendien moet in de kwaliteit van de openbare ruimte worden geinvesteerd. En dienen de culturele voorzieningen op het peil van een ‘global city’ te worden gebracht. “Deze stad verdient meer spraakmakende musea, meer theaters. In Rotterdam (de stad uit zijn jeugd) zien ze dat veel beter. Niet voor niets wordt daar gevochten voor de komst van het Fotoinstituut.”

Frans van de Ven, ex-voorzitter Amsterdamse Raad voor de Stedenbouw. Foto: Wim Hendriks

‘Als het nu niet kan, kan het nooit.

Het ontbreekt aan durf’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels