nieuws

Interactiviteit is nuttig modewoord

bouwbreed

De een doet interactiviteit af als modeverschijnsel, de ander ziet het als nieuw kernbegrip voor beleid en projecten in stedelijk gebied. Op basis van ervaring van het Stimuleringsprogramma Intensief Ruimtegebruik (StIR) doen R. Iedema en I. Propper uit de doeken hoe interactiviteit van nut is.

Het is niet moeilijk een reeks modieuze trefwoorden op te sommen die steeds weer opduiken bij stedelijke herstructureringsprojecten: leefbaarheid, integraliteit, wijkaanpak, proces en interactief. Ze zijn in de mode, maar niet zonder reden.

Leefbaarheid en integraliteit geven aan dat steeds meer aspecten worden betrokken bij (her)inrichtingsprojecten. Het is niet meer zoals vroeger. Wijkaanpak, proces en interactiviteit geven de veranderde rolopvatting van de overheid weer. De overheid zoekt naar wegen om anderen daadwerkelijk invloed te geven, bijvoorbeeld door ze al zeer vroeg in een planproces te betrekken.

Aandacht

Deze ontwikkelingen (meer inhoudelijke samenhang, andere rolopvatting overheid) hangen niet alleen nauw met elkaar samen maar veranderen ook de kritische succesfactoren voor projecten. Deze blijken steeds meer in het proces te liggen in plaats van in de inhoud.

Het heeft dit duidelijk gesignaleerd. Het StIR krijgt steeds vaker en dringender het verzoek om meer aandacht te besteden aan het proces van projecten. Een dilemma, omdat processen juist zo situatiegebonden zijn. Voor het StIR was dit aanleiding om de cursus ‘Interactieve Planvorming’ van het Centrum voor Kennis Communicatie aan te bieden. Met succes: de cursus is vier maal uitverkocht.

In verschillende voorbeeldprojecten van het StIR speelt een interactieve aanpak een rol. Een interessant voorbeeld is het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam, waar een park zal worden aangelegd. Bewoners hebben daar een keuze mogen maken uit twaalf ontwerpen van architecten. Ook bij het formuleren van het programma van eisen waren bewoners betrokken. De gemeenteraad heeft de uiteindelijke keuze voor een schetsontwerp gemaakt, overigens de tweede keuze van de bewoners.

Bewoners zijn ook, in een ontwerpteam, betrokken bij het uitwerken van dit ontwerp. Ook hier nam de gemeente uiteindelijk de beslissing. In de participatieladder hebben we het dan over de participatieve stijl.

Open werkwijze

Interactiviteit in een plan is geen keuze. Het kiezen voor een open werkwijze moet het logisch gevolg zijn van analyse van de uitgangssituatie van een project. Maar in de praktijk blijkt dit minder vanzelfsprekend. Zo zijn in Nederland nogal wat planmethoden in omloop waarbij ‘eerst het gereedschap, dan de klus’ het motto lijkt te zijn.

Een veel gehoorde opvatting is ook dat een open werkwijze per definitie beter is dan een niet-open werkwijze. Dit is een misverstand. Uit de analyse van de uitgangssituatie van een project kan (en zal vaak) blijken dat men voor het realiseren van doelen afhankelijk is van anderen. Afhankelijk zijn betekent: samenwerken. Samenwerken kan op verschillende manieren, met verschillende gradaties van openheid, varierend van het delegeren van de besluitvorming (de ander beslist mee) tot het vragen van een advies, waarbij de overheid beslist en de knoop doorhakt. In de participatieladder zijn die verschillende stijlen weergegeven.

Analyse

Een analyse kan ook leiden tot de conclusie dat een niet-open aanpak gerechtvaardigd is. Er zijn dan onvoldoende voorwaarden voor een interactief planproces. Eerst analyseren, dan een stijl kiezen en deze vervolgens in een procesarchitectuur uitwerken, dat is de volgorde.

Deze volgorde veranderen, of denkstapjes overslaan, leidt onherroepelijk tot fouten. Berucht is in dit verband de ‘ontpolderingsdiscussie’ in Zeeuws Vlaanderen, waar in de voorbereiding kennelijk te weinig aandacht was voor de aanwezige (kleine) beleidsruimte en gevoeligheden bij de bevolking.

Techniek

Wat ook tot problemen kan leiden is het scheiden van de inhoudelijke en communicatieve kant van een project. Dat neemt soms zelf de vorm aan dat twee verschillende bureaus worden ingehuurd. Communicatie bestaat echter niet zonder inhoud en inhoud heeft weinig zin zonder communicatie.

Er zijn veel projectleiders werkzaam die vooral technisch georienteerd zijn. Die hebben van nature vooral oog voor de ‘harde materie’ van het project.

Kunnen zij wel procesmatig werken? Het antwoord is ‘ja, mits’. Mits hij of zij een goede balans kan vinden en houden tussen de inhoud en communicatie- en menskant van een project, ook als een project in ruw weer terecht komt.

Remko Iedema is hoofd Omgevingskwaliteit bij Arcadis Heidemij Advies, Arnhem.

Igno Propper is directeur Partners & Propper, Amsterdam.

Beiden zijn docent in de cursus Interactieve Planvorming.

De Participatieladder

interactief

beleid faciliterende stijl

samenwerkende stijl

delegerende stijl

participatieve stijl inspraak

consultatieve stijl

Bij inspraak krijgen burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven gelegenheid hun mening te geven over het beleid van de overheid. Dit kan aan het eind (consultatieve stijl) maar ook aan het begin van de beleidsvorming (participatieve stijl). Bij interactief beleid hoeft niet het beleid van de overheid centraal te staan (faciliterende en samenwerkende stijl) en kunnen burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven niet alleen meepraten maar ook beslissen (faciliterende en samenwerkende stijl) of meebeslissen (delegerende stijl).

(Uit: Propper en Steenbeek, De aanpak van interactief beleid, elke situatie is anders, Bussum, 1999.)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels