nieuws

Nauwelijks belangstelling voor dubo

bouwbreed

De belangstelling voor duurzaam bouwen bij particulieren is bedroevend. Alleen met forse subsidieregelingen en na intensieve voorlichtingscampagnes zijn kopers van een kavel bereid een duurzaam gebouwde woning te laten neerzetten. Maar ook bij gemeenten leeft het thema nauwelijks.

Dat zei Reinder Hoekstra van de Milieufederatie Drenthe en bestuurslid van het platform Duurzaam Bouwen tijdens de bijeenkomst ‘Duurzaam Bouwen en vrije kavelbouw’ gisteren in het Groningse Uithuizen. Dit symposium was door het Informatiepunt Duurzaam Bouwen op touw gezet en had vooral tot doel het onderwerp bij de verschillende gemeentes onder de aandacht te brengen.

“En dat is hard nodig”, benadrukte P. Tameling van het Informatiepunt, “omdat vorig jaar een onderzoek onder gemeenten uitwees dat maar liefst negentig procent zich niet of nauwelijks met duurzaam bouwen bezighoudt. Een recente enquête wees uit dat dit iets is verbeterd, maar nog steeds worstelt men het toepassen van dubo.”

Volgens Hoekstra moeten gemeenten vooral bij vrije kavelbouw het toepassen van dubo-maatregelen dwingend in de stedenbouwkundige opzet opnemen. “Waarom afwateringvoorzieningen toestaan als dat ook met wadi’s kan worden opgelost? Als een goed stedenbouwkundig ontwerp als basis wordt genomen, kan het ook een positieve manier zijn om bouwers te dwingen een dubo-richting in te gaan. Een gemeente moet daarbij duidelijk kiezen voor kwaliteit en de kopers van de vrije kavels zo vroeg mogelijk bij de planvorming betrekken.”

Enthousiast

Het enthousiast maken van de kopers voor duurzaam bouwen is daarbij zijn inziens essentieel. Behalve een gedegen voorlichting blijkt ook een goede subsidieregeling van belang om kopers over te halen op duurzame wijze te bouwen.

Subsidieregelingen waarbij kopers tot 5000 gulden aan uitkering krijgen als zij maatregelen treffen om de EPC (energieprestatiecoëfficiënt) naar beneden te brengen, zijn volgens Hoekstra meestal wel succesvol. “Er zijn wel eens uitzonderingen. Twee gemeenten in Drenthe slaagden er zelfs met dit subsidiebedrag niet in kopers over de streep te trekken. Ik vond dat ook wel vreemd. Vooral omdat de gemeenten geen absurde dubo-voorwaarden stelden. Een mix van goede voorlichting en aantrekkelijke financiering heeft volgens ons het meeste succes.”

Eemsmond

Een voorbeeld van een dergelijke aanpak vormt de uitbreidingswijk Dingewold II van de gemeente Eemsmond.

Kopers van twintig vrije kavels konden een convenant met de gemeente sluiten. Na een extra investering van 1500 gulden kregen zij energiebesparende voorzieningen voor een bedrag van 14.000 gulden. Femke Adrieaans van het adviesbureau dat de gemeente hiermee terzijde heeft gestaan, spreekt van een groot succes. “Maar het belangrijkste was dat de gemeente van te voren had vastgesteld dat zij dubo wilde doorvoeren en een bepaald ambitieniveau had. Gedurende de planvorming is daar niet van afgeweken, waardoor dubo in deze wijk een vanzelfsprekendheid was.”

Volgens mevrouw Galema van de Inspectie Volkshuisvesting Friesland is de toepassing van duurzaam bouwen in heel het Noorden minimaal. “Vooral omdat hier traditiegetrouw meer vrije kavelbouw is, blijkt het toepassen van dubo-convenanten moeilijker te liggen dan in de rest van Nederland.”

Groningen stelt scherpe regels voor kwaliteit

De provincie Groningen gaat aan gemeenten keiharde eisen stellen als het gaat om volkshuisvestings- en landschapskwaliteit. “En is er niet aan de regels voldaan, dan is het heel simpel. Dan wordt er gewoon niet gebouwd.”

M. Callon, de ruimtelijke ordenings-gedeputeerde van de provincie Groningen, maakt van zijn hart geen moordkuil. Tijdens de bijeenkomst ‘Duurzaam Bouwen en vrije kavelbouw’ gisteren in het Groningse Uithuizen, waste Callon menig bestuurder in de zaal de oren. “U wilt maar huusjes bouwen”, zei hij, “maar laat u maar eerst zien wát en wáár u dan wilt bouwen.”

De gedeputeerde kondigde de komst van de nieuwe provinciale nota ‘Bouwen en Wonen’ aan. Eind dit jaar moet dit tweejaarlijkse stuk het licht zien. Het zal dan een richtsnoer vormen voor de Groningse gemeenten.

Basis van de nota is dat de verstedelijking rond de grote kernen plaatsheeft en dat uitbreiding op het platteland alleen maar wordt toegestaan als dit een verbetering betekent voor het landschap.

Callon: “We zetten in de nota minder in op de aantallen, maar meer op de spelregels van het bouwen. Gemeenten moeten eerst komen met een volkshuisvestingsplan en een landschapsplan. Pas als dat voldoet mag er worden gebouwd. En anders niet”, zei hij stellig.

Volgens de gedeputeerde is het van belang dat de gemeenten vooral naar de bestaande voorraad kijken. “Er moet een goede balans bestaan tussen de bestaande stad en de nieuwbouw. Herstructurering moet gezamenlijk worden aangepakt. Hier en daar gaat dat goed, elders weer niet. Om een voorbeeld te geven, Hoogezand Sappemeer doet het prima maar de stad Groningen bakt er helemaal niets van. Een flatje slopen en verder niets ondernemen, is in mijn ogen namelijk geen herstructurering”, sloeg hij toe.

Een corporatiedireceur, actief in de Groningse Oosterparkbuurt, verblikte noch verbloosde. “Politiek stuntwerk”, merkte hij koeltjes op.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels