nieuws

Prijsopdrijving grond moet een keer worden gestopt

bouwbreed

Moord en brand hebben ze geschreeuwd, de grote ‘nieuwbouwgemeenten’. Speculanten zouden de prijzen voor bouwgrond en dus voor huizen op Vinex-locaties opdrijven. De Wet voorkeursrecht gemeenten zou dringend moeten worden aangepast om dit in de toekomst onmogelijk te maken.

Des te curieuzer zijn de reacties van twaalf gemeenten met grote Vinex-locaties op de enquête die Cobouw heeft gehouden om een indruk te krijgen van de marktposities op de bouwplaatsen. Alleen Houten geeft aan hinder te hebben gehad van speculanten, die aanvankelijk 5 procent van de grond op Vinex-locatie Houten-Zuid in hun greep hadden. Tien andere gemeenten laten weten nooit een speculant te zijn tegengekomen op het moment dat de grond moest worden verworven. Utrecht, dat met Leidsche Rijn (30.000 huizen) de grootste bouwlocatie onder zijn hoede heeft, neemt een plaats apart in. Het gemeentebestuur weigert vragen over grondposities en de inruil daarvan voor bouwclaims, te beantwoorden. Er zou dan teveel vertrouwelijke informatie op straat komen. Het standpunt van Utrecht wekt verbazing. Uitgerekend deze gemeente heeft een klemmend beroep gedaan op minister Pronk, de wet te wijzigen om speculanten de voet dwars te zetten. Utrecht wordt namelijk al geruime tijd geplaagd door onroerendgoedhandelaar Oostveen. Hij heeft een deal met een agrariër gesloten en wil zelf woningen in Leidsche Rijn bouwen. De Wet voorkeursrecht, die voorschrijft dat particulieren hun grond aan de gemeente moeten aanbieden, is voor Leidsche Rijn van kracht. Het is echter particulieren niet verboden zelf bouwplannen te ontwikkelen. Het heeft er alle schijn van dat Utrecht niet met de billen bloot wil, omdat het door Oostveen in een lastige positie is gebracht. Afspraken met marktpartijen over bouwclaims kunnen niet volledig worden nagekomen, omdat de Utrechtse zakenman er met zijn neus tussen zit. Hij heeft namelijk niet alleen de deal met de agrariër gesloten, maar ook grond in Leidsche Rijn gekocht. Deze week diende bij het gerechtshof in Amsterdam het hoger beroep in deze kwestie. Daarvoor was het lange tijd stil en leek het erop of achter de schermen werd gewerkt aan een uitweg in het conflict. Andere gemeenten, waaronder Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, hebben geen moeite met de vraag welke marktpartijen grondposities hebben ingenomen en wat ze in ruil voor inlevering van de grond mogen bouwen. De vraag is wel hoe dat zit met gemeenten die niet de moeite wensten te nemen de enquête in te vullen. Van de twintig grootste Vinex-steden hebben er twaalf gereageerd. Argumenten van Enschede, Nijmegen, Haarlemmermeer, Vleuten-De Meern, Zoetermeer, Pijnacker, Leidschendam en Alkmaar als ‘te weinig tijd’ zijn niet steekhoudend, omdat ze er twee maanden over konden doen. Kennelijk wilden ook zij geen kijkje in hun keuken geven. Zij wekken daarmee met Utrecht op zijn minst de indruk dat zij iets te verbergen hebben. Door het gebrek aan medewerking is ook oorspronkelijke opzet van Cobouw, het in kaart brengen van de de marktposities op de grote Vinex-locaties, niet helemaal gelukt. Dat is jammer, want in de Tweede Kamer is kritiek geuit over kartelvorming door een aantal grote bouwers en ontwikkelaars. Zij zouden op bijna alle locaties de macht hebben. Een feit is dat het Cobouw-onderzoek aantoont dat een aantal namen van bedrijven meermalen voorkomt. Maar sommige gemeenten hebben nagelaten de marktpartijen bij naam te noemen. Aan de beperkte gegevens kan daarom geen verstrekkende conclusie worden verbonden. De resultaten van het onderzoek helpen de politiek op dit punt dus niet verder. Maar de conclusie dat gemeenten niet of nauwelijks last hebben van speculanten mag er niet toe leiden dat ook het proces van aanpassing van de Wet voorkeursrecht wordt gestopt. Amersfoort levert daarvoor de beste argumenten. In een paar jaar tijd steeg daar de prijs voor een vierkante meter bouwgrond van 7,50 gulden tot 40 gulden. Daarmee leek de grondmarkt zijn top te hebben bereikt. De afgelopen twee jaar ging echter de prijs toch verder omhoog tot 50 gulden doordat werd gedreigd met ontwijking van de Wet voorkeursrecht. Alleen dreigen met speculeren (via de zelfbouwconstructie) is dus al voldoende om de prijzen op te drijven. Dat proces moet een keer worden gestopt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels