nieuws

Leges: heel veel geld voor flutwerk Nipo-enquete onthult gebrekkige kennis van Bouwbesluit bij bouw- en woningtoezicht

bouwbreed

DEN HAAG – Goedkeuring van bouwplannen door bouw- en woningtoezicht zegt weinig over de deugdelijkheid van het plan. De kapitale bedragen die bouwondernemers aan leges moeten neertellen, staan in geen verhouding tot het bestede aantal uren en nog minder tot de kwaliteit van de geleverde prestatie.

Gemeenten rommelen maar wat aan bij de toetsing van bouwplannen aan het Bouwbesluit, is de conclusie van het onderzoek dat Nipo in opdracht van Cobouw heeft uitgevoerd naar de handhaving van de bouwregelgeving door bouw- en woningtoezicht. Aan het onderzoek hebben 124 gemeenten meegedaan, bijna een kwart van alle gemeenten in Nederland.

Wat controleert u? Hoe doet u dat? En hoeveel tijd besteedt u aan de toetsing? Dat waren, grofweg samengevat, de vragen. Achterliggende vraag is: wordt de doelstelling van het Bouwbesluit – de consument zekerheid bieden over de deugdelijkheid van zijn woning – waargemaakt? Het antwoord is ‘nee’.

Voor projecten tot een miljoen gulden – verreweg de omvangrijkste categorie – heeft bouw- en woningtoezicht gemiddeld ongeveer veertien uur nodig voor toetsing, administratie en toezicht op de uitvoering, blijkt uit de antwoorden. Tweederde van de gemeenten doet het in negen uur.

Uurtarief

Volgens de tarieventabel van de gemeente Maarssen betaalt de aanvrager van een bouwvergunning voor een rijtje huizen van een miljoen ongeveer 12.500 gulden. Dat komt neer op een uurtarief van dik duizend gulden. Moeilijk vol te houden dat dit een redelijk tarief is om uit de kosten te komen. Want, zo is nadrukkelijk in artikel 229b van de Gemeentewet vastgelegd, leges zijn uitsluitend bedoeld voor een kostendekkende exploitatie van bouw- en woningtoezicht.

Maarssen hanteert een tarieventabel die volgens Robert Verkuilen, fiscalist van de VNG, “niet ongebruikelijk is”.

Ook Verkuilen vindt de uitkomst van het rekenvoorbeeld aan de hoge kant. “Er kan een discrepantie zitten tussen het principe van de kostendekkende exploitatie en het bedrag dat feitelijk in rekening wordt gebracht.” Maar hij kan niet ontkennen dat er “ergens iets verkeerd zit”.

Schrijnend

Des te schrijnender is de kwaliteit van de toetsing. Zelfs de basiskennis laat te wensen over. Antwoorden op de vraag ‘welke aspecten zijn van belang bij de toetsing van bouwaanvragen?’ zijn aan de vage kant. “Wetgeving algemeen”, is wel heel algemeen. Slechts 28 procent noemt het Bouwbesluit. Weinigen geven het volledige juiste antwoord: Bouwbesluit, bestemmingsplan, bouwverordening. De toetsers hebben geen helder beeld van de structuur van de bouwregelgeving, is de conclusie. De enquete moet een lelijke tegenvaller zijn voor de rijksoverheden die zich inzetten voor het terugdringen van de CO2-uitstoot. Zo hoog als het onderwerp op de kabinetsagenda staat, ligt het zeker niet in het aandachtsveld van de ambtenaren van bouwtoezicht. Eenderde zegt spontaan de energierekening te controleren. Maar als gevraagd wordt naar welke onderdelen van de EPC-berekening wordt gekeken, volstaat men vaak met een nietszeggend: “de berekeningen”. Zelfs wanneer de enqueteur het antwoord voorzegt en vraagt of hierop wordt gecontroleerd, gaat bij een groot aantal ondervraagden geen belletje rinkelen. Twintig procent kijkt niet eens naar de eindwaarde; vijfentwintig procent gaat voorbij aan warmteweerstand, U-waarde glas, en belemmeringen; vijfendertig procent controleert de luchtdichtheid en het collectoroppervlak niet, en vier procent checkt niet een van de genoemde aspecten.

De tijd die gemeenten besteden aan de beoordeling van bouwaanvragen.

Op pagina 3:

ù Technische Universiteit Delft bevestigt Cobouw-enquete. ù Gebouw is waterdicht als er tegels liggen. ù Minder dan zes uur uittrekken voor bouwaanvraag is volstrekt ongeloofwaardig. ù Bij helft van aanvragen ontbreekt EPC-berekening. ù Zie ook bijlage Bouwbesluit.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels