nieuws

Zoab bij gladheid veiliger dan traditioneel wegdek

bouwbreed

Zoab is bij gladheid niet gevaarlijker dan andere wegverhardingen, zoals dicht asfalt beton (dab). Bij ‘normale’ gladheid gebeuren op zoab zelfs aanzienlijk minder ongevallen dan op dab. Alleen bij extreme ijzel levert zoab meer risico’s op voor het verkeer, blijkt uit een rapport van de Dienst Weg- en Waterbouwkunde van Rijkswaterstaat in Delft.

De slechte naam van zoab op het gebied van gladheid is onterecht, maken de cijfers duidelijk. In de afgelopen drie winters deden zich op rijkswegen als gevolg van gladheid in totaal 905 ongevallen voor.

Daarvan vonden er 343 (38 procent) plaats op zoab en 562 (62 procent) op wegen met een ander wegdek, meestal dab. Ongeveer de helft van het rijkswegennet is voorzien van zoab.

Zoab brengt op zich wel een hoger risico van gladheid met zich mee, doordat de temperatuur van dit type wegdek eerder onder het vriespunt komt dan van dab. Dit als gevolg van de open structuur en de donkere kleur.

Rijkswaterstaat heeft het strooiregime voor zoab echter zodanig aangepast, dat dit risico vrijwel wordt ondervangen. Het strooiregime van Rijkswaterstaat is vastgelegd in de ‘Richtlijn Gladheidsbestrijding’ uit 1997.

In deze richtlijn ligt de nadruk vooral op het voorkomen van gladheid door preventief te strooien.

Extreme ijzel

Het intensievere bestrooien van wegen met een zoab-laag kost jaarlijks 2 miljoen gulden extra. In totaal is met de gladheidsbestrijding een bedrag van circa 40 miljoen gulden per jaar gemoeid. Een derde daarvan bestaat uit kosten voor zout, de rest betreft personeels- en materieelkosten.

Een probleem vormt wel extreme ijzel, zeker op zoab-weggedeelten met een lage verkeersintensiteit. Een deel van het dooimiddel zakt dan weg in de poriën. Bij druk autoverkeer levert dat geen problemen op. De pompende werking van autobanden brengt het dooimiddel weer aan de oppervlakte. Maar als het stil is op de weg, kan het op zoab langer glad blijven, met alle risico’s van dien.

Risico’s voor automobilisten doen zich bij heftige ijzel met name voor op de overgangen tussen dab en zoab. Automobilisten vormen echter zelf het grootste risico, bij welke vorm van gladheid en op welk wegdek dan ook: ondanks intensieve waarschuwingen voor gladheid weigeren ze categorisch hun rijgedrag aan te passen. Overigens komt zware ijzel gemiddeld niet meer dan een keer per jaar voor.

Snelheidsverlaging

Een oplossing op korte termijn voor het bestrijden van gladheid op zoab door ijzel is het instellen van snelheidsverlagingen en het afsluiten van rijstroken. Voor de langere termijn wordt gezocht naar technische oplossingen.

Zo wordt geëxperimenteerd met het toevoegen van rubbersnippers aan zoab, waardoor het wegdek flexibeler wordt en de weggebruikers de ijslaag kunnen ‘stukveren’.

In het laboratorium is deze methode succesvol getest. Het is echter de vraag of een en ander in de praktijk ook werkt. Bovendien zijn de kosten van deze methode hoog.

Hetzelfde geldt voor het vermengen van strooizout met cmc (carboxymethylcellulose), dat theoretisch in staat is om strooizout twee keer zo lang aan de oppervlakte van zoab te houden. In de praktijk moet dit nog worden aangetoond.

Op twee proefvakken op de A59 wordt de effectiviteit onderzocht van het toevoegen van diverse varianten van het dooimiddel Mafilon aan zoab. Onder winterse omstandigheden zou dit dooimiddel langzaam vrijkomen, maar een effect op de gladheidsbestrijding is in de praktijk nog niet aangetoond.

Collectoren

Tenslotte worden momenteel proeven gedaan met wegdekcollectoren die warmte uit het wegdek opslaan en afgeven bij koud weer.

Ook hier zijn twee proefvakken voor ingericht. De eerste ervaringen zijn positief, maar een groot nadeel van dit systeem is dat het naar schatting maar liefst 170 procent duurder is dan normaal zoab.

Alleen bij extreme ijzel meer risico’s

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels