nieuws

Inspraak bij grote projecten

bouwbreed Premium

Planning van infrastructuur vereist meer aandacht voor draagvlak, participatie en flexibiliteit. De huidige spelregels belemmeren dat. Gaat de mentaliteit van het management niet drastisch om, dan is het Nationaal Verkeers- en Vervoerplan niet haalbaar.

Op initiatief van de vereniging Railforum Nederland is onlangs het rapport “Sporen met draagvlak” opgesteld. Daaruit blijkt dat voor het verkrijgen van maatschappelijk draagvlak in de planvorming voor nieuwe infrastructuur niet alleen de wetgeving grondig moet worden aangepast, maar ook de stijl van managen en communiceren. Dat grote projecten, zoals de Betuweroute, een doorlooptijd hebben van al gauw twintig jaar is op zichzelf nog te verdedigen, maar dan mag in het uitvoeringsstadium geen enkele twijfel meer bestaan over het sociaal-economisch succes. Die twijfel bestaat echter nog steeds en ook blijken marktpartijen niet of te laat benaderd voor publiek-private exploitatie.

“De voorbereidingen rond de aanleg van de HSL-Zuid of de Betuweroute hebben onvoldoende rekening gehouden met de veranderende maatschappelijke omgeving. Politiek, burgers en partijen worden over het algemeen niet betrokken in het planvormingsproces en dat wreekt zich”, aldus stafdirecteur infrastructuur ir. S.B. de Vries van Ballast Nedam. Hij is van oordeel dat de praktijk niet aansluit bij het formele proces van Tracéwet, Wet Ruimtelijke Ordening of Wet Milieubeheer. “Eigenlijk zouden wij het proces in onze aanpak meer centraal moeten stellen, waardoor optimalisatie van de inhoudelijke kwaliteit en tempoverhoging in de besluitvorming en aanleg kunnen worden gerealiseerd.”

Naast effectieve besluitvorming is maatschappelijk draagvlak van groot belang. “De huidige Tracéwet werkt belemmerend waar het gaat om het verwerven van draagvlak. Inspraak, overleg met actiegroepen of belangenbehartigers of beroep en bezwaar worden bij voorbaat en volstrekt ten onrechte gezien als ballast of dwarsliggers”, signaleert ir. W.J. van Grondelle van Stichting Natuur en Milieu.

Wel constructief noemt hij hoe bij het tracébesluit HSL-Zuid gewerkt is met een “interactieve inpassingsuitwerking” als inspraakvariant. Bewoners en belanghebbenden kregen, dankij intensieve en constructieve betrokkenheid bij het planproces, een grotere en directere invloed op hun directe leefomgeving, en konden praktische verbeteringen aanbrengen.

Conflicten

Op basis van dit soort bevindingen beveelt het rapport “Sporen met draagvlak” een soepeler proces aan voor voorbereiding en uitvoering van infrastructuur: dynamischer, interactiever en communicatiever. In een model met zeven stappen en deelbesluiten is het aantal formele inspraakpunten teruggebracht van vier naar drie. Daar staat tegenover dat enkele consultatierondes zijn ingelast. “Zo’n ronde is bedoeld als een duidelijke afsluiting van een deelstap. De initiatieffase wordt meer gestructureerd en interactief aangepakt en afgerond. Een geïntegreerde probleemstelling en ambities zijn geformuleerd”, aldus het rapport van Railforum.

Ook zo’n aanpak zal natuurlijk nooit tegenstand of kritiek kunnen voorkomen. Een interactieve beleidsopzet zal nooit meningsverschillen over nut en noodzaak kunnen en mogen wegnemen, merkt lid van de Raad voor Verkeer en Waterstaat prof. Cramer op. Sterker nog, in een zorgvuldig proces is het juist van belang (potentiële) tegenstellingen helder te krijgen en te houden. Dat vindt zij voor een integrale aanpak noodzakelijk, tenminste als gestreefd wordt naar creatieve vernieuwing met economische en ecologische vitaliteit.

Regiobijeenkomsten

Voor het nieuwe Nationale Verkeers- en Vervoersplan (NVVP) van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat is het vinden van structurele commitment in en met de samenleving, maar ook met de politiek dan ook van cruciale betekenis. De verschillende regio- en themabijeenkomsten over het NVVP, waarbij minister Netelenbos dezer dagen persoonlijk haar doelstellingen uiteenzet, zijn in dat opzicht van betekenis, maar nog onvoldoende om de wat diffuse positie van de politiek en het beleid te versterken. Voor een interactieve procesorganisatie zullen de verschillende rolopvattingen van de overheid – als regiseur, participant, procesmanager, initiatiefnemer – nog grondig getest en scherper geformuleerd moeten worden.

Reageer op dit artikel