nieuws

Het wordt rood en daarna misschien mooi

bouwbreed

Pronk kan schrijven wat hij wil over de inrichting van Nederland. Het pakt toch anders uit. Over twintig jaar zal een nieuwe generatie het eens zijn geworden over wat er eigenlijk in de Vijfde Nota had moeten staan. Tegen die tijd is de stemming rijp voor echte, innovatieve oplossingen.

Een week na de NIROV/StIR-studiereis naar Parijs begint het te dagen. Het is een illusie te denken dat we van de Parijse voorbeelden van intensief ruimtegebruik iets zullen leren. Daarvoor zijn de situaties te verschillend.

Parijzenaars hebben geen keus. Meervoudig ruimtegebruik is in de Franse hoofdstad de enige mogelijkheid om gebied te winnen, nieuwe functies toe te voegen of te versterken.

Wij kunnen wél kiezen. Vergeleken met Parijs hebben we ruimte zat. Waarom zouden we grootschalig gaan overkluizen of voor dure ondergrondse oplossingen kiezen als we onze ambities ook in een aanpalend weiland kwijt kunnen? Het zou voor het eerst in de geschiedenis zijn dat Nederlanders niet voor de goedkoopste oplossing kiezen. “Een weiland is gauw gevuld”, wees de stedenbouwkundige Riek Bakker op de gemakzucht in de sector. De HSL-tunnel onder het Groene Hart moet in dit verband worden gezien als een eenmalige exercitie, bedoeld om de dwaasheid van dergelijke ondernemingen aan te tonen.

Dichtslibben

Het Groene Hart slibt onherroepelijk dicht. Daar veranderen honderd studiereizen naar Parijs, Berlijn en Tokio niets aan. Wie heeft er belang bij het openhouden van de ruimte tussen de stedelijke kernen? Die enkele wandelaar die je op zondag tegenkomt langs de Papekopperkade in de Barwoutswaarder Polder? “De mensen hebben de gedachte dat het Groene Hart waardevol is al verworpen”, rapporteerde de voormalige voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid Albeda twee jaar geleden aan de minister van Verkeer en Waterstaat.

Een studiereis naar Parijs is goed voor de contacten met ministeries, projectontwikkelaars en provinciale en gemeentelijke overheden. Helaas levert het geen toepasbare kennis en inzicht op. In het gunstigste geval kunnen we er een beetje wennen aan het idee wat leven en werken in een werkelijke grote stad inhoudt. Want óók dat is iets dat ons in de discussie over de inrichting van ons land waarschijnlijk meer parten speelt dan we willen toegeven. We zijn geen stadsmensen. We zijn plattelanders.

Amsterdam is voornamelijk in trek bij wie er al woont. Buiten de grachtengordel krijgen anti-Amsterdamse sentimenten al gauw de overhand. De bewoners van de gordel zijn trouwens de eersten die toegeven dat ook de hoofdstad eigenlijk een dorp is.

De strijd tegen de aanleg van de A4 door Midden Delfland heeft minder te maken met liefde voor de natuur dan behoud van dorpse normen en waarden. Zoals ruimtelijke planners maar al te goed weten dat bereikbaarheid de sleutel is tot verdere ontwikkeling, zo weten actievoerders dat het frustreren van mobiliteit de aangewezen methode is om wijziging van de bestaande leefomgeving tegen te gaan.

Troost

Er is troost te putten uit de geslaagde voorbeelden van intensief ruimtegebruik in Parijs. Ook aan de Jardin Atlantique op het station Montparnasse ging een gruwelijke stedelijke woestenij vooraf. Hetzelfde geldt voor de Promenade Plantée, het kantoren-Mekka La Défense en het kantoorpark van Schlumberger in de industriewijk Montrouge.

Laten we daarom geen tijd meer verdoen met de discussie over groen, rood of blauw. Mooi of lelijk. Het wordt toch rood, en waarschijnlijk niet heel erg fraai. Eerst moet de buit binnen zijn. Daarna krijgen we oog voor mooi, en moeten we beslist nog een keer naar Parijs.

Voordat het een trekpleister voor architectuur- en kantorenbouwexcursies werd, was La Défense een stedelijke woestenij.

Studiereizen leveren geen toepasbare kennis en inzichten op

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels