nieuws

Hansje Brinker, haal je vinger uit de dijk

bouwbreed

Hoe kunnen de nog steeds toenemende problemen met het water in ons land worden opgelost? In een pleidooi voor de Drijvende Stad stelt Chris Zevenbergen voor om de grenzen tussen woongebieden, natuur, bedrijfsterreinen, infra-structuur en water te laten vervagen.

Voor stedenbouwkundigen, planologen en beleidsmakers in bouw en infrastructuur wachten de komende jaren twee levensgrote uitdagingen. Er is een groeiende behoefte aan ruimte voor wonen, werken en recreëren. Anderzijds krijgt ons land in de toekomst meer water te verwerken en zullen derhalve de ruimteclaims voor verantwoord watermanagement ook toenemen. Land zal aan het water moeten worden teruggegeven om overlast te voorkomen of om verdroging van de bodem tegen te gaan.

Deze twee ontwikkelingen lijken op gespannen voet te staan, een dilemma dat in de komende Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening ook wordt erkend. Anders dan in de huidige ordeningsprincipes is water in deze nota veel meer leidend voor de ruimtelijke inrichting. Onze strijd tegen het water lijkt hiermee tot een einde te komen; deskundigen zijn van mening dat het bouwen van alsmaar hogere dijken een oplossing is, die slechts op korte termijn soelaas lijkt te bieden maar op langere termijn heilloos is.

Er staat ons slechts één weg open en dat is het benutten van de mogelijkheden van water.

Drijvende ontwikkeling

Als één van de weinigen in haar branche heeft Dura Vermeer in samenwerking met kenniscentrum GeoDelft, adviesbureau Iwaco, het Nederlands Instituut voor

Maritiem Onderzoek, het Waterloopkundig Laboratorium en architectenbureau Kraaijvanger Urbis een visie ontwikkeld op de betekenis van dit nieuwe watermanagement. De essentie

daarvan is dat door meervoudig grondgebruik meerdere functies tegelijkertijd van dezelfde ruimte gebruik kunnen maken. Omgekeerd biedt ruimtelijke ontplooiing op het water mogelijkheden land terug te geven aan het water zonder dat het ruimte kost. Lang niet elke menselijke activiteit vereist ‘vaste’ grond; niet langer hoeft de ‘bodem’ de drager van activiteiten te zijn. Vanuit deze gedachte is het concept van de Drijvende Stad ontstaan. Dit is een stad waarin wonen, werken, recreëren en waterberging samen zullen gaan, een grootschalige drijvende ontwikkeling op het water. Zo’n stad kan een oplossing zijn in de lage delen van Nederland, of in die gebieden langs de grote rivieren die geschikt zijn als retentieruimte. Zij kan mogelijk ook worden gerealiseerd in die delen van ons land, die bedreigd worden door de zee. Getuige initiatieven in andere delen van de wereld, zoals Japan en Amerika, is het concept technisch ook haalbaar.

Het gaat niet om het volplempen van uitleg- of retentiegebieden met bepaalde functies. Een Drijvende Stad is meer dan een veredelde jachthaven met waterwoningen en woonboten. Wat wij voor ogen hebben, is meer dan een woning op palen of een drijvend eiland. De Drijvende Stad tolereert een zekere fluctuatie van het waterpeil en biedt daarnaast mogelijkheden voor een integratie van economische activiteiten die tot nu toe bijna niet in een stedelijke omgeving plaatsvinden, zoals natuurlijke waterzuivering, visteelt en drijvende kassentuinbouw. Naar dat laatste verricht Dura Vermeer momenteel samen met het Ingenieursbureau Gemeentewerken Rotterdam een haalbaarheidsonderzoek.

Verweven

Het bouwen van drijvende steden impliceert een geheel andere stedenbouwkundige opzet dan we we tot op heden gewend waren. De schotten tussen functiecombinaties van rood (stedenbouw), groen (natuur), zwart (infrastructuur), blauw (water) zullen in De Drijvende Stad vervagen of verdwijnen.

In de huidige stedenbouw is het verweven van functies niet primair het doel. Een bedrijventerrein is altijd gesitueerd aan de rand van de stad en niet in de stad. Bij het bouwen op het water kan een grote flexibiliteit in functies worden geschapen, waardoor de fysieke scheiding tussen wonen, werken en recreëren vervaagt. Door hun drijfvermogen en modulaire opzet kunnen bepaalde functies naar wens, tijdstip of seizoen worden verplaatst.

In een Drijvende Stad komen functies dichter bij elkaar te liggen, meer dan nu het geval is. Anderzijds kunnen functies die niet op het water passen meer gezoneerd worden, bijvoorbeeld zware industrie. De ruimtedruk die thans in bepaalde groene gebieden heerst, kan worden weggenomen. Stedenbouw op het water leidt bovendien meer tot woonmilieudifferentiatie.

Breuk met traditie

De Drijvende Stad is een uitgebalanceerd systeem met een integratie van functies. Dat vraagt om een totaal andere benaderingswijze van infrastructuur, mobiliteit, afvalverwijdering, energie, ecologie en waterkwaliteit. Bij drijvende steden ga je ontwikkelen in bestaande leefsystemen. Deze systemen moeten in tact worden gehouden.

De vraag is hoe je dat gaat doen. Dat vraagt om onderzoek en discussie. Een visie op deze vorm van natte urbanisatie houdt in dat het dagelijks denken over de plaats van het water in onze samenleving moet veranderen. Het toelaten van water, anders dan in strikt gecontroleerde vorm, in onze directe leefomgeving is strijdig met onze traditie.

Echter de harde feiten (stijging van de zeespiegel, overstromende rivieren en polders) dwingen ons tot een omslag in het denken over het water en de inrichting van ons land. De commissie Tielrooy rekent ons voor dat tot 2015 circa 60.000 hectare land nodig is voor het vasthouden en bergen van water. En dat geldt met name in het westen van ons land, waar meer ruimteclaims liggen dan elders in het land.

Het is de hoogste tijd om nu beslissingen te nemen: Hansje Brinker moet zijn vingertje uit de dijk halen.

Bouwen op het water laat een grote flexibiliteit in functies toe

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels