nieuws

Doelgroepbouwer maakt merkwoning

bouwbreed

Wanneer bouwers verder kijken dan een project en zich richten op specifieke doelgroepen, kunnen woningen op industriële wijze vervaardigd worden, zonder dat wordt ingeboet aan keuzemogelijkheden. Dat viel te beluisteren tijdens de tweede IFD-manifestatie in Rotterdam.

De vergelijking is al oud en de verbazing evenzeer. Waarom kan de auto-industrie in zulke hoge aantallen kwalitatief goede producten opleveren, met volop keuzemogelijkheden, terwijl het eindeloze voorttobben in blubberige bouwputten niets dan eenheidsworst oplevert, die nota bene te kampen heeft met tal van opleveringsgebreken?

Deze discussie, die om de zoveel jaar losbarst, werd gisteren weer opgerakeld door industrieel ontwerper ir. M. van Dijk. Hij deed dat op verzoek van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting, die gisteren de tweede manifestatie organiseerde over IFD, oftewel industrieel, flexibel en demontabel bouwen. Puttend uit zijn ontwerpervaring van producten uiteenlopend van camera’s tot soepautomaten, benadrukte Van Dijk het belang van het denken in doelgroepen, merken en product-marktcombinaties. “Dat is in de bouw volstrekt ongebruikelijk. Daar maakt de architect wat hij mooi vindt. Onder het mom van flexibiliteit, wordt voor elke project een nieuwe keten opgezet en komt er voor elk leidinkje een installateur naar de bouwplaats. Aansluiten van het kroonsteentje van een dubbeltje voor een schemerlamp op het nachtkastje kost op die manier zo’n honderd gulden. Die installateur moet zijn werk dus al in de fabriek doen”, aldus Van Dijk.

Van Dijk kreeg deels bijval van architect Carel Weeber, ook aanwezig op de IFD-manifestatie. Die verwonderde zich erover dat de architect nog altijd geen marketing in zijn opleiding krijgt. Het zou hem ook niets verbazen als architecten in de toekomst vaker in dienst treden van bouwbedrijven. De rol van ontwikkelaars is volgens Weeber uitgespeeld. Maar liever dan een vergelijking te maken met de auto-industrie, vergelijkt Weeber de bouw met de modewereld. Daarin zijn drie lagen te onder scheiden: de haute-couture, de confectie en het uniformontwerp. Nederlandse woningbouw blijft teveel in de laatste categorie steken.

Grotere concerns

Bouwers zullen af moeten van de gebruikelijke horizon van een project, aldus Van Dijk. Ze moeten producten ontwikkelen voor termijnen van twintig of dertig jaar met bouwvolumes van wel tienduizend woningen per jaar. Dat rechtvaardigt enorme investeringen, want die worden over die langere periode terugverdiend.

De bouw zal zich daarvoor wel anders moeten organiseren, gaf hij aan. De innige omhelzing van de gefragmenteerde bouwkolom met al zijn deelbelangen moet worden losgelaten om grotere concerns te vormen. De keus hoeft er volgens hem niet onder te lijden, terwijl de prijzen door standaardisatie en industrialisering scherp gehouden worden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels