nieuws

Bouwen met toekomstwaarde

bouwbreed

De voorspoedige ontwikkeling van de economie legt de bouw geen windeieren. Niet alleen worden veel opdrachten verstrekt, ook de waarde van de opdrachten mag er zijn. Nog nooit was de bouwproductie in Nederland zo hoog als nu. Meer dan de helft van de productie is bedoeld om de bestaande voorraad op peil te houden. Dus onderhoud, verbetering en verfraaiing, maar ook vervanging.

Vervanging heeft niet op ieder segment van de bouwmarkt dezelfde betekenis. Zo is er een groot verschil in gemiddelde levensduur tussen bedrijfsgebouwen en woningen. In het bijzonder de economische levensduur van woningen is lang en neemt nog steeds toe.

Dit laatste zou moeten veranderen. Volgens sommigen staan we

aan het begin van een grote opruiming. De voorraad moet worden opgeschud. Woningen van na de tweede wereldoorlog zijn toe aan vervanging. Opknappen mag hier en daar ook, slopen lijkt het eerste parool. Wie zijn er voorstanders van het grote opschudden? Dat is in de plannen die zijn en worden gemaakt nog niet onmiddellijk duidelijk. Mijn indruk is dat niet de bewoners van de beoogde te herstructureren wijken als eersten om de metamorfose van hun wijk vragen. Hoogstens kan uit selectief vertrek in buurten via exit-interviews zo’n wens tot verandering worden gedistilleerd.

Op zich natuurlijk niet zo gek als beheerders van woningen en stadsbestuurders een conclusie trekken die verder gaat dan zittende bewoners ooit zullen doen. Het verschil in verantwoordelijkheid en horizon zogezegd. Toch zal het tempo van de verwezenlijking van herstructureringsplannen in hoge mate worden bepaald door de zittende bewoners. Daarbij geldt: hoe meer eigenaar-bewoners in een wijk, hoe moeilijker het zal worden. Er zijn overigens ook mensen die zeggen, dat in de te vernieuwen wijken nauwelijks mensen met een eigen huis te vinden zijn. Dat kan een voordeel zijn. Je moet dan echter wel opschieten, want staatssecretaris Remkes wil op korte termijn een herverkaveling van de woningvoorraad van huur naar koop.

Voor de bouwnijverheid staat er veel op het spel. De nieuwbouw van woningen is reeds gedaald en zal verder omlaag gaan. Redding kan komen van grootscheepse sloop. Dat werd ook gedacht aan het eind van de jaren zestig. Ook toen een aflopend woningbouwprogramma en een wens tot sloop en vervanging.

Het is er niet van gekomen. In het kader van de stadsvernieuwing is weliswaar flink gesloopt, verbetering stelde de sloop en vervanging in de schaduw. De sloper moest genoegen nemen met een dikke 10 000 woningen per jaar. Thans praten we over minimaal 30 000 woningen per jaar die tegen de grond kunnen. Er zijn nog geen tekenen die erop wijzen, dat we op korte termijn dit aantal halen.

Hebben we in het verleden dan toch woningen met toekomstwaarde gebouwd en valt het allemaal wel mee met de kwaliteit? Of is er iets anders aan de hand. Nieuwbouw in Nederland betekent op dit moment koopwoningen realiseren. Daar bestaan via het belastingstelsel forse subsidies voor. Huurwoningen kennen die subsidies niet en moeten betaalbaar gemaakt worden door te putten uit de reserves van de corporaties. Dit zal pas gebeuren als de bestaande voorraad absoluut niet meer in trek is. Daarbij telt niet alleen de kwaliteit, maar ook de prijs.

Vergeten wordt wel eens, dat meer welvaart en meer keuzemogelijkheden ook kan betekenen, dat mensen kiezen voor minder riant wonen tegen een schappelijke prijs. Bij het denken over de herstructurering lijkt het wel eens, alsof het nog om de woningbouwprogramma’s uit het verleden gaat. Als er niet minimaal 125 000 woningen werden gebouwd dreigde de Tweede Kamer de minister naar huis te sturen. Die tijden zijn geweest. Op dit moment functioneert de laatste staatssecretaris van volkshuisvesting. Als er al een masterplan moet worden opgesteld, dan is er niemand om weg te sturen als het niet gehaald wordt.

Overigens ben ik de mening toegedaan, dat in Nederland veel woningen met toekomstwaarde zijn gebouwd. De subsidies zijn zeker niet weggegooid. Consumentenvrijheid geldt boven een zeker kwaliteitsminimum natuurlijk ook voor huurders. Als deze kiezen voor de combinatie relatief geringe kwaliteit voor weinig geld, moet dat kunnen.

Of mag dit niet? En van wie dan niet? Ik geef toe: bouwen met toekomstwaarde had als achtergrond een ideologisch fundament, waarbij goed wonen een belang werd geacht dat verder strekt dan het individu. In de Nota Wonen wordt eraan gerefereerd zonder de bijbehorende conclusies te trekken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels