nieuws

Met boetes alleen krijg je nog geen veiliger ontwerp

bouwbreed Premium

Nu al zes jaar lang moeten opdrachtgever en ontwerper de preventie van ongevallen vervatten in het ontwerp van een gebouw. Het Arbobesluit Bouwplaatsen is klip en klaar. Maar keer op keer komt het niet van de grond: regelen dat veilig kan worden gebouwd wat zo mooi is ontworpen.

Om verbetering te brengen in het naleven van het Arbobelsuit Bouwplaatsen heeft de Arbeidsinspectie de boetes bij niet-naleving aanzienlijk verhoogd. Wordt bij het ontwerpen geen rekening gehouden met veiligheid en gezondheid bijvoorbeeld, dan is de boete nu tweeduizend in plaats van driehonderd gulden. Verzuimt de opdrachtgever schriftelijk een Veiligheids- en Gezondheidscoördinator uitvoeringsfase aan te stellen dan wordt hij eveneens beboet met tweeduizend gulden – dit was honderd (!) gulden.

Team

Er is meer nodig om te bereiken dat de bouw door juiste ontwerpkeuzen veiliger wordt. Toch moet deze preventie kunnen lukken: dat er aan het eind van het ontwerptraject een volwassen risico-analyse ligt, waarin verantwoording wordt afgelegd over de gemaakte ontwerpkeuzen in relatie tot veiligheid. Het gaat hierbij vooral om locatie en vorm van het bouwobject, materialen en werkmethoden en om de risico’s die omgeving en planning met zich meebrengen. Dat lijkt bijna vanzelfsprekend maar toch vind je zo’n verantwoording in de regel niet in een veiligheids- en gezondheidsplan ontwerpfa-se. Om de preventie succesvol te maken moeten alle spelers van het team aan de bak. Hieronder laat ik een aantal partijen die voor verbetering kunnen zorgen de revue passeren.

Ministerie van SZW

Om te beginnen kan het besluit zelf beter. Het kent een aantal zwakke plekken. Reparatie hiervan is gewenst. Het gaat om onderstaande punten.

* Continuïteit in de zorg voor veiligheid en gezondheid op het project ontbreekt. In de praktijk is er geen sprake van overdracht van ontwerp- naar uitvoeringsfase. Nederland wijkt hiermee af van de wetgeving in de andere EU-landen, waarin de opdrachtgever behalve voor het werk in de ontwerpfase óók verantwoordelijk is voor het functioneren van de V&G-coördinator uitvoeringsfase. (Vreemd maar waar: deze landen halen hun regels uit dezelfde Europese Richtlijn als Nederland heeft gedaan). Het gevolg is dat de V&G-coördinatie in de uitvoeringsfase voor de Nederlandse opdrachtgever een ver-van-mijn-bed-show is geworden. De verantwoordelijkheid van de coördinator houdt op bij de gunning van het werk. De overheid stelt het Arbobesluit Bouwplaatsen vaak voor als een keten van verantwoordelijkheden, van ontwerp tot oplevering en zelfs beheer. Een keten met zo’n zwakke schakel zouden we in de praktijk zonder meer afkeuren.

* De positie van de ontwerper in het besluit is halfslachtig. Hij krijgt wel taken toebedeeld, maar hij kan niet worden beboet. Dat zijn opdrachtgever verantwoordelijk is, maakt zijn positie vrijblijvend. Hij wordt niet gestimuleerd tot een kordate aanpak van de genoemde risico- analyse.

* Voor de V&G-coördinator ontbreken kwalificatie-eisen, dus iedereen kan hiervoor worden aangewezen. Er wordt dan ook vaak met deze ‘Zwarte Piet’ heen en weer geschoven voordat een ‘slachtoffer’ wordt gevonden. Het gevolg is dat er geen initiatieven worden genomen om een opleiding op te zetten. Ter vergelijking: zelfs voor het opbouwen van een eenvoudige gevelsteiger is een gekwalificeerde toezichthouder voor de wet verplicht (met een in een Beleidsregel voorgeschreven opleidingscertificaat). Een aparte beleidsregel over kwalificatie en opleiding van de V&G-coördinator is hard nodig.

* Het V&G-plan ontwerpfase is thans, zelfs als je aan de wettelijke criteria voldoet, een te vrijblijvend document. Een V&G-plan ontwerpfase zou om handen en voeten aan het V&G-plan te geven,een paragraaf moeten bevatten waarin verantwoording wordt afgelegd over de resultaten van de eerdergenoemde risico-analyse tijdens het ontwerptraject (Arbobesluit artikel 2.29). Op die manier wordt duidelijk of er door de opdrachtgever/ontwerper daadwerkelijke keuzen zijn gemaakt ten gunste van veilig en gezond werken.

Opdrachtgevers

* Opdrachtgevers moeten zich beter laten informeren over het Arbobesluit Bouwplaatsen. Vooral over het doel ervan en hun positie daarin. Zij zouden in overeenkomsten met architecten- en ingenieursbureaus heldere afspraken moeten laten opnemen over de uitvoering van relevante verplichtingen. Een periodieke verantwoordingsplicht van de ontwerpers aan de opdrachtgever zou hiervan deel moeten uitmaken: laat de ontwerper per fase (initiatieffase, voorlopige ontwerpfase, enz.) schriftelijk rapporteren over de resultaten van zijn werk.

* Opdrachtgevers worden in toenemende mate geconfronteerd met klachten en soms claims van eigenaren, beheerders of gebruikers van gebouwen. Het gaat daarbij meestal om het ontbreken van veiligheidsvoorzieningen voor gevel- en dakonderhoud. Neem deze aspecten op in het programma van eisen en in de over-eenkomst met de ontwerper. Door direct de juiste koers te kiezen hoeft de wal het schip niet te keren.

Architecten en ingenieurs

* Menig ontwerper/ingenieur neemt tegenover de opdrachtgever een afwachtende houding aan als het gaat om de uitvoering van zijn onderdeel van het Arbobesluit Bouwplaatsen. (‘Het behoort niet tot onze standaard dienstverlening’). Dit komt mede door de genoemde vage wetgeving op dit punt. Desondanks zou je mogen verwachten dat een ontwerper/ingenieur meer is dan alleen estheticus en bouwkundig ontwerper. Hij zou zich bij het ontwerpen van een gebouw toch moeten afvragen of dit op veilige wijze te realiseren en te onderhouden is. Daarbij komt dat hij zich op die mannier voor potentiële opdrachtgevers beter zou kunnen profileren. Met andere woorden: hij zou de zorg bij de opdrachtgevers grotendeels kunnen wegnemen, onder het motto ‘als je mij inschakelt dan is de naleving van het Arbobesluit in goede handen’.

* De organisaties van ontwerpers en ingenieurs (o.a. BNA, ONRI, KIWI) zouden er in mijn ogen goed aan doen hun standaard voorwaarden zodanig te formuleren en te specificeren, dat de uitvoering van de diverse verplichtingen van het Arbobesluit geen speelbal meer is in de contractbesprekingen met opdrachtgevers. Ik doel hierbij vooral op de SR- en RVOI-regelingen.

Aannemers

* Aannemers tenslotte zijn eraan gewend geraakt dat zij om veilig te kunnen bouwen niet veel nuttigs uit de ontwerpfase hoeven te verwachten. Menige aannemer heeft het hoofd al in de schoot gelegd, want keer op keer blijkt dat er nauwelijks sprake is van een gedegen coördinatie- overdracht van ontwerp- naar uitvoeringsfase. Sterker nog: hij kent soms niet eens de naam van de V&G-coördinator ont-werpfase. Bovendien is het aan hem verstrekte V&G-plan ontwerpfase een stuk waar hij niets mee kan. De V&G-coördinerend aannemer zou zich op dit punt meer kunnen manifesteren. Bijvoorbeeld door in een zo vroeg mogelijk stadium de vinger te leggen op onderdelen van het ontwerp die risico’s bij de uitvoering met zich meebrengen. En dan natuurlijk de opdrachtgever hierop aan te spreken. Het gaat tenslotte om de veiligheid en gezondheid van het personeel van de aannemer. Dat kan al beginnen in de nota van inlichtingen.

* VGBouw heeft recent een leidraad Veilig en Gezond Ontwerpen uitgegeven. Aannemers zouden de hen bekende opdrachtgevers hiermee vertrouwd moeten maken om op die manier de opdrachtgevers op het juiste spoor zetten.

Slotsom: er is dus werk aan de winkel voor alle partijen.

Reageer op dit artikel