nieuws

In de schildersbranche blijven de koeien loeien

bouwbreed Premium

“Ik beschouw Fosag als een bedrijf. En dat werkt niet slagvaardig. Alle onderdelen van dat bedrijf hebben een eigen bestuur. Tussen de veertig en vijftig bezoldigde bestuursleden houden zich met al die taken bezig. Maar je zou dat werk ook met z’n vieren of vijven kunnen doen.”

Schilder en herenboer Kor Buist (57) uit het Groningse Noordlaren deinst niet terug voor controversiële uitspraken. Nooit gedaan ook. Zo zit ‘ie nu eenmaal in elkaar. Hij is voorzitter van de werkgroep K.O.E. (Kort, Overzichtelijk en Efficiënt), die afgelopen voorjaar voor grote beroering zorgde in de afbouwsector. Afschaffing van de dure, bedrijfstakeigen regelingen en een modernere, meer flexibele cao, zijn de belangrijkste actiepunten. Met name het bestaansrecht van het bedrijfschap staat ter discussie, meent de werkgroep. De eisen hebben binnen de werkgeversorganisatie in zoverre gehoor gevonden, dat er diverse, externe onderzoeken zullen komen.

Buists boerderij ligt op steenworp afstand van het beruchte plaatsje De Punt, waar Molukkers in 1977 een trein kaapten. Het is een donkere, gure zaterdagmiddag. Buist is aangeschoven aan de ronde eiken tafel in de keuken bij de warmte van het fornuis. Pilsje binnen handbereik; vele anekdotes volgen. Aan het eind van het gesprek laat hij zijn nieuwste aanwinst zien: een zwarte stropdas met daarop de afbeelding van een witte koe. Een verwijzing naar zijn boer-zijn, naar de werkgroep van de dissidente schilderswerkgevers. “Als ik kritiek spui, wordt me vaak door zittende bestuurders ongenuanceerdheid verweten, vooral door de wijze waarop ik dingen zeg. Ik vind echter dat je gewoon moet zeggen hoe het is. Maar dan zegt Van der Worp (voorzitter Fosag, red.) dat je ‘prudent’ moet zijn. Dan antwoord ik, ‘zullen we het kind maar bij de naam noemen’. Veranderingen gaan zo langzaam. Als K.O.E.-werkgroep zullen we ons tot het uiterste inspannen om de zaak binnen Fosag bijeen te houden. Maar ik blijf wel mijn eigen taal spreken. Als dat niet prudent is, prima toch…. Verscheidene instellingen in de bedrijfstak hebben een paritair bestuur. De vakbeweging maakt er ook deel van uit. Als het om nuances gaat, worden die wel in de onderhandelingen aangebracht. Dat hoef je niet al vooraf te doen.”

Fosag

Buist vervolgt: “Ik ben als zestienjarige jongen in de bouw begonnen. In een tijd dat je voor een dubbeltje de vierkante meter, in tarief, de plafonds sauste. Je deed je behoefte achter de rododendrons. Behoorlijke schaftgelegenheid laat staan arboregels bestonden nog niet. Ik weet dus waarover ik praat. En ik heb nog nooit het gevoel gehad dat ik niet de taal van de bedrijfstak spreek.”

Buist was in de jaren negentig van de vorige eeuw lid van het dagelijks bestuur van Fosag. Hij was ook voorzitter van de erkenningsregeling voor schildersbedrijven. “We zijn door ervaring wijs geworden. We wilden dat er echts iets zou veranderen. Daarom hebben we ons in eerste instantie niet intern geroerd. We zijn bewust buitenom gegaan”, verwoordt hij het ontstaan van de werkgroep in april van dit jaar.

Buist in zijn dubbelleven als boer(drie boerderijen, enkele tientallen hectaren land in eigendom en circa 600 hectaren in beheerpacht, 360 koeien) en eigenaar van het schildersbedrijf Cor Buist BV (zeventig werknemers, omzet 12 miljoen gulden) trekt regelmatig parallellen tussen de agrarische wereld en de schilderssector. “In de jaren vijftig was er bij ons in de buurt een spekclub. Na een jaar inleg te hebben betaald, werd in november geslacht en het vlees onder de leden verdeeld. Die club bestaat natuurlijk niet meer. Het schildersbedrijfschap is zo’n spekclub die nog wel bestaat. Ook de Kamer van Koophandel is zo’n vehikel. Ooit voorzagen ze in een behoefte, maar ze zijn niet meer van deze tijd.”

De klachten van boeren en schilders over het Productschap Vee en Vlees en het Bedrijfschap Schildersbedrijf zijn volgens hem identiek. Hoge heffingen, maar waarvoor dienen ze? Hij somt één voor één de functies van het schap op. “Opleidingen: te veel geld voor een paar cursussen. Kleuradviezen: je moet er een maand op wachten; bovendien heb ik zelf een kleurcomputer. Technische adviezen: volstrekt overbodig; het gebruik ligt onder de 10 procent. Ik heb nog nooit één technisch advies van het schap aangevraagd. Enzovoort, enzovoort.” Hij ziet het nut van al die activiteiten, waarin het commerciële en collectieve aspect door elkaar heen lopen, niet in. Waarom zou hij er dan 15.000 per jaar voor betalen?

Onlangs sprak Buist nog telefonisch met een medewerker van de Federatie van Afbouw Bedrijfschappen. De man had ooit bij het Landbouwschap (inmiddels opgeheven) gewerkt. Er volgt een sarcastisch lachje. “Jij hebt ervaring met het opheffen van pbo’s”, zei ik. “Jij weet hoe het moet. Help ons een beetje. We hoeven toch niet iedere keer het wiel opnieuw uit te vinden.”

Vorstverlet

Waar het K.O.E. vooral om gaat, en daarin is ze zeker geslaagd, is het “inzichtelijk maken” van de gelden die in de bedrijfstak en de vele collectieve regelingen omgaan. Want de doorsnee schilder (werkgever) begrijpt er geen barst van. “Niet omdat hij dom is, maar hij heeft al zijn tijd nodig om zijn bedrijf draaiende te houden. Hij heeft wel andere dingen aan zijn hoofd dan al die vergaderingen te bezoeken.”

Buist pakt het rapport van Pricewaterhouse Coopers, dat een kritisch onderzoek instelde naar de (on)mogelijkheden van een meer flexibele schilders-cao, erbij. Het boekwerk valt open op pagina 56. Een handzaam schema geeft een overzicht van de financieringsstromen in de schilderssector. Hij wijst op een piepklein lijntje. “Wie weet nou dat het bedrijfschap structureel 8 ton per jaar aan de vakbonden betaalt?

We hebben twee stichtingen en individuele werkgeversorganisaties waar een slordige 35 miljoen mee is gemoeid voor zo’n 1500 leerling-schilders. Maar niemand heeft een idee wat het opleiden van één leerling kost.”

Buist heeft wel ideeën wat er de vele miljoenen, die in zijn ogen nu een vage bestemming hebben, moet gebeuren. Daarbij vergeet hij niet het belang van de werknemers. Het bedrijfspensioenfonds (dat de pensioenregeling uitvoert voor 46.000 werknemers en 5400 werkgevers) heeft volgens het bureau Aon Consulting Nederland een overwaarde van ruim 1,4 miljard gulden. Zo’n 360 miljoen daarvan heeft de bedrijfstak niet nodig. Buist heeft een briljant idee. “Dit bedrag kun je toch overhevelen naar een bijzonder fonds. Geef het aan kwakkelende 59’ers en stuur hen met pensioen. Prachtig toch?”

Een ander idee van K.O.E. zal waarschijnlijk worden uitgevoerd: de teruggave van 120 miljoen gulden die vrijkomt doordat het vorstverlet komt te vervallen. De ledenvergadering van Fosag gaf twee weken geleden het bestuur opdracht dit bedrag terug te storten aan de bedrijven die het hadden betaald.

Buist bepleit een raam-cao, waarin voor bijvoorbeeld grote bedrijven aanvullende afspraken kunnen worden gemaakt. “Haal bepaalde zaken uit de collectieve sfeer. Wissel dingen uit. Een praktische reiskostenregeling is bijvoorbeeld voor een groot schildersbedrijf interessant; voor een dorpsschilder niet. Voor het ene bedrijf zijn de huidige regelingen overbodig, voor andere zijn ze te knellend.”

Raam-cao

Een raam-cao voor de bouw zou het mooist zijn. “Nu lukt dat nog niet, maar we kunnen een aanzet

geven. Stel dat we in de schilderssector erin slagen zo’n cao af te sluiten, dan kan daarvan een wervende werking uitgaan. Als dingen werken, kijken andere sectoren er ook naar. Adverteren doet begeren.”

De koeien zullen blijven loeien in de afbouwsector. Buist, lachend en zeker van zichzelf: “K.O.E. is geen griepje. Dit gaat niet vanzelf weer over!”

K.O.E.-voorzitter Buist wil bewust niet ‘prudent’ zijn

Reageer op dit artikel