nieuws

Honderd brugoefeningen als variaties op thema

bouwbreed

Stedenbouwkundige Frits Palmboom heeft onlangs een mooie omschrijving gegeven van het verschil tussen het ontwerp van woonwijken vroeger en nu. Vroeger, dat wil zeggen van 1945 tot de jaren negentig zochten ontwerpers naar de vorm van de herhaling, naar een vorm waarin min of meer identieke gerationaliseerde en gestandaardiseerde woningen konden worden ondergebracht.

In de individualistische samenleving van nu richt het ontwerp zich, aldus Palmboom, op de conditionering van het verschil. Van de stedenbouwkundige wordt niet langer gevraagd om uniforme eenheden in een grote ruimtelijke compositie samen te voegen, maar om voorwaarden te scheppen waarin verschillen kunnen ontstaan. Palmboom schreef over de conditionering van het verschil in een toelichting op zijn plan voor Ypenburg, maar het principe is overal in Vinex-land terug te vinden. Ook in Leidsche Rijn, dat een flexibel masterplan heeft waarin veel niet van tevoren is vastgelegd en ruimte is voor het toeval. Een van de makers van het masterplan voor Leidsche Rijn is Max 1, tevens de ontwerper van de bruggen in dit Utrechtse stadsdeel. Wat het masterplan in het groot is, zijn de bruggen in het klein: exploraties van verschillen. De eerste serie van twintig is gereed, een tweede serie is in aanbouw en uiteindelijk zullen het er ruim honderd worden. De bruggen zijn allemaal op hetzelfde simpele principe gebaseerd, met een brugdek van beton en met een lichte bolling, hoewel er ook voetgangersbruggen van hout zijn. Omdat er nergens iets onderdoor hoeft te varen, is geen grote overspanning gemaakt maar ligt elk brugdek op een heleboel kolommen. Constructief exhibitionisme, waar bruggenbouwers vaak last van hebben, is hier afwezig. De leuningen zijn van gepolijst RVS en overal waar gemotoriseerd verkeer rijdt is als beveiliging een even hard glimmende bumper op het brugdek gemonteerd, die als vangrail een eventuele eerste klap opvangt. Daardoor kon de leuning licht gehouden worden. Het principe van de bruggen is simpel: iedere verkeerssoort zijn eigen dek. Elk dek volgt zijn eigen verkeerslogica en biedt altijd de ideale aansluiting voor de desbetreffende verkeersdeelnemer. Dat betekent dat de brug niet uit één vlak bestaat maar uit een cluster van stroken, die afhankelijk van de situatie tegen elkaar aan liggen of uitwaaieren, bijvoorbeeld om de voetganger de kortste weg naar het zebrapad te bieden of omdat een middenberm in het brugdek wordt voortgezet als gat. Er is eerst nog gekeken of er een standaardbrug kon worden ontworpen, maar toen bleek dat er zo veel verschillende situaties waren dat dat geen zin had, is radicaal gekozen voor de omgekeerde weg. Iedere brug is een op maat gesneden oplossing geworden, een pakkende illustratie van de conditionering van het verschil.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels