nieuws

Lessen van stedenbouw in Berlijn

bouwbreed

Laat de norm van één parkeerplaats per woning in binnensteden los en geef ontwikkelaars alle gelegenheid er net zoveel te plannen als ze zelf willen. Op één voorwaarde: het moet ondergronds. Architect en stedenbouwer Kees Christiaanse is er dezer dagen zelf getuige van dat Berlijn met die keuze uitstekende resultaten boekt.

“Je kunt als stedenbouwer zoveel plannen als je wilt, mensen blijven toch een huis met een tuin verlangen. En zodra de mogelijkheden zich aandienen, treedt onvermijdelijk suburbanisatie op. Dan ontstaan slaapsteden in de buitenwijken. Ook in Berlijn, dat voorlopig nog volop ruimte heeft om te bouwen.” Kees Christiaanse is sinds vijf jaar hoogleraar aan de TU Berlijn. Hij kent de Duitse bouwpraktijk sinds zijn Rotterdamse bureau begin jaren negentig een filiaal opende in Keulen. Vorige week discussieerde hij met Nederlandse collega’s die op initiatief van Nirov en het Stimuleringsprogramma intensief ruimtegebruik het verdichte bouwen in Berlijn aan een nadere beschouwing onderwierpen. Christiaanse is inmiddels opgehouden zich druk te maken over de niet te stuiten suburbanisatie. “Tachtig procent van de mensen wil een huis met een tuin. Net zo goed als dat de meesten niets moeten hebben van moderne architectuur. Dat zijn bijna universele waarheden.” Duitsland kent geen traditie van grootschalige volkswoningbouw onder architectuur. Veel projecten worden door kleine ontwikkelaars in opdracht van particuliere beleggers gerealiseerd. Daardoor is de schaal van woningbouw niet zo groot. Ook in het Ruhrgebied zijn geen Bijlmerachtige situaties te vinden. De praktijk van architectenselectie is in Duitsland en Berlijn volgens Christiaanse niet corrupter dan in Nederland. Bij de oosterburen worden veel prijsvragen uitgeschreven, maar door slim de ‘onafhankelijke’ jury samen te stellen, wordt de selectie toch voorgekookt. Op die manier heeft Senatsbaudirektor Stimmann nadrukkelijk zijn stempel weten te drukken op de bouw in Berlijn na de Wende. Stimmann streeft volgens Christiaanse en veel anderen met zijn retro-architectuur een namaak-urbaniteit na. Alles moet zoveel mogelijk worden gebouwd in de stijl van voor de oorlog. Hij heeft zelfs plannen om het megalomane stadsslot dat in de Tweede Wereldoorlog compleet werd vernield, alsnog op te bouwen. Christiaanse heeft meer tegendraadse opvattingen. Zo pleit hij ervoor transferia en Ikea’s of andere grootschalige detailhandelsvestigingen bij stations in de binnensteden te plaatsen. Dat staat haaks op het vigerende ABC-beleid, maar je bewijst er de binnensteden volgens de hoogleraar een grotere dienst mee. Hij probeert dat te bewijzen in stedenbouwkundige plannen voor Groningen en Oslo waaraan hij nu werkt. Verbaasd is Christiaanse over het feit dat in Berlijn ook buiten de stadskern grote gemengde woningbouwcomplexen levensvatbaar blijken. De vervlechting tussen wonen en werken is er groter, maar Christiaanse vermoedt dat dat wel een aflopende zaak is. Geduld is wel vereist bij bouwen in Berlijn en de rest van de Bondsrepubliek. Want een instrument als de artikel 19- procedure, waarmee bezwaarmakers buiten spel kunnen worden gezet, ontbreekt. Gemiddeld zit er zes jaar tussen het voorlopig ontwerp en het moment dat de eerste paal de grond in gaat.

In Cobouw van morgen uitgebreid aandacht voor stedelijk bouwen in Berlijn.

‘Laat parkeernorm voor binnensteden los’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels