nieuws

Hochtief kneedt zich in elk tijdsgewricht

bouwbreed Premium

Hochtief maakt schoon schip met zijn geschiedenis. De onderneming kijkt terug op juwelen van bouwkunst en ziet onder ogen hoe het bedrijf verstrikt raakte in de nazi-dictatuur van Hitler-Duitsland. De historie is vastgelegd in een 352 pagina’s dikke kroniek waarin geen blad voor de mond wordt genomen.

Het boekwerk van de historici Manfred Pohl en Birgit Siekmann illustreert hoe bouwers aanpappen met de invloedrijken om ten slotte zelf deel uit te maken van de macht. Opdrachten zijn niet alleen een kwestie van prijs, maar ook een zaak van gunnen. Daarom verzette Hochtief in de achterliggende 127 jaar telkens de bakens om zich zo effectief als ook maar mogelijk te warmen aan zijn geldschieters. Zonder veel scrupules. Bij de noodzakelijk geachte beslissingen speelden voor de bestuurders en werknemers politieke signatuur, kerk en ras ondergeschikte rollen. Als alle andere zette het bedrijf in de oorlogsjaren massaal dwangarbeiders in. De huidige directeur Hans-Peter Keitel wil voor die schandvlek niet weglopen. “Duitsland – ik zeg bewust niet de Duitse economie – heeft dwangarbeiders onder onmenselijke omstandigheden aan het werk gezet en Hochtief was een deel van dit systeem. De deelneming aan het fonds van de Duitse economie voor dwangarbeiders is voor ons daarom een principiële verplichting en niet één die zich laat meten met de moeilijk te beoordelen individuele betrokkenheid.”

Ouder

Hochtief blijkt minstens twee jaar ouder dan kort geleden in de directiekamer in Essen nog werd gedacht. Grondleggers van de onderneming die dit jaar haar 125-jarig jubileum viert, zijn de gebroeders Philipp en Balthasar Helfmann. De twee verdienen vanuit standplaats Bornheim hun eerste geld met afbraak en nieuwbouw in de onstuimig groeiende regio Rijn-Main. De door Pruisen geannexeerde vrije stad Frankfurt telt in 1817 slechts 41.500 inwoners. Een eeuw later is dat aantal meer dan vertienvoudigd. En passant slokt de opkomende metropool zelfstandige steden als Bornheim op. De firma Gebroeders Helfmann krijgen in 1879 de eerste grote opdracht met de bouw van de universiteit in Giessen. Na de dood van Balthasar wordt de naam van het bedrijf in 1896 gewijzigd in Aktiengesellschaft für Hoch- und Tiefbaute. Het gewapend beton doet zijn intrede en de onderneming maakt een sprong voorwaarts. De vooruitgang wordt gemarkeerd door de oplevering in 1901 van de in gewapend beton uitgevoerde graanopslag voor de Italiaanse havenstad Genua. Als extra service regelt de aandelenmaatschappij met haar vele goede contacten ook de financiering. Al voor de Eerste Wereldoorlog – waarvan de onderneming weinig hinder heeft – ontwikkelt het bedrijf zich tot een prominente bouwer van fabrieken, bruggen en opslagplaatsen. Spoedig verrijzen ook stationsgebouwen, theaters en stadhuizen. De synagogen in de Frankfurter stadsdelen Ostend en Westend zijn eveneens van de hand van de aandelenmaatschappij. Hoewel de meeste activiteiten zich concentreren in en rondom Frankfurt, slaat het bedrijf de vleugels uit en vestigt bijkantoren in München, Berlijn (beide 1912) en Essen (1913). In 1921 komt de onderneming in de greep van kolen- en staalmagnaat Hugo Stinnes. Standplaats wordt Essen en de naam voortaan Hochtief. Voor de nog jonge Stinnes past de bouwer prima in zijn uitbreidingsplannen. Als het concern drie jaar later al uit elkaar valt, gaat de meerderheid van de aandelen naar het elektriciteitsbedrijf Rijnland-Westfalen (31 procent) en verschillende banken. Hochtief telt dan vierduizend medewerkers.

Ruhrgebied

Dankzij het uitstapje naar Stinnes krijgt Hochtief vaste grond aan de voeten in het bruisende Ruhrgebied. De bouw van gasfabrieken, elektriciteitscentrales en mijnen wordt dagelijks werk. Daarnaast verschijnen tientallen kerken en steeds hogere kantoren. Havens, kanalen en stuwdammen zijn andere specialisaties. Voor de machtsovername door Hitler in 1933 bouwt Hochtief in Nederland een brug bij Zaandam en kolenbunkers voor de Staatsmijnen in Limburg. Vanaf 1933 maakt Hochtief een geleidelijk aanpassingsproces door en stelt zich gedwee in op de gewijzigde omstandigheden. Te boek staan als jodenfirma maakt je bij de nieuwe opdrachtgevers niet populair. Dus worden de oude, soms bijzonder hechte banden één voor één doorgesneden. In de jaren onder het hakenkruis bouwt Hochtief zowel het Ajax-stadion en een koelhuis voor de centrale markt in Amsterdam als het stadion voor de rijkssportvelden in Berlijn. Her en der worden grote woonwijken uit de grond gestampt, fabrieken uitgebreid en pronkerige partijcentrales neergezet. Hochtief krijgt een belangrijk aandeel in de aanleg van snelwegen, bunkers en verdedigingswerken zoals de Atlantikwall.

Kerncentrales

Na de oorlog verliest Hochtief zijn buitenlandse dochtermaatschappijen, waaronder de in 1924 opgerichte Nederlandse Bouw- en Aanneming Mij in Amsterdam. Pas na de totstandkoming van het huidige democratische Duitsland in 1949 en jaren van puinruimen vindt Hochtief weer zijn weg omhoog op de internationale ladder. De sterke binnenlandse positie vloeit rechtstreeks voort uit de nauwe band met moedermaatschappij energiebedrijf RWE. In de jaren 1967-1975 bouwde Hochtief als geen ander kerncentrales. Het huidige Hochtief is met een bouwprestatie van 22 miljard euro en veertigduizend werknemers de op vijf na grootste bouwer in de wereld. De onderneming verplaatste in Egypte de beroemde tempels van Abu Simbel (1963- 1968) en bouwde in Frankfurt met de Messetoren (1991) en de Commerzbank (1997) Europa’s hoogste kantoorgebouwen die tot 259 meter naar de hemel reiken. Aanleg in 1907-1908 van de spoorbrug bij Daun-Willich in de Eifel. Farao Ramses in de takels. Het tempelcomplex van Aub Simbel moest in de jaren zestig wijken voor het Nijlwater achter de stuwdam bij Assoean De Katse-dam in het bergland van het Afrikaanse koninkrijk Lesotho is het kernstuk van het in 1998 opgeleverde Highlands Water Projects. Kroniek neemt geen blad voor de mond

Reageer op dit artikel