nieuws

Funderingsbranche beter af met innovatiecentrum

bouwbreed Premium

Er moet voor de funderingsbranche een kennis- en innovatiecentrum worden opgericht. Dit centrum zou niet alleen een belangrijke functie moeten vervullen op het gebied van kennisoverdracht, het zou tevens voor een imagoverbetering van de sector kunnen zorgen. Juist dit laatste is van belang, omdat het werken bij een funderingsbedrijf slecht staat aangeschreven binnen de bouw.

Dat zegt voorzitter L. Middendorp van de vakvereniging Het Zwarte Corps. Volgens hem zijn diverse bedrijven in de branche bezig met het ontwikkelen van specialisaties. “Zowel bouwtechnisch als geotechnisch lijken die innovaties zoveel op elkaar dat iedereen bezig is het wiel opnieuw uit te vinden.” Volgens Middendorp kan dat veel efficiënter als de branche meer aan kennisoverdracht zou doen. “Het moet dan wel verder gaan dan het uitwisselen van ervaringen.” De voorzitter van Het Zwarte Corps zei dit het afgelopen weekeinde tijdens de contactdagen van de funderingsbranche in het Infra-opleidingscentrum van SBW in Harderwijk. Deze contactdagen waren door de Nederlandse Vereniging Aannemers Funderingswerken (NVAF) en Het Zwarte Corps op touw gezet om de funderingsbranche onder de aandacht van onder andere scholen te brengen. De branche kampt namelijk met een lage instroom van nieuwe arbeidskrachten. Dit komt volgens de brancheorganisaties vooral door het slechte imago van het funderingswerk. Middendorp: “De branche moet zich beter gaan verkopen. Het vak heeft geen uitstraling. Een kennis- en innovatiecentrum zou daarin een belangrijke taak kunnen hebben. Overigens spelen ook de huidige leeftijdsgrenzen voor werken en opleidingen in de branche een niet onbelangrijke rol bij de lage instroom.” Hiermee doelt Middendorp op het feit dat medewerkers tot achttien jaar niet onder een stelling mogen werken en kan iemand onder de 21 geen opleiding tot machinist volgen. “Het is dan ook belangrijk dat deze leeftijdsgrenzen onder bepaalde voorwaarden worden verlaagd”, vindt de voorzitter van Het Zwarte Corps.

Dood paard

Hij zegt zich samen met de NVAF voor de komst van een branchebreed centrum hard te willen maken. “Maar ik ben niet van plan aan een dood paard te gaan trekken. De bedrijven moeten er zelf het nut van inzien. Wanneer zij er, uit bijvoorbeeld concurrentieoverwegingen, niets voor voelen, houdt alles op.” De financiering van een dergelijk centrum zou voor een belangrijk deel bij de bedrijven liggen, hoewel Middendorp wel mogelijkheden ziet voor financiering met bijvoorbeeld subsidies van het ministerie van Economische Zaken.

Op pagina 9: Scholieren geven funderings-bedrijven het nakijken.

Reageer op dit artikel