nieuws

De auto mag weer

bouwbreed Premium

Wie de auto pakt, hoeft zich niet langer te schamen.

Automobiliteit en de groei ervan – dertig procent tot 2020 – zijn volgens het deze week gepresenteerde Nationaal Verkeer- en Vervoersplan (NVVP) niet langer zaken die van rijkswege moeten worden bestreden.

Het zijn gegevens op basis waarvan moet worden geïnvesteerd in infrastructuur. Niet langer blijven wegen als de A12 tussen Gouda en Den Haag gedoemd eeuwig knelpunt te blijven. Het NVVP ademt een nieuwe sfeer. Natuurlijk was het failliet van het autootje pesten al aangekondigd in de eerder verschenen Perspectievennota en in een rapport van de VROM Raad. Het was natuurlijk allang duidelijk dat alle bedenksels om de groei van het wagenpark en het aantal gereden kilometers in te dammen hopeloos faalden. Daarom was het ook hoog tijd voor slimmer en realistischer beleid. Verrassend is dat het kabinet nu zover gaat, dat het garanties biedt voor de reistijden op snelwegen. In de spits moet het mogelijk zijn minimaal met een gemiddelde snelheid van zestig kilometer per uur van A naar B te komen. Lukt dat niet, dan gaat Verkeer en Waterstaat investeren in meer capaciteit. Voor het eerst wordt hierdoor meetbaar of die investeringen leiden tot het beoogde resultaat. Het uitbouwen van het wegennet komt in dit beleid niet langer op de laatste plaats. Weliswaar zullen de investeringen altijd gepaard gaan met benuttingsmaatregelen (bijvoorbeeld slimme technologie en drie smalle stroken op de plek van twee gewone) en soms met beprijzing (spitsheffing of tol en in de toekomst kilometerheffing), maar op het aanleggen van nieuw asfalt rust net als op het gebruik van de auto niet langer een taboe. De infrastructuurbouwers moeten dit beleidsvoornemen ervaren als een verademing. Zeker ook omdat het kabinet garandeert dat de investeringen in wegen, rails en vaar-routes tussen 2010 en 2020 op hetzelfde hoge niveau zullen blijven. Dat betekent dat er jaarlijks in het Meerjarenprogramma voor Infrastructuur en Transport (MIT) ruimte is voor nieuwe projecten. Voor de bedrijven die betrokken zijn bij de aanleg biedt dat een perspectief van continuïteit. De PvdA kan nu met de VVD autopartij worden genoemd. Maar minister Netelenbos geeft het nationale wagenpark toch niet helemaal de ruimte. Terecht bedenkt ze zich wel drie keer als het gaat om de aanleg van echt nieuwe weg- of spoortracés. Alleen als het gaat om ontbrekende schakels mag nog een landschap worden doorsneden. Maar liever ziet de minister het extra asfalt langs bestaande wegen gelegd. Het is verstandig dat die ruimtelijke barrière wordt gelegd en dat het tegengaan van verdere versnippering van de natuur hoog op de politieke agenda is gezet. Het kabinet zou zelfs hier en daar regionale wegen willen sluiten om de natuur te herstellen. Daarvoor is een een goed functionerend hoofdwegennet onontbeerlijk. Daarom is het ook goed dat Netelenbos vrijwaringsstroken langs de snelwegen wil instellen waar niet mag worden gebouwd en in de toekomst nieuwe rijstroken kunnen komen.

Reageer op dit artikel