nieuws

Uitbaggeren Westerschelde financiële misère

bouwbreed

De verdieping van de Westerschelde dreigt uit te lopen op een financieel debacle. De kosten pakken 70 tot 200 miljoen gulden hoger uit dan was geraamd.

Het Vlaams Gewest draait geheel voor deze strop op. Nederland komt er vanaf met slechts wat kleerscheuren en een flinke reprimande van de Algemene Rekenkamer. Dit blijkt uit de gisteren gepresenteerde onderzoeksresultaten van het Rekenhof in België en de Algemene Rekenkamer in Nederland. Het Vlaams Gewest heeft nooit een kosten- batenanalyse gemaakt, Nederland heeft er nooit om gevraagd. De rekenkamers noemen beide nalatigheden uiterst verwijtbaar. De belangrijkste oorzaak van de misrekening ligt op de bodem van de Westerschelde. Bij aanvang van het baggerwerk is nooit duidelijk geweest hoeveel scheepswrakken moesten worden geruimd. Uitgegaan is van twintig wrakken, maar dat blijken er dertig meer te zijn die bij Vlissingen zijn gevonden. De totale kosten van een half miljard gulden worden nu met 70 tot 200 miljoen overschreden, die volgens het verdrag voor rekening van België komen.

Rijkswaterstaat

Vanwege impasses in de onderhandelingen achtte Rijkswaterstaat het toentertijd niet nodig een diepgaand onderzoek te verrichten naar de wrakken bij Vlissingen, hoewel de dienst – al voor het sluiten van het verdrag met België – over een wrakkenregister beschikte, zo stellen de rekenkamers. Dit register geeft echter geen nauwkeurige beleidsinformatie over de ligging van de scheepswrakken en de aard van de lading. Ook de vereiste natuurherstelwerkzaamheden op Nederlands grondgebied kenden van tevoren geen duidelijke specificatie. De bijdrage van het Vlaams Gewest (44, miljoen) besteedt Nederland vooral aan projecten die niet direct met het verlies van natuurwaarden als gevolg van het baggeren samenhangen. De meerkosten komen voor rekening van Nederland.

Informatie

In de uitvoeringsfase mankeert ook het een en ander, concluderen de rekenkamers. Het Vlaamse parlement is enkel ingelicht over de laagste ramingen en nimmer over de overheadkosten die Nederland zijn buurland in rekening bracht. De Vlamingen wisten evenmin iets van bijkomende onderhoudsbaggerwerken, die jaarlijks 48 miljoen gulden kosten. De verantwoordelijke minister van het Vlaams Gewest verdedigt zich met de stelling dat uitdieping van de Westerschelde “het eerste grootschalige project in de Belgische geschiedenis is, waar zoveel aandacht aan het milieu is geschonken”. Hij belooft het Rekenhof met ingang van april het parlement eenmaal per kwartaal te informeren over de voortgang van het baggerwerk.

Nabuurschap

Nederland schokschoudert onder het verwijt van de rekenkamers. Staatssecretaris De Vries houdt de Algemene Rekenkamer en het Rekenhof voor dat ze te weinig rekening hebben gehouden met het feit dat verdieping van de Westerschelde vooral een Belgisch belang heeft en het hele project gebukt gaat onder een grote politieke beladenheid. Omwille van goed nabuurschap besloot Nederland mee te werken aan het project. Beide rekenkamers zijn echter van mening dat “goed nabuurschap óók een goede projectorganisatie en een goed financieel beheer omvat”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels