nieuws

Hoogspanningskabels duiken onder

bouwbreed

Waar oude kabels worden vervangen, kiezen bedrijven vaak voor ‘smart cables’ en kabels die geschikt zijn voor het transport bij hogere spanning. Behalve geleiders voor de stroom, wordt vaak ook glasvezel aangebracht om de temperatuur te meten en communicatiesignalen voor de beveiligingsrelais te voeren. Omdat in steden stroom vaak niet bovengronds kan worden getransporteerd, maar de elektriciteitsvraag blijft toenemen, bestaat behoefte aan ondergrondse hoogspanningskabels.

Wanneer stroom onder hoge spanning moet worden getransporteerd, gebeurt dat bijna altijd bovengronds. Het wemelt dan ook van de hoogspanningslijnen. Buiten de stad is dat meestal niet zo’n probleem, maar in verstedelijkte gebieden wel. Bij gebrek aan ruimte voor de hoge masten en kabels, verloopt het energietransport daar ondergronds. Om te kunnen nagaan of een 400 kV kabel goed functioneert, wordt hij onderworpen aan een duurproef. De eisen hiervoor zijn door CIGRÉ (International Conference on Large High Voltage Electric Systems) vastgesteld. In Europa worden kabels van 400kV alleen op grote schaal toegepast in Berlijn en Kopenhagen. Maar met de toenemende vraag naar elektriciteit zullen zij de komende jaren ook elders hun opwachting maken. Omdat er nog maar weinig ervaring mee is opgedaan, wordt op dit moment naarstig geëxperimenteerd en getest. Het hoogspanningslaboratorium van KEMA voerde vorig jaar in opdracht van NKF voor het eerst een dergelijke proef aan een 400 kV kabel met garnituren uit. Ir. W.J.W.M. Sloot, senior-testengineer bij KEMA: “In de praktijk wordt de kabel op verschillende manieren gelegd. Gewoon in de grond, in een tunnel samen met andere kabels, of in een kelder waar moffen in de kabel kunnen worden gemonteerd. Tijdens de proef bootsen we die situatie zo goed mogelijk na.” Op de kabel wordt continu een spanning gezet die 70 procent hoger is dan normaal. Daarnaast wordt de kabel cyclisch belast – zestien uur ‘aan’, 32 uur ‘uit’ – met een bepaalde stroom. Hierdoor bereikt de geleider een maximale temperatuur van 95 graden Celsius. De kabel van NKF heeft de duurproef goed doorstaan.

Als stroom door de kabel wordt gevoerd, wordt de aluminium of koperen

geleider warm en zet uit. Datzelfde doet ook de glasvezel, die in de kabel zit om de toestand van de geleider te monitoren. Door dit oprek- en inkrimpproces, kunnen scheurtjes ontstaan in de glasvezel. Er is een nieuwe methode om minuscule breukjes in een glasvezel vroegtijdig op te sporen. Aan één kant wordt een optisch signaal de glasvezel ingestuurd. Door het retoursignaal te analyseren, is vast te stellen of en waar glasvezels zijn opgerekt of ingedrukt. Daar is de dichtheid van het glas anders en dat geeft verstoring in het optische signaal.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels