nieuws

Energiemarkt verbreedt diensten

bouwbreed

De vrije energiemarkt zal de dienstverlening van de grote(re) installatiebedrijven verbreden. Dat verwacht de Vereniging van Nederlandse Installatiebedrijven in Zoetermeer. De nadruk zal meer komen te liggen op de levering van ‘eindproducten’ als warmte en licht dan op de aanleg van leidingen en apparatuur.

De energiemarkt voor middelgrote verbruikers komt in 2003 vrij en die voor de kleine eind 2006. Het ministerie van Economische Zaken wil die laatste datum vervroegen. De veranderingen zijn volgens secretaris Beleidsontwikkeling drs. H. van den Oever van de VNI al volop gaande. Te denken valt aan het onderhoud van apparatuur. Aanvankelijk onderhielden de nutsbedrijven zelf de verhuurde boilers, geisers en cv-ketels. Op grond van de Wet energiedistributie moesten de nutsbedrijven deze activiteiten onderbrengen in een aparte onderneming. Zo ontstonden gespecialiseerde bedrijven, die planmatig onderhoud verrichten.

Prestatiecontracten

De gevolgen van die ontwikkeling kunnen ver strekken. Bedrijven hoeven de diensten niet te beperken tot de levering en het onderhoud van een boiler, maar kunnen ook de benodigde elektriciteit aanbieden. Ofwel: de klant koopt warm water in. Op die manier vergroot de toegevoegde waarde. Het lijkt erop dat het die kant op gaat, want technische beheerbedrijven bieden steeds meer prestatiecontracten aan. De afnemer betaalt dan een bepaald bedrag voor een liter warm water of een Joule warmte. Het eigendom van de infrastructuur kan door middel van een opstalrecht worden geregeld. Dit soort contracten zijn in België en Frankrijk gebruikelijk, weet Van den Oever. Daar komt bij dat het Belgische nutsbedrijf Fabricon belangen heeft in Nederlandse installatiebedrijven die onder meer dergelijke prestatiecontracten aanbieden. De liberalisering van de energiemarkt zal deze ontwikkeling alleen maar versnellen. De reeds vrije energiemarkt voor grootverbruikers biedt daarvoor inmiddels al kansen.

Slim inkopen

De nadruk komt dan vooral te liggen op het slim inkopen van energie en beduidend minder op de installatie, die maar een klein deel van het geheel vormt. Op die manier komt de sector ook af van aanbestedingen waarvan alleen de prijs van de installatie bepalend is. Het gaat steeds meer om de kosten van de toekomstige prestaties die in de aanbesteding tot uiting komen. In zo’n geval geeft niet de laagste prijs de doorslag, maar het technisch en financieel rendement. Dat laatste vergt ‘financieel ingenieurswerk’ en dat stelt specifieke eisen aan de bedrijven. Installateurs voeren geen kapitaalintensieve ondernemingen. Dus hebben ze niet altijd de middelen om in die markt mee te kunnen. Het maken van financiële constructies is een nog redelijk onontgonnen terrein voor de bedrijfstak.

Veranderingen

De VNI probeert daarin met de werkgroep Energiediensten, waarin alle grote(re) leden zitten, enige verandering te brengen. Het nutsbedrijf Nuon nam eerder één van deze grotere bedrijven over. Secretaris Van den Oever verwacht dat mede op die wijze een integratie ontstaat van diensten die vroeger volstrekt gescheiden waren. Op bedrijventerreinen kunnen bijvoorbeeld allerlei technische combinaties ontstaan, waarmee de ene onderneming de restenergie van de andere gebruikt of waarmee het nutsbedrijf overtollige energie terugkoopt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels