nieuws

Altijd op hoge poten

bouwbreed

Met de regelmaat van de klok ontvang ik van een club aannemers en projectontwikkelaars met de afkorting NVB onderzoeksrapporten, persberichten en kopieen van haar brieven aan bewindslieden over alles en nog wat. Voorzitter ‘Jelle’ Kuiper is niet voor de poes, hij zegt recht voor z’n raap waar het op staat.

Ik vraag me toch af of hij, door dit met grote regelmaat te doen, wel z’n doel bereikt of juist dit doel voorbijstreeft. Politici

zijn ook maar mensen en het is niet altijd leuk om publiekelijk aan de schandpaal

te worden genageld.

Deze week ontving ik van de NVB een kopie van haar brief aan de staatssecretaris van Volkshuisvesting, waarover deze krant woensdag berichtte. Kort gezegd wil de NVB meer grotere en luxe, dus duurdere, woningen voor de verkoop. Daarbij kan zij geen overheidszeggenschap gebruiken, en wil een ruimhartig en soepel beleid voor de Ruimtelijke Ordening. De NVB dagdroomt ook van de woningbouw zoals die plaatsvond in de jaren dertig.

Over het geheel maakt deze brief op mij een enigszins altruistische indruk, maar ik betwijfel of dat de oprechte bedoeling is. Het zou voor deze belangenvereniging pleiten als zij in haar correspondentie met bewindslieden en instanties ook een alinea wijdt aan het economisch belang van haar leden van het kunnen beschikken over grote bouwvolumes, dus omzet. Voorzitter ‘Jelle’ Kuiper mag geen vos worden die de passie preekt, terwijl hij feitelijk achter andermans kippen aanzit.

Overigens vind ik het geen schande als een branche opkomt voor de economische belangen van de branchegenoten en in dit geval – de bouwbranche – betreft het een van de belangrijkste sociaal-economische pijlers van ons land.

Natuurlijk ben ik het met de NVB eens dat men te eentonig bouwt op de grote nieuwbouwlocaties, er komen te veel kleinere en goedkope woningen, te veel flats, de woonomgeving is schamel, de aanleg van wegen, fietspaden en openbaarvervoer loopt altijd jaren achter op de oplevering van nieuwbouwwijken. De bouwdichtheden per hectare zijn te hoog, soms vijfentachtig woningen per hectare. Gemeenten bemoeien zich via bestemmingsplannen en (die ellendige) erfpacht gedetailleerd met zaken die ze niet hoeven te regelen.

Ook vraag ik me af hoe ons landje er uit gezien zou hebben als bouwers en projectontwikkelaars het alleen voor het zeggen hebben gehad vanaf 1965. Maar ik moet zeggen dat, hoe ik me ook erger aan de regierol en de stringente ruimtelijke plannen van overheden, het resultaat wellicht toch beter is dan in het eerste geval.

Vele woningen die gebouwd zijn vanaf 1965 verdienen niet de schoonheidsprijs en zijn kwalitatief niet al te best, maar het zou onjuist zijn hiervan de schuld alleen bij de overheden te leggen. Naar mijn mening hebben projectontwikkelaars, architecten en bouwers hieraan ook hard meegedaan en niet alleen uit ideele oogpunten. De woonconsument is vaak vergeten, wie hield rekening met de wensen van de koper/huurder?

Hoe servicegevoelig is de bouwsector voor deze consument? De woningen verkocht men toch wel, de vraag was groter dan het aanbod en de winst was pro rata. Is nu de angst dat de vraag verandert en wellicht afneemt, de raadgever van bouwers en ontwikkelaars om van koers te veranderen? Is het daarvoor nodig dat zij zich uitsluitend met kritiek tot de overheden richten? Alsof de overheid voor alles kan zorgen.

Ik denk dat overheden samen met bouwers en ontwikkelaars moeten inspelen op de veranderende vraag op de woningmarkt en de mondige consument. Kwaliteit en service van het ‘product’ (woningen) in redelijke verhouding brengen tot de (verkoop/huur)prijs zou een aardig begin zijn. Bij kwaliteit kijk ik niet slechts naar de woning zelf, maar vooral naar woonomgeving, parkeergelegenheid, infrastructuur, openbaar vervoer, winkels, scholen, culturele en sociale voorzieningen.

Over service van de bouwwereld aan de consument is al zoveel geschreven en gezegd, dat ik daaraan niets kan toevoegen.

Dan de hogere prijzen waar de NVB op uit is: alleen met hogere koopprijzen trekt niemand betere kopers, ook dalen de prijzen niet zo maar bij meer aanbod. Kwalitatief goed onroerend goed zal duur blijven. Dat is gebeurd zonder bemoeienis van overheden, zij het dat de rentedaling hieraan sterk heeft meegeholpen. Overheden opjagen met brieven op hoge poten past niet in dit rijtje en leidt volgens mij tot verharding van standpunten, waarbij men meestal de poot stijf houdt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels