nieuws

2001: Hypotheekrenteaftrek naar dertig jaar

bouwbreed

Staatssecretaris Vermeend heeft een belangrijke wijziging aangebracht in de fiscale aftrek van (hypotheek)- rente voor de eigen woning. De fiscale aftrek van de rente die een belastingplichtige betaalt over leningen ter verwerving of verbetering van de eigen woning, wordt vanaf 2001 beperkt tot een termijn van 30 jaar.

Ook rente op onderhandse leningen voor de eigen woning valt onder het nieuwe regime. Een belastingplichtige kan straks maximaal 30 jaar lang in zijn belastingaangifte de aftrek van (hypotheek) rente op een lening opnemen.

De aanvangsdatum voor de renteaftrek is de datum waarop de lening ter beschikking wordt gesteld. Voor bestaande hypotheken wordt een overgangsrecht met een fictie ingevoerd. Voor alle hypotheken en andere schulden ter verwerving of verbetering van de eigen woning start de 30 jaarsaftrektermijn op 1 januari 2001. Op de korte termijn heeft de maatregel dus nauwelijks effect op de belastingaftrek van de woningbezitter Maar toepassing van de maatregel wordt complex als hij in de 30-jaarstermijn meermalen zijn woning verkoopt en verhuist.

Splitsing

Stel Piet (25 jaar) koopt in 2002 zijn eerste woning voor 300.000 gulden. De koopsom wordt volledig gefinancierd met een hypotheek van 300.000 gulden met een looptijd van 30 jaar. In deze situatie is de hypotheekrente over deze lening tot het jaar 2032 volledig bij Piet in zijn aangifte inkomstenbelasting aftrekbaar. Maar na 10 jaar verkoopt Piet zijn eerste woning voor 400.000 gulden (winst 100.000 gulden). Hij lost zijn hypotheek volledig af en koopt een nieuwe woning voor 900.000 gulden. Deze tweede woning financiert hij met een hypotheek van 800.000 gulden met een looptijd van 30 jaar (2042). Voor zijn hypotheekrenteaftrek moet Piet vanaf 2012 een splitsing aanbrengen. De rente over de eerste 300.000 gulden is nog maar aftrekbaar gedurende 20 jaar. Zijn hypotheekrente over de resterende 500.000 gulden schuld blijft 30 jaar aftrekbaar in de periode 2012 – 2042. Stel nu dat Piet nog tenminste tot 2032 in zijn woning van 900.000 gulden woont. In dat jaar eindigt de renteaftrek over zijn eerste hypotheek (300.000 gulden) en verhuist dit vermogen naar Box III. In Box III telt de schuld mee bij het bepalen van het vermogen dat jaarlijks is belast tegen de forfaitaire vermogensrendementsheffing van effectief 1,2 procent (3600 gulden). Ook als Piet in 2002 kiest voor een aflossingsvrije hypotheek of voor welke andere hypotheekvorm dan ook – een spaar- of een beleggingshypotheek – zodra de 30 jaarstermijn voor de hypotheekrenteaftrek in Box I eindigt, verhuist deze schuld naar Box III. Overigens worden op de bezittingen in Box III vóór belastingheffing eerst de schulden afgetrokken. Indien tegenover de schuld van 300.000 gulden, in dit geval in 2032, een vermogen staat van 300.000 gulden (bijvoorbeeld omdat Piet de hypotheek niet heeft afgelost en flink heeft gespaard of belegd) betaalt Piet per saldo geen rendementsheffing in Box III.

Aflossingsvrij

De staatssecretaris wil met dit nieuwe regime het fiscale voordeel van de aflossingsvrije hypotheek een halt toeroepen. Sinds de invoering van de beperking van de renteaftrek op consumptief krediet, stappen veel mensen over naar een aflossingsvrije hypotheek waaruit zij hun consumptieve bestedingen financieren. De rente op deze leningen is aftrekbaar. Tussen 1994 en 1998 steeg het aandeel van de aflossingsvrije hypotheek van 3,4 procent naar 17,5 procent. De staatssecretaris laat iedereen vrij om zijn hypotheek af te lossen, maar legt een absolute grens voor de renteaftrek van 30 jaar.

Lange termijn

Op lange termijn ontstaan complicaties bij belastingplichtigen die netjes hun hypotheek aflossen. Stel een 25-jarige koopt in 2002 een woning van 400.000 gulden. Hij lost deze hypotheek af in 30 jaar en trekt ook de rente af. Op 55-jarige leeftijd (2032) besluit hij eerder te stoppen met werk. Hij verkoopt zijn woning voor 700.000 gulden, koopt een nieuwe woning van 900.000 gulden en zit met een gat van twee ton hypotheek. De rente over deze hypotheek kan hij na 2032 niet meer aftrekken, omdat hij zijn 30-jaars aftrektermijn al heeft opgebruikt. Voor de meeste belastingplichtigen blijft de beperking van de hypotheekrenteaftrek zonder gevolgen. Komende generaties worden met de nadelen geconfronteerd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels