nieuws

De architect als programmeur

bouwbreed Premium

Architectuur is een vorm van toegepaste futurologie. Een ontwerp tracht immers een antwoord in materiaal en ruimte te zijn op een verwacht toekomstig gebruik. Nu is het zo langzamerhand voor iedereen wel duidelijk dat de toekomst zich niet zomaar laat voorspellen. Behalve voor architecten dan, want die lijken nog steeds voor de eeuwigheid te willen bouwen. En dat terwijl ze toch beter zouden kunnen weten. Elke architect heeft meer dan eens een gebouw verbouwd. Verandering van gebruik, maar ook aanpassing op nieuwe technische of bouwfysische eisen bij gelijkblijvend gebruik, zijn aan de orde van de dag. De vervangingscyclus van de gemiddelde kantoorgevel ligt op dit moment op zo’n vijftien jaar. Ook andere gebouwtypen hebben wat betreft hun gebruik niet het eeuwige leven: inzichten in het onderwijs of in het theater, om maar eens twee minder voor de hand liggende voorbeelden te noemen, zijn even veranderlijk als het weer.

En toch lijkt geen architect zich iets van deze onontkoombare, aan het gebruik van gebouwen inherente dynamiek aan te trekken. Sommigen gaan zelfs zover dat ze noodzakelijke aanpassingen met de wet op het auteursrecht in de hand tegen houden. Voor dergelijke architecten is een gebouw een dood ding, een eeuwig uniek antwoord op een ooit unieke vraag. Niet alleen voor dergelijke vechters voor het eigen geestelijk eigendom trouwens, voor vrijwel elke architect geldt dat het gebouw af is als het is opgeleverd. Zodra de publicatiefoto’s zijn genomen is de architect vertrokken. Mooier dan tijdens die eerste maanden wordt het blijkbaar niet meer. Maar gebouwen zijn niet dood, ze leven. Dat wil zeggen, het zou mooi zijn als ze leefden. Want de omstandigheden waarin een gebouw functioneert en dus de eisen die eraan worden gesteld zijn constant in beweging – monumenten en gedenkstenen uitgezonderd. Dat geldt niet alleen voor verandering op de langere termijn, maar ook op de korte. Het gebruik van een gebouw kan per dag of zelfs op verschillende momenten van de dag drastisch verschillen. Niet alleen het gebruik wijzigt, ook externe omstandigheden zijn dynamisch. Op de korte termijn wisselt het klimaat in een seizoens- en een dag en nachtritme. Op de langere termijn is er de dynamiek van de veranderende fysieke en maatschappelijke context.

Hoeveel comfortabeler en duurzamer zouden gebouwen niet zijn als ze

soepel op deze veranderingen konden reageren. Natuurlijk staan daarbij wat op te lossen technische bezwaren in de weg, maar de architect zou zijn taak ook anders moeten formuleren. In plaats van louter een producent van een uniek ruimtelijk product, zou de architect zijn taak mede moeten zien als programmeur van een ruimtelijk veranderingsproces. De factor tijd moet een plaats krijgen in het architectonisch ontwerp. De in de tijd wisselende omstandigheden en het veranderende gebruik zouden het belangrijkste onderdeel van het programma van eisen moeten zijn. Het programma is daarbij niet de als absoluut gepresenteerde, maar altijd tijdelijke, opsomming van de vierkante meters en het gebruik op het moment van oplevering. Een vergelijking met een computerprogrammeur dringt zich op. Het feit dat in de IT-wereld vaak van computer- of programma-architectuur wordt gesproken is misschien niet zo toevallig. Een programmeur creëert niet zozeer een eindproduct, maar veel meer een proces; een set mogelijkheden die de gebruiker in staat stelt om ‘producten te maken’.

De architect als ruimtelijk programmeur zou zich eveneens in de

eerste plaats moeten richten op het creëren van een veld van mogelijke verandering en aanpassing: op het scheppen van mogelijkheden in plaats van feiten. Dat hoeft geen onstoffelijke, virtuele architectuur te zijn. Integendeel, de aanwezigheid van een fysieke, ruimtelijke structuur blijft noodzakelijke voorwaarde voor mogelijk gebruik. De vorm is echter niet meer stabiel, maar voorbereid op verandering. De mooie foto direct na oplevering is dan niet meer dan een arbitraire momentopname. Geprogrammeerde architectuur levert geen eindproduct, is nooit af en daarom ook nooit op zijn mooist. Vorm is dan niet meer het belangrijkste. Vorm is dan een tijdelijke modus, bepaald door de arbitraire omstandigheden van het moment op basis van de voorgeprogrammeerde structuur, de ingebouwde intelligentie en aanpassingsmogelijkheden. Geen geproduceerde, maar een geprogrammeerde architectuur waarbij het dynamische gedrag en veranderende eisen van de gebruiker en de wisselende externe en interne omstandigheden de vorm bepalen. Dat is pas consumentgericht en ecologisch bouwen en nog duurzaam ook.

Reageer op dit artikel