nieuws

Breda blijft tegen soberder HSL-plan

bouwbreed Premium

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat wil voor half oktober overleg voeren met Breda en de provincie Noord-Brabant over de infrastructuur die nodig is voor de HSL-shuttles van Rotterdam en Antwerpen naar Breda. Het is de bedoeling dat alle betrokken overheden voor die tijd een gezamenlijke afwegingsnota maken, waarin ook mogelijke versoberingen van de plannen aan bod komen.

Dit blijkt uit een brief die topambtenaar Splitthof aan Breda heeft geschreven namens minister Netelenbos van Verkeer en Waterstaat. Breda is zeer bezorgd en maakte tijdens een persconferentie nogmaals bekend niets te voelen voor het schrappen van de aanleg van een extra perron voor de shuttles, keersporen en een ongelijkvloerse kruising ter hoogte van het NAC-stadion. Verantwoordelijk wethouder L. van Beusekom-Nix (ruimtelijke ordening) meent dat van het schrappen van deze vitale onderdelen geen sprake kan zijn, omdat ze zijn vastgelegd in de planologische kernbeslissing en het Tracébesluit. Het kan volgens het stadsbestuur van Breda niet meer de vraag zijn óf de betreffende voorzieningen er komen. Wel willen burgemeester en wethouders praten over de vraag hoe ze worden uitgevoerd. Zowel Breda als de provincie Noord-Brabant zijn al enkele weken bezorgd over de kwaliteit van de aansluiting van de hogesnelheidslijn-Zuid. De projectorganisatie van de HSL heeft aangegeven te willen bezuinigen. Officiële besluiten zijn daarover echter nog niet genomen.

Praten

Bugemeester en wethouders van Breda wijzen het voorstel van Verkeer en Waterstaat af om een gezamenlijke afwegingsnota te maken. In een brief aan minister Netelenbos geven zij aan zo snel mogelijk met de minister zelf te willen praten over de gang van zaken. In de brief aan Breda stelt ambtenaar Splitthof onder meer dat “beslissingen rond individuele projecten binnen hun totale maatschappelijke context en in overleg met de betrokken partners moeten worden overwogen”. Wethouder Van Beusekom-Nix maakte tijdens de persconferentie duidelijk niets van deze formulering te hebben begrepen. Zij heeft haar ambtenaren moeten laten uitzoeken wat ermee wordt bedoeld. “De onduidelijkheid druipt er van af. Ik kan de inhoud tweeledig opvatten. Of het ministerie verlangt van ons dat wij de hele besluitvorming herzien, óf de minister wil bekijken of er financiële voordelen zijn te behalen op bepaalde punten.” “Ik ben bang dat er op het ministerie een klein, maar niet te verwaarlozen zomergriepje heeft geheerst. Deze brief is daar volgens mij het resultaat van”, aldus de wethouder.

Reageer op dit artikel