nieuws

Warmtepomp drukt energieverbruik

bouwbreed Premium

Warmtepompen staan goed aangeschreven in de utiliteitsbouw. De voorziening geldt als een mogelijkheid energie te besparen. Vergeleken met een traditionele installatie is de investering duidelijk hoger en de exploitatie duidelijk lager. In de woningbouw ontmoet de warmtepomp door missers uit het verleden beduidend minder interesse.

Een eerder dit jaar ondertekend convenant moet de plaatsing van warmtepompen in de woningbouw bevorderen. Op grond daarvan komt jaarlijks zo’n 10 miljoen gulden subsidie vrij voor ontwikkeling, demonstratie en investeringbijdragen. Bij consumenten roept de term ‘warmtepomp’ nog weinig reactie op, constateert voorzitter P. van Alphen van de stichting Warmtepompen.

Moeite

Ook een voorgerekend rendement van 400 procent op elektriciteit oftewel 160 procent op primaire energie stuit op veel onbegrip. Daarbij komt dat consumenten doorgaans nogal wat moeite moeten doen om met financiële tegemoetkomingen een warmtepomp geplaatst te krijgen. De overheid voert een niet erg doorzichtig subsidiebeleid en verdeelt de bijbehorende gelden over verschillende loketten. De individuele burger kan nog geen rechtstreekse subsidie aanvragen. Het convenant moet daarin verandering in brengen. Het ministerie van Economische Zaken en de Novem zegden toe daaraan te willen meewerken. Ondernemers kunnen wat makkelijker aanspraak maken op een bijdrage uit de verschillende subsidieregelingen. De meeste energiebedrijven verstrekken aan de hand van het MilieuAktiePlan (MAP) subsidie. Die financiële stroom droogt eind dit jaar op. Met de overheid en de Novem bespreekt de stichting Warmtepompen voortzetting van deze regeling in een andere vorm. Het energiebesparingsfonds van de energiebedrijven betaalt wegens opheffing niet meer uit. De energie-investeringsaftrek voor non-profitbedrijven en corporaties (EINP) bestaat inmiddels ook niet meer.

Opleiding

Bedrijven kunnen nog wel gebruik maken van de energie- investeringsaftrek (EIA) en de vervroegde afschrijving milieu- investeringen (Vamil). Bij elkaar ontvangt een ondernemer 30 tot 35 procent fiscale tegemoetkoming op zijn netto-investering. De EIA geldt ook voor de bron, het warmte-afgiftesysteem, evenals voor alle installatiekosten. De stichting Warmtepompen bereidt intussen een kwaliteitskeur voor. In het verlengde van deze onderscheiding ligt een opleiding voor installateurs. Die zullen volgens Van Alphen een bepaalde mate van bekwaamheid moeten hebben om een kwaliteitswarmtepomp te kunnen installeren. De stichting werkt sinds driekwart jaar met hulp van een technische hogeschool de modules uit. De Novem betaalt daaraan mee. De opleiding wordt volgens plan komend najaar aangeboden aan marktpartijen.

Reageer op dit artikel