nieuws

Een intentieverklaring kan bindender zijn dan u verwacht

bouwbreed Premium

Partijen die in onderhandeling zijn willen om uiteenlopende redenen nog wel eens een intentieverklaring opstellen. Maar wanneer is sprake van een intentieverklaring en wanneer van een bindende overeenkomst? De bindende kracht van intentieverklaringen moet niet worden onderschat.

De reden voor het opstellen van een ‘intentieverklaring’ kan zijn dat partijen afspraken omtrent de lopende onderhandelingen willen maken of dat partijen reeds op enkele punten overeenstemming hebben bereikt en die wensen vast wensen te leggen. Het eerste soort afspraken gaat meestal over het traject van de onderhandelingen, partijen wensen exclusiviteit in de onderhandelingen, gedrags- of procedure-afspraken (verkrijgen van vergunningen danwel andere door partijen te nemen stappen teneinde de hoofdovereenkomst te kunnen sluiten). Het laatste soort afspraken betreft afspraken met betrekking tot de hoofdzaak. In dit laatste geval zal dan ook eerder sprake zijn van een (hoofd)overeenkomst dan van een intentieverklaring, ervan uitgaande dat het betreffende stuk door alle partijen is ondertekend. Het eerste hiervoor beschreven type is feitelijk ook een overeenkomst doch betreft geen afspraken met betrekking tot de hoofdzaak en leent zich derhalve waarschijnlijk het best voor de aanduiding intentieverklaring.

Gebonden

De reden voor partijen om het hierboven bedoelde stuk ‘intentieverklaring’ te noemen is meestal omdat zij daarmee een beperkte gebondenheid willen aangeven. Zoals hierboven al kort aangestipt is het echter afhankelijk van de formulering en gedetailleerdheid van de afspraken of een dergelijk document is te kwalificeren als intentieverklaring of als (hoofd)overeenkomst. Het komt veel voor dat partijen hierdoor verder zijn gebonden dan zij aanvankelijk wellicht hadden beoogd. In hoeverre partijen ten aanzien van de hoofdzaak zijn gebonden zal, indien de tekst van het schriftelijke document niet eenduidig is, veelal door een rechter worden beoordeeld aan de gedragingen van partijen en eventuele overige feiten en omstandigheden. Essentieel is hierbij het antwoord op de vraag of tussen partijen ten aanzien van de in het schriftelijk document opgenomen punten wilsovereenstemming bestond. Een aantal factoren die hierbij een rol spelen zijn:

* De gebruikte formuleringen in het schriftelijke document. Gebruik van de aanduiding ‘intentieverklaring’ is op zichzelf niet van doorslaggevende betekenis.

* Gedetailleerdheid van de bepalingen in het schriftelijke document.

* De gedragingen en handelwijzen van partijen tijdens de onderhandelingen.

* Het moment of de fase tijdens de onderhandelingen waarop ondertekening van het document heeft plaatsgehad.

Beperking

De reikwijdte van een ‘intentieverklaring’ is, zoals uit het bovenstaande blijkt, vaak onzeker. Er bestaan diverse mogelijkheden om de gebondenheid te verminderen. Gedacht kan worden aan:

* Duidelijke vermelding van de beweegredenen en bedoeling van partijen voor het opstellen van de intentieverklaring.

* Afhankelijk stellen van het resultaat van de onderhandelingen (het aangaan van de hoofdovereenkomst) van een voorwaarde (bijvoorbeeld goedkeuring raad van commissarissen).

* Uitdrukkelijk onderscheid maken tussen afspraken omtrent de onderhandelingen en afspraken omtrent de hoofdzaak.

* Uitdrukkelijk de mogelijkheid opnemen om tussentijds de onderhandelingen te staken en de eventuele consequenties daarvan (in hoeverre dienen gemaakte kosten te worden vergoed). Zoals met iedere overeenkomst moeten ook de afspraken in een intentieverklaring worden nagekomen. Wat gebeurt er als u de onderhandelingen niet conform de bepalingen van de intentieverklaring beëindigt? Het afbreken van de onderhandelingen kan vaker dan menigeen denkt in strijd zijn met de goede trouw. Dat geldt met name wanneer de andere partij er redelijkerwijs van uit mocht gaan dat er een overeenkomst tot stand zou komen. Afhankelijk van de vraag hoe ver de onderhandelingen zijn gevorderd kan de wederpartij van de partij die beëindigde vergoeding van kosten, schade of zelfs gederfde winst vorderen. Een en ander kan worden voorkomen door hierover reeds bij aanvang van de onderhandelingen goede afspraken te maken. Essentieel blijft dus om juist datgene vast te leggen wat men wil zodat geen verdere gebondenheid ontstaat dan men beoogt te bereiken.

Mr. Tanya Gorissen, mr. Iris van Zwieten, Wouters Advocaten &

Notarissen / Andersen Legal, tel. (010) 8801953

Reageer op dit artikel