nieuws

De netwerkarchitect

bouwbreed Premium

In deze tijden van hoogconjunctuur waarin de architectenbureaus het werk bijna niet aankunnen, hoor je weinig meer over de verloren positie van de architect in het bouwproces. Dat wordt dus schrikken als de onvermijdelijk mindere tijden er aankomen. De kans is namelijk groot dat die positie sterk zal marginaliseren zodra bouwers en ontwikkelaars weer tijd hebben om na te denken over het stroomlijnen van het bouwproces en het optimaliseren van de winst.

Onder druk van een krimpende markt zal elke aannemer en ontwikkelaar – en zeker de partijen die beide posities combineren – zich gaan afvragen of er niet veel concurrerender en sneller kan worden gewerkt zonder een lastige, onafhankelijke architect. In veel woningbouwprojecten is het al lang zo dat de architect alleen wordt ingeschakeld voor het maken van een voorlopig ontwerp. Zodra de Welstandscommissie en de Dienst Stedenbouw zijn gepasseerd neemt de aannemer/ontwikkelaar de zaak over. Ook het standaard verhuurkantoor is al lang geen opdracht meer waar de architect het van begin tot het eind voor het zeggen heeft. Een slimme bouwer/ontwikkelaar neemt een architect in dienst. Alleen voor heel specifieke, eenmalige opdrachten, of daar waar de opdrachtgever nog onafhankelijk is van de bouwer, zoals bij veel overheidsopdrachten nog het geval is, maakt de architect nog een kans om de uitvoering van zijn ontwerp te bewaken. Voor relatief kleine opdrachten zal de traditionele splitsing in drie onafhankelijke partijen – de opdrachtgever/financier, de aannemer en de architect – nog wel blijven. De beroemde architect die op naam en ervaring wordt gevraagd, zal controle op de uitvoering en (daarmee) de kwaliteit van zijn ontwerp nog wel kunnen afdwingen. Het grootste deel van het architectenbestand dat werkt aan (middel)grote opdrachten zal zich ofwel neer moeten leggen bij een taak als mooie plaatjesmaker, ofwel na moeten denken over de eigen taak en positie in het bouwproces.

Allereerst zou men natuurlijk een veel sterkere positie kunnen

veroveren door zelf ontwikkelaar en/of bouwer te worden. Daarvoor is echter het lef tot het nemen van financiële risico’s en (dus) een ondernemersmentaliteit noodzakelijk die bij negenennegentig procent van de architecten ver te zoeken is. Een andere optie ligt meer in de lijn van de traditionele werkzaamheden van een architect. De netwerkstructuur die ik in mijn vorige stuk schetste vraagt om een beheerder. Iemand zal de steeds complexer wordende informatiestroom tussen de verschillende specialisten in het bouwproces moeten sturen en controleren. Wie de infrastructuur beheert heeft in principe de macht. Een soepel lopend netwerk met gedeelde verantwoordelijkheden, transparante beslissingsstructuren en een open uitwisseling van informatie is echter niet gebaat bij absolute macht van wie dan ook. Juist het delen van de macht levert meerwaarde op.

Maar een dergelijk netwerk ontstaat niet vanzelf, het moet voor elke

specifieke opdracht opnieuw ontworpen worden. Wie communiceert met wie? Welke beslissingsbevoegdheden heeft elke partij? Wie krijgt toegang tot welke informatie en wie krijgt bevoegdheid deze aan te passen? Als een dergelijke infrastructuur van beslissingsbevoegdheden en informatiestromen slim wordt aangelegd, dan kunnen alle partijen in het bouwproces – en uiteindelijk het gebouwde resultaat – daar alleen maar voordeel van hebben. Natuurlijk zien organisatiebureaus hierin hun specialisme, maar een architect die niet als vormspecialist, maar als generalist denkt kan deze taak evengoed op zich nemen. Hij zal zijn macht over het ontwerp dan wel moeten durven delen met meerdere partijen. Hij moet de andere knopen in het netwerk zoals de constructeur, de installatieadviseur en de producent van bouwproducten toestaan, soms zelfs dwingen, om mee te ontwerpen.

Een architect die op basis van een uitgezette ontwerplijn, noem het

een concept, een netwerk aan het werk zet, kan in het ideale geval lui achteroverleunen en zo nu en dan wat sturend en ingrijpend het collectieve ontwerp laten ontstaan. De consensus over het eindresultaat zal groter zijn, in elk geval is er sprake van een gezamenlijk commitment. De architect als ‘auteur’ van het gebouw verdwijnt daarmee natuurlijk uit het zicht. De zichtbare macht van de traditionele architect – als deze ooit bestaan heeft dan nu toch steeds meer een wassen neus – maakt zo plaats voor de onzichtbare invloed van de netwerkarchitect.

Reageer op dit artikel