nieuws

Fabels over ruimteclaims benemen zicht op realiteit

bouwbreed Premium

Op de VROM-notitie ‘Rekenen met Ruimte’ valt heel wat af te dingen, meent NVB-voorzitter J.Kuiper.

Het is stemming-makerij. Het ruimtebeslag zal veel kleiner zijn dan wordt voorgespiegeld. Bovendien biedt het combineren van ruimteclaims nieuwe kansen. “Ons land komt een provincie in de omvang van Zuid- Holland tekort om in alle toekomstige ruimteclaims te kunnen voorzien. Het wordt daarom woekeren met ruimte voor wonen, werken en recreëren.” Aldus werd Nederland onlangs opgeschrikt naar aanleiding van de VROM- notitie ‘Rekenen met Ruimte’. Vooral in de Randstad wordt het krap; circa zestig procent van de woningen waaraan in de Randstad de komende dertig jaar behoefte is, zal niet kunnen worden gebouwd. Honderdduizenden randstedelingen zullen zich daarom alvast moeten instellen op een verhuizing naar gebieden waar nog wel ruimte is: Almere en Brabant. Aldus het ministerie van VROM. Tegelijkertijd werd het signaal afgegeven dat de wensen om in de nieuwbouw ruimer te mogen wonen niet kunnen worden gehonoreerd.

Fabels

De suggestie wordt gewekt dat Nederlanders in de toekomst niet ruimer kunnen wonen zonder zich schuldig te voelen. Dat gaat te ver. Ruimte is schaars, maar we kunnen ook overdrijven en ons zelf een schrikbeeld aanpraten. Omdat VROM steken heeft laten vallen voeren niet de feiten maar fabels nu de boventoon. Door de omvang van Zuid-Holland als voorbeeld te noemen wordt de indruk gewekt dat het om een alarmerend groot gebied gaat dat ‘verloren’ dreigt te gaan. Maar een nadere beschouwing van de gegevens leert, dat wanneer alle ruimteclaims zorgvuldig worden gesaldeerd, een gebied resteert van hooguit 252.000 hectare. Dit is beduidend kleiner dan het 350.000 hectare tellende Zuid- Holland. Een verschil van liefst veertig procent! Daarnaast wordt ten onrechte de indruk gewekt dat vooral ‘rode’ ruimteclaims het probleem veroorzaken. Volgens de gegevens van VROM groeien deze echter met een gebied van hooguit vier procent van het Nederlands oppervlak in de komende dertig jaar (155.000 ha). Combinatiemogelijkheden zijn daarbij nog niet meegenomen. De kans dat het werkelijke ruimtebeslag van de rode ruimtes in de toekomst veel kleiner zal zijn, is dus uiterst reëel. Aanmerkelijk groter dan de rode ruimteclaims zijn de ‘groene’ en ‘blauwe’ wensenlijstjes. Hoewel het verhoudingsgewijs om zeer grote gebieden gaat – oplopend tot 267.000 hectare extra, een gebied ter grootte van de provincie Drenthe en ongeveer zes procent van het Nederlands oppervlak – wordt hier in de oplossingsrichtingen van VROM nauwelijks aandacht aan besteed. Het gevolg van een en ander is dat bij veel burgers een verwrongen toekomstbeeld is ontstaan van een land zonder natuur maar vol steenmassa’s, Bij elkaar opgeteld komen claims uit op ongeveer 422.000 hectare. Dit mag in eerste instantie enorm lijken, maar vrijkomende landbouwgronden compenseren dit deels. VROM gaat ervan uit dat de komende dertig jaar 170.000 hectare landbouwgrond zal vrijkomen. Vreemd echter dat VROM in dit verband voor de minimumvariant kiest, waar het elders meestal is uitgegaan van de maximale varianten. Zo is het ruimteprobleem visueel ‘opgeklopt’. Diverse wetenschappelijke studies, waaronder die van het Centraal Planbureau, maken duidelijk dat waarschijnlijk veel meer landbouwgronden vrijkomen. De scenario’s van het CPB variëren van 230.000 tot liefst 500.000 hectare. Wat het meest realistisch zal zijn, valt in dit stadium uiteraard nog niet te zeggen. Maar beide CPB-scenario’s impliceren wel een flinke nuance bij het schrikbeeld van de ‘massale volksverhuizing’ zoals nu door VROM is gesuggereerd. Er zou zelfs een overschot kunnen ontstaan ter grootte van 80.000 hectare!

Indikken

Als er ruimtetekort is, lijkt indikken logisch, zoals VROM voorstelt. Toch is het verschil in ruimtebeslag tussen ruim en krap bouwen maar beperkt. Van alle beschikbare ruimte in ons land neemt het onderdeel wonen nu iets meer dan vijf procent voor haar rekening. Omdat woningbouw verhoudingsgewijs zo weinig ruimtebeslag vergt, zijn de te behalen ruimtevoordelen hier eveneens beperkt. Het verschil tussen de meest riante (25 w/ha) en meest krappe variant (50 w/ha) blijkt over dertig jaar minder dan anderhalf procent van het Nederlands oppervlak uit te maken. Tegenover dit berperkte voordeel staan grote nadelen in woonbeleving. Om een indruk te geven: een verhoging van de woondichtheid met 25 procent betekent bij eengezinswoningen al gauw een halvering van de tuinen en het openbaar groen en bij appartementen vele lagen er bovenop. Minder groen in de wijken betekent tegelijkertijd dat beton, bakstenen en auto’s massaler op ons afkomen. Bouwen in hoge dichtheden is daarom niet dé oplossing voor het geschetste ruimteprobleem. Het zou eerder leiden tot het gevoel ‘Nederland is vol’. Het plannen van (grotere) tuinen en parken is te beschouwen als het terugbrengen van een deel natuur. De merel in eigen tuin is toch niet minder waardevol dan die in het Amsterdamse bos?

Volksverhuizing

Vooral in de Randstad zou het te krap worden. Honderdduizenden mensen zouden daarom moeten uitwijken naar gebieden als Almere en Brabant, aldus VROM. Dertig jaar geleden werd ook al het idee geopperd om de Randstad te ontzien. Maar plannen om bedrijvigheid naar het Noorden en Zuiden te brengen bleken een fiasco. De huidige plannen om een volksverhuizing naar gebieden als Almere en de Brabantse steden op gang te brengen, zullen evenmin veel kans van slagen hebben. Mensen laten zich niet dwingen. Autonome maatschappelijke processen zijn niet te keren, nog afgezien van het feit dat men in Brabant de handen vol heeft om de eigen ruimtebehoefte in bouwproductie om te zetten. Bovendien zou het de zoveelste ‘wissel’ in het VROM-beleid zijn. VINEX nam de Randstad juist als uitgangspunt. Nog geen vijf jaar terug sprak de toenmalige minister van VROM de provincies Brabant en Gelderland zelfs bestraffend toe om toch vooral geen ‘overloopgebied’ te zijn. Een volksverhuizing is ook niet nodig, omdat er in de Randstad in principe genoeg ruimte beschikbaar is voor woningbouw. Zelfs in het dichtbevolkte Zuid-Holland is het areaal aan landbouwgrond (dus nog exclusief natuur- bos en recreatie) anno 2000 meer dan vijftig procent. Wonen omvat voor de Randstad als geheel genomen nu tien procent van het totale oppervlak. Zelfs in het meest maximale groeiscenario zal dit in 2030 de veertien procent niet te boven gaan. Wij verwachten zelfs dat – gegeven de mogelijkheden die stedelijke herstructurering biedt – het werkelijke ruimtebeslag daar nog aanzienlijk onder kan blijven. Overigens zal bij een volksverhuizing het beperkte ruimtevoordeel wat betreft wonen grotendeels weer teniet worden gedaan door een grotere vraag naar infrastructuur om al die mensen tussen de Randstad en de overloopgebieden op te vangen. Per saldo zou het resultaat wel eens negatief kunnen zijn. Belangrijk is wat er met de landbouw gebeurd. Studies van het CPB wijzen uit dat vooral in de natte laagveengebieden in Zuid- en Noord-Holland de grondgebonden landbouw geen goede perspectieven heeft. Dit betekent dat de uitstroom van landbouwareaal in deze provincies procentueel naar verwachting het grootst is, waardoor weer extra ruimte beschikbaar komt.

Combinaties

We moeten nadenken over multifunctioneel ruimtegebruik, is de insteek van VROM. Daar ligt inderdaad een belangrijk deel van de oplossing. Door bewust combinatiemogelijkheden te zoeken tussen de diverse ruimteclaims is nog veel ruimtewinst te boeken. Bijvoorbeeld met woonwijken die ook ecologische waarde hebben, oevers die geschikt zijn voor recreatie en waterwoningen. Ook ruimer wonen zou in dit verband wel eens een verrassende oplossing kunnen zijn, ook in het Groene Hart. Want aangenomen dat de verwachte agrarische uittocht inderdaad plaatsvindt, wie past er dan op het landelijk gebied? Wellicht die woningzoekende die graag ruim en vrijstaand in het groen woont. In plaats van hoge dichtheden na te streven, zouden dan juist scherpe eisen aan een lage dichtheid moeten worden gesteld, teneinde het open karakter van dit landschap voor de komende generaties te behouden. Ook het wegnemen van de zogeheten dubbeltellingen biedt mogelijkheden. De nu ingediende ruimteclaims zijn immers niets anders dan een ruimhartige optelling van wensenlijstjes. Door kritisch naar deze lijstjes te kijken zullen veel dubbeltellingen zichtbaar worden, waarop volop besparingen mogelijk zijn. Zo denkt bijvoorbeeld het ministerie van Verkeer en Waterstaat de komende dertig jaar ongeveer 15.000 hectare extra nodig te hebben voor parkeren. Maar hier kan zeker dertig procent bij het wonen worden meegenomen.

Kiezen

Volgens VROM zou er nu een keus moeten worden gemaakt tussen ‘Nederland kennisland’ waarbij geïnvesteerd wordt in technologie of ‘Nederland distributieland’ waarvoor extra weginfrastructuur nodig is en Schiphol en Rotterdam moeten uitbreiden. Kiezen en ordenen zijn onlosmakelijk verbonden met ruimtelijke ordening, maar de vraag is of deze keuze nu meteen in de Vijfde Nota moet worden gemaakt en zó stringent. In de ruimteclaims zijn inhoudelijke vernieuwingen die in de komende dertig jaar kunnen plaatsvinden nog niet verdisconteerd. Maar het is heel goed mogelijk dat we in de toekomst ruimtebesparende autowegen kunnen bouwen, waarbij intelligente toeritdosering voor een efficiënter gebruik zorgt. Of wat te denken van de mogelijkheden van ondergrondse of meerlaagse infrastructuur? In ‘Nederland kwaliteitsland’ zou de ruimtelijke inrichting de kwaliteit van het leven in brede zin moeten stimuleren. Ondermeer door mooie en groene woonwijken, ondergrondse infrastructuur en nieuwe technische en ruimtebesparende kennisconcepten. De oplossingen moeten daarom vooral worden gezocht in de combinatiemogelijkheden van de diverse ruimteonderdelen met gebruikmaking van de vele kansrijke innovaties.

Beslissend is de toekomst van de landbouw

Reageer op dit artikel