nieuws

Raamprostitutie mag bouwkundig feestje worden Architect Ilse Schuts maakt van hoereren bruisend onderdeel stedelijke economie

bouwbreed Premium

eindhoven – Bijna niemand bezoekt ooit de hoeren, laat daar geen misverstand over bestaan, maar we praten en oordelen er graag over. Architect Ilse Schuts uit Eindhoven combineerde dit aspect met haar belangstelling voor badhuizen en legde een link met de prostitutie. Dit resulteerde in een buitengewoon aantrekkelijke afstudeerscriptie, getiteld Publieke Intimiteit. Een architectonische en bouwtechnische vertaling van de rituelen baden en hoereren.

De wet haalt raamprostitutie uit de illegaliteit. Per 1 oktober wordt het bordeelverbod _ daterend van 1911 _ opgeheven. Aan gemeenten de taak bordelen te integreren in de leefgemeenschap. Ilse Schuts maakt er in haar afstudeerproject een bouwkundig feestje van. Geen rosse buurt in naargeestige steegjes. En zeker geen verplaatsing naar industrieterreinen. Raamprostitutie mag gezien worden. Moet zelfs gezien worden, de bedrijfstak steunt op voyeurisme.

Dit in ogenschouw nemend, heeft raamprostitutie veel geveloppervlak nodig en een drukke omgeving. De klant wil anoniem blijven en de prostituee wenst een levendig uitzicht. De rosse buurt moet bovendien goed bereikbaar zijn, omdat ze ook een regionale functie vervult.

Schuts gaat in haar ontwerp uit van de huidige 12 ramen en 24 prostituees in Eindhoven, die ze aan de Leenderweg en Aalsterweg bij het centrum situeert. Ze geeft de ‘rijtjesbordelen’ eenvoudige bitumen gevels, die de ramen als blikvangers alle aandacht gunnen.

Voorspel

Via het raam heeft de klant zicht op de bloedrode trap, die in een warme gloed richting de ‘werkkamer’ verdwijnt. Schuts: “De trap is een lokkertje, een opwarmertje en neemt alvast een stukje voorspel voor zijn rekening. Na het ritueel neemt de klant de kortste weg terug naar de drukke straat, waar hij in de anonimiteit verdwijnt. De prostituee knapt zich op in haar prive-vertrekken, waarna ze zich vervolgens weer achter het raam installeert.”

De architect baseert haar ontwerp op de behoefte van zowel de klant als prostituee. Tegelijkertijd speelt ze in op de aversie die sommigen tegen publieke seks hebben.

“De bordelen staan, net zoals nu, aan de stoep, maar tussen het trottoir en de rijweg beschermt straatmeubilair het directe zicht op de raamprostitutie. Die afscheiding kan bestaan uit kiosken, horeca, een bushalte of bankjes. Het is voor de klant onmogelijk het totale aanbod aan prostituees vanuit zijn auto rustig te bekijken. Hij moet uitstappen om de etalages te bekijken.” Dat laatste aspect is de aanleiding voor het gordijn. Dat preutse medeburgers er ook baat bij hebben, ziet Schuts als een bijkomend voordeel.

In beide straten combineert Schuts de raamprostitutie met badhuizen. “De woorden geestelijke verzorging en onthaasting zijn al ingeburgerd. Een goed moment voor de herintroductie van het publieke badhuis”, meent ze. Aan de Aalsterweg kiest ze voor het Japanse Sento badhuis (heet water). Aan de Leenderweg voor de Hamam (Turks stoombad).

In haar fragmentarische verslag over de badhuizen en bordelen brengt Schuts het verschil in de overgangen van ruimten tot uitdrukking. Bij het baden staat het verblijf aan het oppervlak centraal. Bij hoereren worden steeds weer grenzen overschreden.

Uitdaging

Het onderwerp ‘publieke intimiteit’ is niet bewust ontstaan. Het is gegroeid. “Ik houd van tegenstrijdigheden en linken tegelijk. Die dagen uit er vorm aan te geven. Een bordeel wordt geassocieerd met het immorele, terwijl het badhuis puurheid en zuiverheid symboliseert. Beide bezitten echter publieke intimiteit.”

De raamprostitutie is volgens Schuts bovendien typisch Nederlands. Daarbuiten bestaat het wel, maar het mag niet te zichtbaar zijn. In Nederland wordt raamprostitutie ruimhartig gedoogd en over een half jaar is het zelfs legaal. “Nederlandse vrouwen hebben iets met het raam”, weet Ilse Schuts uit de literatuur. Ze decoreren het, bepalen de mate van inkijk en houden via spiegels de buitenwereld in de gaten.

Openheid

“Nederlanders zijn trots op hun openheid”, schrijft Schuts. “Buitenlanders weten vaak niet goed hoe ze dat moeten interpreteren. Het lijkt een vreemde gewoonte om niet alleen je interieur, maar ook de intimiteit van het gezinsleven tentoon te stellen aan voorbijgangers.”

In China, het land waar Ilse Schuts de maand april is geweest, bestaat raamprostitutie altijd onder de dekmantel van bijvoorbeeld kapsalons, massagehuizen of sauna’s. De prostituees zijn soms erotisch gekleed, maar nooit uitsluitend in lingerie, zoals hier gebruikelijk is.

Schuts, nu werkzaam bij Diederen Dirrix Van Wylick Architecten in Eindhoven, wil met haar afstudeerproject geen belerende vinger opsteken. Wel meet zij gemeenten en projectontwikkelaars wat durf aan om de raamprostitutie als essentieel onderdeel van de stedelijke economie te zien.

Woningbouwverenigingen zouden kamers kunnen verhuren, zodat de arbeidsomstandigheden verbeteren en de huurprijzen controleerbaar worden. “In de stedelijke integratie van raamprostitutie kan architectuur verhelderende inzichten creeren en daardoor misschien draagvlak. Maar ze is geen geneesmiddel”, besluit Schuts.

Architect Ilse Schuts heeft een voorliefde voor badhuizen, waarop ze haar logo (linker dia) baseerde. “De badhuisbezoeker is er nooit zeker van dat de intimiteit tot zijn eigen beleving wordt beperkt. Het typische kenmerk van een badhuis is dat elke prive-handeling spontaan kan omslaan in een publieke act.” Foto: Vincent Wilke

Het rijtjesbordeel, met het raam als blikvanger en de warmrode trap als lokkertje. Illustratie uit Publieke Intimiteit

Reageer op dit artikel