nieuws

Grote fouten bij bodemsanering

bouwbreed

den haag – De directie Bodem van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer laat steken vallen bij de toekenning van budgetten voor bodemsanering. Deze conclusie trekt de Algemene Rekenkamer na het controleren van het financiele jaarverslag 1999 van het ministerie.

De directie Bodem heeft bij het boeken van verplichtingen en uitgaven in 1999 belangrijke fouten gemaakt, zo oordeelt de Rekenkamer. Bovendien blijken beslissingen soms onvoldoende onderbouwd, wat gevolgen heeft voor de uitvoering van de begroting.

Dergelijke fouten deden zich onder andere voor bij de toekenning van budgetten voor bodemsanering. De gemeente Rotterdam plukte er de vruchten van. Ze besteedde veel minder dan waarop de rijksbijdrage procentueel was gebaseerd. Niettemin werd _ op basis van onvoldoende feiten _ besloten af te zien van een terugvordering. In zijn reactie zegt minister Pronk van VROM toe, op korte termijn de interne controle bij de directie Bodem te versterken.

Uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijkt dat bij bodemsanering het verhalen van kosten op de veroorzaker nog steeds uiterst moeizaam verloopt. De tijd dringt, wil het ministerie niet het risico lopen dat de rechtsvorderingen van de Staat door verjaring mislukken. Om die termijn te verlengen, dient de ‘stuitoperatie’, waardoor het Rijk zijn vorderingsrechten voorbehoudt.

Kostenverhaalzaken

Vorig jaar was er sprake van 8500 potentiele kostenverhaalzaken, met een belang van 3,2 miljard gulden. Daarvan is in zesduizend gevallen de sanering nog niet uitgevoerd en 250 gevallen in behandeling bij de landsadvocaat. Van duizend saneringszaken is de verhaalbaarheid nihil. De overige zaken moeten nog worden afgehandeld.

Minister Pronk wil een voorselectie maken van aan te schrijven bedrijven op basis van juridische en financiele kosten/batenoverwegingen. De directie Bodem stelt hier vijf jaar voor nodig te hebben. Het afhandelingstraject en de hierbij te hanteren criteria moeten echter nog worden vastgesteld.

De Rekenkamer kritiseert ook het bodemsaneringsbeleid, althans de controle hierop. Het door de Tweede Kamer afgesproken beleid blijkt nauwelijks toetsbaar, omdat de tussendoelstellingen en evaluatiemomenten in de lange beleidsperiode van 25 jaar ontbreken. Bovendien ontbreekt de tijdgebondenheid.

Momenteel wordt door het ministerie van VROM en de lagere overheden gewerkt aan het opzetten van een monitor bodemsanering. Dit jaar zullen de eerste resultaten hiervan beschikbaar komen.

Om het schonen van sterk verontreinigde bodems te versnellen wil de minister de markt prikkelen tot een grotere financiele bijdrage hierin. Pronk streeft naar een forse toename van de particuliere investeringen van in totaal 15 miljard gulden tot het jaar 2022. Dan zou de saneringsperiode van veertig jaar kunnen bekorten tot vijfentwintig jaar.

Reageer op dit artikel