nieuws

2001: Fiscus snoeit in lijfrenteaftrek

bouwbreed Premium

Ik ben gewend jaarlijks als aanvulling op mijn oudedagsvoorziening voor mijzelf en mijn echtgenote een lijfrentepremie van 12.358 gulden (2000) af te storten bij een verzekeraar (6.179 gulden per belastingplichtige). Doordat ik de lijfrentepremie in mijn aangifte inkomstenbelasting kan aftrekken in mijn 50 procents-schijf, betaalt de fiscus daar de helft aan mee. De lijfrente-uitkeringen vanaf mijn 65ste jaar zijn belast tegen naar verwachting een lager belastingtarief. Welke regels gelden voor de lijfrentepremieaftrek vanaf 2001?

Een lijfrente is een aanspraak volgens een overeenkomst van levensverzekering op vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen, die eindigen uiterlijk bij overlijden. Het uitgangspunt voor het nieuwe lijfrenteregime dat vanaf 2001 van kracht wordt, is dat u een oudedagsvoorziening kunt opbouwen tot 70 procent van het eindloon, inclusief aow en eventuele overige pensioenvoorzieningen.

Jaarruimte

Los daarvan krijgt iedereen het recht om jaarlijks een basislijfrente premie van 1000 euro (2.204 gulden) af te trekken in de belastingaangifte. Maar die basisaftrek telt wel weer mee in de berekening van de extra lijfrentepremieaftrek in verband met een pensioentekort op 65 jaar.

Voor wie een pensioentekort heeft, hanteert de fiscus voor extra lijfrentepremieaftrek een maximale jaarruimte en een maximale inhaalruimte.

Iedereen krijgt een jaarruimte voor lijfrentepremieaftrek van 17 procent van zijn premiegrondslag met een maximum van 282.609 gulden. De premiegrondslag is voor IB-ondernemers ‘winst uit onderneming’, voor werknemers het bruto jaarsalaris, inclusief vakantiegeld, tantieme en andere periodieke uitkeringen en verstrekkingen, verminderd met de aow-franchise van 21.062 gulden.

Van uw premiegrondslag moeten vervolgens voor het berekenen van uw jaarruimte worden afgetrokken: de basisaftrek voor zover benut, spaarloon dat wordt gedeblokkeerd voor een vrijwillige aanvulling op het pensioen, uw reguliere pensioenaanwas, en uw FOR-aftrek.

Hoe berekent u nu de jaarruimte voor de aftrek lijfrentepremie vanaf volgend jaar? Stel uw winst uit onderneming bedraagt 130.000 gulden en u doteert jaarlijks 12 procent van uw winst aan de fiscale oudedagsreserve. Uw jaarruimte voor lijfrentepremieaftrek vanaf 2001 wordt dan berekend volgens de som zoals in het kader omschreven.

Inhaalruimte

Ontstaat in uw jaarruimte een overschot aan lijfrentepremieaftrek die u in dat jaar niet gebruikt, dan kunt u gedurende een periode van 7 jaar die aftrek alsnog benutten.

In 2008 kunt u dus nog lijfrentepremieaftrek toepassen uit de jaarruimte 2001 tot en met 2007 die u niet heeft benut. In het daaropvolgende jaar 2009 verdampt de onbenutte jaarruimte uit 2001.

De aanvullende lijfrentepremieaftrek uit de inhaalruimte is gemaximeerd tot 12.149 gulden in enig jaar. Voor belastingplichtigen van 55 jaar of ouder bedraagt het maximum van de inhaalruimte 24.001 gulden in enig jaar. Stel dat u (55 jaar) in totaal in de periode 2001 – 2007 70.000 gulden lijfrentepremieaftrek niet heeft benut, dan kunt u in 2008 maximaal 24.001 gulden lijfrentepremieaftrek toepassen. In 2009 is uw onbenutte aftrek uit 2001 verdampt, maar u zult nog enkele jaren het maximum van 24.001 gulden inhaalpremie kunnen aftrekken. Steeds moet de inhaalruimte in de afgelopen 7 jaar worden berekend.

Paul Schol, Ernst & Young Ondernemersservice, Arnhem. Telefoon: (026) 32 09 509

Berekening jaarruimte voor lijfrentepremieaftrek vanaf 2001 (in guldens)

Premiegrondslag lijfrente130.000

aow-franchise 21.062 -/-108.938

Jaarruimte 17% 18.519

Basisaftrek 2.204

dotatie FOR(12% van f 130.000) 15.600

17.804-/-.715

Reageer op dit artikel