nieuws

‘Vakbond moet zich sneller vernieuwen’ Verdere verzakelijking noodzakelijk voor overleven volgens FNV-promovendus

bouwbreed Premium

utrecht – Vakbonden moeten meer de markt op gaan en zich commercieler gedragen. Anders missen ze de boot en zullen veel leden weglopen. “We moeten wat scherper concurreren”, zegt Kees Korevaar, bestuurder van FNV Bondgenoten. Korevaar verdedigt volgende week dinsdag aan de Universiteit zijn proefschrift ‘Strategische Arbeidsvoorwaarden’.

De vakbond moet zich meer als bedrijf opstellen. De werknemer behoort de vakbond in steeds sterkere mate te zien als een organisatieadviseur. Bij de vakbond moet de werknemer terecht kunnen met vragen over scholing, persoonlijke loopbaanontwikkeling, juridische adviezen, pensioenopbouw, spaarregelingen en andere adviezen. Want als de bond niet voldoende inspeelt op de maatschappelijke ontwikkelingen, gaat de werknemer naar de concurrentie. En dat zijn in toenemende mate verzekeringsmaatschappijen, adviesbureaus en belastingadviseurs.

De bonden hebben zich al gedeeltelijk aangepast aan de marktwerking. Zo zijn FNV Bondgenoten en de Bouw- en Houtbond FNV bezig met het opzetten van een netwerk van circa zeventig regionale kantoren. Het zijn nieuwe kenniscentra en kantoren, vanwaaruit de dienstverlening aan de leden gestalte moet krijgen. De leden kunnen er terecht voor sociale en juridische adviezen.

Slag gemist

Maar volgens Korevaar is die ontwikkeling te laat begonnen en hebben de bonden al een belangrijke slag gemist. De promovendus noemt een voorbeeld uit de bouwsector. De bonden hebben te langzaam ingespeeld op het groeiende aantal zzp’ers. Momenteel zijn er al zo’n 25.000 zelfstandigen zonder personeel actief in de bouw en hun aantal groeit nog elke dag. Immers, in Groot-Brittannie is een op de vier bouwvakkers zzp’er.

De Bouw- en Houtbond FNV behartigt sinds korte tijd ook de belangen van deze groep. Zo is er een servicepakket ontwikkeld. De leden van de Hout- en Bouwbond CNV besloten onlangs nog geen zelfstandigen zonder personeel toe te laten. Als de bonden de zzp’ers te laat ontdekken of hen zelfs de toegang weigeren, zoeken ze hun heil ergens anders, meent Korevaar. Dan meldt die groep zich bij de concurrentie en komt de zzp’er bij de belastingadviseur terecht. “Het is dan een hele kunst zo’n trend nog te keren. Als de vakbonden het tempo van vernieuwing niet opvoeren, krijgen ze een heel arsenaal aan concurrenten.”

Individuele regelingen

De huidige cao voldoet niet meer, constateert de bestuurder van FNV Bondgenoten. De nieuwe cao moet een kern hebben met collectieve afspraken over inkomen, werktijd en scholing. Werknemers moeten de mogelijkheid krijgen individuele regelingen te treffen met het bedrijf waar ze werken. Hij noemt als voorbeeld Unilever, waar naast cao-afspraken andere zaken via de ondernemingsraad of individueel kunnen worden geregeld.

De keuze om in deeltijd te werken, moet de werknemer zelf kunnen maken, meent hij. En de vakbond zou de werknemer kunnen helpen bij het uitoefenen van het recht op scholing. “De vakbeweging kan die faciliteiten afdwingen”, meent Korevaar.

En ook hier kan de vakbond zich sterker laat gelden. “Een ondernemingsraad laat zich nu bijvoorbeeld scholen door een adviesbureau. Maar waarom zou hier geen rol weggelegd kunnen zijn voor adviseurs en juristen van de FNV?”

Korevaar vindt dat zaken als flexibele beloning en vormen van prestatiebeloning niet langer onbespreekbaar moeten zijn. Hij neemt zelf “terughoudendheid” in acht, maar weet dat dit fenomeen niet te keren is. De invoering van prestatieloon bij Akzo bijvoorbeeld konden de bonden vorige maand nog voorkomen, maar bij de volgende cao-onderhandelingen zal het thema opnieuw op de agenda staan. En in de ict-sector is deze vorm van beloning al een gegeven. Philips wil nu ook een variabel loon invoeren.

Cao’s moeten vooral ook dunner en toegankelijker worden, zegt de promovendus. De bouw- en metaal-cao hebben zichzelf opgetuigd met “enorm dichte regelgeving”, met vele tegenstrijdige bepalingen. “Het is in die cao’s verschrikkelijk zoeken om erachter te komen op hoeveel vrije dagen je recht hebt. Alle grote sector-cao’s die al lang bestaan, lijden aan dat euvel.”

Bij de onlangs afgeronde besprekingen voor de uta-cao hebben de sociale partners afgesproken de cao toegankelijker te maken en zich van veel ballast te ontdoen. De inmiddels in gang gezette gesprekken over de modernisering van de bouw-cao ademen datzelfde streven. Korevaar is niet optimistisch: “Bij de rijksoverheid, in de grafische sector en bij andere grote sector-cao’s zijn dat soort gesprekken al zo vaak gevoerd. Meestal leveren ze niets op, tenzij de druk van binnenuit groot is.”

Aanvullende afspraken

Beter is het volgens hem bijvoorbeeld naast de bouw-cao aanvullende afspraken te maken met bepaalde specifieke beroepsgroepen als de wegenbouwers. Binnen de bouwsector is daarmee al een begin gemaakt, erkent de vakbondsbestuurder. “De aanvullende afspraken voor de steigerbouwers zijn een goed voorbeeld.”

Reageer op dit artikel