nieuws

Technische Universiteit Delft bevestigt Cobouw-enquete

bouwbreed Premium

den haag – Het Bouwbesluit creeert meer problemen dan het oplost. Voor de meeste Bouw- en Woningtoezichtambtenaren is het document volstrekt ondoorgrondelijk. Sinds de invoering van deze regelgeving moet zoveel extra worden vergaderd dat bouwinspecteurs er nauwelijks toe komen om te controleren of bouwwerken voldoen aan de voorschriften.

Kortom, wie het Bouwbesluit aan zijn laars wil lappen, kan dit vrijwel straffeloos doen.

Met die conclusies uit het proefschrift ‘Bouwtoezicht en Kwaliteitszorg’, waarop J. Visscher onlangs promoveerde aan de TU Delft, worden de uitkomsten van de Cobouw-enquete nog eens vet onderstreept.

Leges

Ook Visschers oordeel over gemeentelijke leges stemt overeen. Volgens de promovendus is het verband tussen de hoogte van de leges en de werkzaamheden die de gemeente voor dit bedrag heeft uitgevoerd, onduidelijk.

Het ontduiken van het Bouwbesluit kan, aldus de onderzoeker, heel lucratief zijn. “Door onder het niveau van eisen te bouwen, kan men de kosten misschien drukken of kunnen er ruimtelijke oplossingen gevonden worden, die aantrekkelijk zouden kunnen zijn voor een individuele gebruiker. Indien het niet voldoen aan de voorschriften tot een goedkoper bouwwerk leidt dat de wensen van de opdrachtgever niet expliciet schaadt, zal de non-conformiteit niet gauw aan het licht komen.”

De promovendus pleit dan ook “voor een instrumentarium dat het naleven van de voorschriften bevordert.” Tegelijkertijd stelt hij vast dat de capaciteit van het gemeentelijk Bouw en Woningtoezicht onvoldoende is voor een behoorlijke toetsing aan het Bouwbesluit. “De controle vindt steekproefsgewijs plaats en richt zich op die onderdelen die het meest risicovol zijn”, stelt hij. “De mate van controle is afhankelijk van de aard van het bouwwerk, de constructiemethode, de complexiteit van het ontwerp, de (on)bekendheid van de controleur met het type constructie maar vooral ook van de mate van vertrouwen in de betrokken ontwerpers en uitvoerders.”

Medewerkers van Bouw- en Woningtoezicht laten hun toezicht mede afhangen van ervaringen die men in het verleden heeft opgedaan met de betrokken aannemer.

Kwaliteitsbewaking

De ‘interne kwaliteitsbewaking’ op het werk speelt hierbij eveneens een rol. Bij kleinere bouwprojecten is deze meestal afwezig.

Vooral buiteninspecteurs komen hierdoor in de knel. Vaak moeten zij bij bouwprojecten als coordinator optreden. Terwijl bij bouwplannen in eerste instantie nog wordt onderzocht of ze passen in het bestemmingsplan en voldoen aan het Bouwbesluit, is daarvoor tijdens de bouw geen tijd meer. “De buiteninspecteur hanteert de voorschriften nog slechts indirect. Hij ziet er op toe dat de bouw conform de bouwvergunning wordt gerealiseerd.”

Worden er fouten gemaakt, dan betekent dit bijna nooit dat het bouwwerk wordt stopgezet. Ambtenaren van Bouw- en Woningtoezicht zijn eerder geneigd de fouten te laten herstellen. Dat de bouwvoorschriften hierbij met voeten worden getreden, neemt men voor lief.

‘Controle steekproefsgewijs en gericht op meest risicovolle onderdelen’

Reageer op dit artikel