nieuws

Verlenging van de bouwtijd in tijden van staking

bouwbreed Premium

De UAV regelt dat een aannemer bouwtijdverlenging kan aanvragen. Maar wie draait ervoor op als de verlenging gevolg is van een staking? Het aantal dagen dat een staking duurt, is niet per definitie het aantal dagen verlenging dat een aannemer kan claimen.

In het algemeen moet een aannemer bouwtijdverlenging schriftelijk bij de directie aanvragen voor het verstrijken van de bouwtijd. De UAV stelt in paragraaf 8 lid 5 de termijn op veertien dagen. Of een aannemer recht heeft op de aangevraagde termijnsverlenging en of hij recht heeft op een schadevergoeding, zal afhangen van de oorzaak van de vertraging. Krachtens paragraaf 8 lid 4 van de UAV heeft een aannemer in ieder geval recht op termijnsverlenging indien niet van de aannemer gevergd kan worden dat het werk binnen de overeengekomen tijd wordt opgeleverd:

1. door overmacht;

2. door voor rekening van de opdrachtgever komende omstandigheden;

3. door het door of namens de opdrachtgever aanbrengen van bestekswijzigingen;

4. door wijzigingen in de uitvoering van het werk.

Het totaal aantal dagen van vertraging dient vastgesteld te worden, en of de aannemer recht heeft op een bouwtijdverlenging die gelijk is aan dat totale aantal. Met andere woorden: zijn al deze dagen een gevolg van de door de aannemer gestelde oorzaak van de vertraging? Immers, het is denkbaar dat de vertraging niet alleen zijn oorzaak vindt in een bepaalde omstandigheid. De oorzaak kan ook worden gevonden in omstandigheden die soms zijn toe te rekenen aan de aannemer en dan weer in de risicosfeer van de opdrachtgever liggen. Dit onderzoek is noodzakelijk voor de uiteindelijke toekenning van de termijnsverlenging en de eventuele schadevergoeding.

Staking

Dit laatste speelde in een zaak waarover de Raad van Arbitrage uitspraak heeft gedaan. Een aannemer stelde de aangekondigde oplevering van een prive-gedeelte van een appartementsrecht uit als gevolg van een staking in de bouwnijverheid. Daardoor was stagnatie opgetreden en nog verder te verwachten.

De opdrachtgever claimt schadevergoeding wegens termijnoverschrijding. De aannemer verweert zich met een beroep op overmacht. De werkstaking was niet door hem te beinvloeden, derhalve doet hij een beroep op bouwtijdverlenging.

De uitspraak bevestigt, geheel in de lijn van de vaste rechtspraak van de Raad, dat gevolgen van stakingen van algemene aard (bijvoorbeeld landelijke stakingen) in beginsel niet voor rekening komen van de aannemer. Dit levert voor de aannemer overmacht op en een recht op termijnsverlenging (zie ook UAV paragraaf 8 lid 4). Stakingen bij personeel van de aannemer als gevolg van interne (arbeidsrechtelijke) problemen komen logischerwijs wel voor rekening van de aannemer.

Opzichtersdagboek

In deze arbitragezaak claimde de aannemer in totaal zesendertig dagen termijnsverlenging omdat het werk volledig had stilgelegen. De Raad van Arbitrage oordeelde dat niet alle dagen van deze landelijke staking automatisch tot termijnsverlenging konden leiden. Arbiter beoordeelt dus duidelijk of het geclaimde aantal dagen wel gerechtvaardigd is.

Uit het opzichtersdagboek bleek dat de staking geen volledige stagnatie in de voortgang van de werkzaamheden tot gevolg had gehad. Personeel van onderaannemers dat niet onder de CAO viel die in het geding was, had tijdens de staking gewoon doorgewerkt. Tevens bleek dat de aannemer in plaats van het eigen stakende personeel ander personeel had ingeleend dat wel had doorgewerkt tijdens de staking.

De arbiter concludeerde derhalve dat tien van de zesendertig dagen niet konden worden gerechtvaardigd door de staking. In totaal had de aannemer derhalve recht op zesentwintig dagen termijnsverlenging. De aannemer diende voor de tien extra dagen een schadevergoeding aan de opdrachtgever te betalen wegens te late oplevering.

Stagnatieschade

In onderhavige zaak heeft de aannemer geen beroep gedaan op stagnatieschade (bijvoorbeeld bouwplaatskosten) over de hem toegekende termijnsverlenging van zesentwintig dagen. De staking is van algemene aard zodat dit beroep weinig kans van slagen zou hebben. Indien evenwel de oorzaak van een vertraging in de risicosfeer van de opdrachtgever ligt, heeft de aannemer in het algemeen wel recht op stagnatieschade.

De ervaring leert dat het leerstuk van de bouwtijdverlenging van geval tot geval verschilt en derhalve elke keer opnieuw moet worden beoordeeld.

Mr Arjen de Bruijn, Wouters Advocaten & Notarissen / Arthur Andersen Belastingadviseurs, Amsterdam, telefoon (020) 8808733

Reageer op dit artikel