nieuws

Van zand naar klant

bouwbreed Premium

Het moment dat toekomstige bewoners de dienst uitmaken op de woningmarkt laat waarschijnlijk nog wel even op zich wachten. Daarvoor is het woningaanbod vooralsnog te klein. Toch verschuift ook in de bouwsector het zwaartepunt van de richting en inrichting van de keten langzaam maar zeker naar rechts, van zand naar klant zeg maar. In een reeks van drie artikelen belicht Cobouw de belangrijke thema’s in de discussie over ketenintegratie: het regisseurschap, de invloed van de informatie- en communicatietechnologie en de voortrekkersrol. Woensdag en donderdag verschenen de artikelen over het regisseurschap en de informatie- en communicatietechnologie. Vandaag het derde en laatste artikel over de voortrekkersrol.

Over faalkosten spreekt men niet bij de faculteit Technische Bestuurskunde van de TU Delft. “Wij hebben het liever over toegevoegde waarde-concepten”, stelt dr.ir. Verbraeck, hoofddocent systeemkunde. “Het gaat immers niet primair om wat er allemaal mis gaat, maar om erachter te komen hoe je een hogere toegevoegde waarde kunt bereiken in een keten. Daarbij gaat het om vragen als wat de rol moet zijn van de spelers in de keten om de toegevoegde waarde te optimaliseren en, in extremis, of die spelers dan nog wel nodig zijn.”

Ondanks de positieve benadering van het vraagstuk bevestigt Verbraeck

dat er veel mis gaat in de bouw. Het aantal leveringen dat vlekkeloos verloopt is gering. Het feilen is volgens de wetenschapper niet zozeer te wijten aan de organisatie, als wel aan een ‘zekere laksheid’. “Afspraken worden dikwijls niet goed vastgelegd, omdat één van de partijen het belang niet onderkent of doordat een andere partij uitvoert dan de partij waarmee de afspraak gemaakt is. Dat laatste speelt bijvoorbeeld als de aannemer bestelt bij de groothandel en een extern transportbedrijf levert. In dergelijke gevallen is de samenwerking niet slecht, maar de informatie die nodig is, wordt vaak niet doorgegeven. Ze is er wel, maar wordt niet uitgewisseld, omdat men geen gemeenschappelijke problemen of doelen onderkent.”

Sub-optimaal

Er wordt te weinig gekeken naar wat andere schakels zouden moeten bijdragen aan het bouwproces, stelt Verbraeck. De partijen kennen hun eigen organisatie en hooguit wat zich in hun directe omgeving bevindt, maar verder reikt het inzicht niet. “Gevolg is dat elke organisatie voor zichzelf aan het sub-optimaliseren is”, analyseert Verbraeck. “Dat is niet toereikend in de huidige marktverhoudingen, waarin de prijzen onder druk staan en de herstelkosten erg hoog zijn.” Daarnaast ontbreken volgens hem meestal de incentives, de prikkels om het goed te doen, in positieve zin in de vorm van een bonus dan wel, als er fouten worden gemaakt in de vorm van boetes. Gelukkig ontstaat in steeds meer ketens het besef dat over de eigen grenzen moet worden gekeken. Voortrekkers zijn de transportsector en de supermarkten. Grootgrutter Albert Heijn heeft aan de hand van een grondige analyse van de keten van producent tot supermarkt tal nieuwe concepten geïntroduceerd om de lokale voorraden te minimaliseren, de levertijden te bekorten en de klantvriendelijkheid te verbeteren. De voorlijkheid is mede ingegeven door praktische belemmeringen zoals de instelling van ‘venstertijden’ in de steden. De transportsector werkt onder andere aan de ontwikkeling van gemeenschappelijke datasystemen.

Begrijpelijk

De eerste initiatieven tot ketenintegratie hebben lang op zich laten wachten. Dat is begrijpelijk, vindt Verbraeck. “Nog maar betrekkelijk kort geleden was snelheid minder van belang en lag er veel minder druk op bouwprojecten. Tegenwoordig gaat de wereld veel sneller. Moderne communicatiemiddelen als fax en modem maken het mogelijk tot het laatste moment te bestellen en wijzigingen aan te brengen. Dat geeft de volgende schakel weinig tijd om te reageren.” “Tegelijkertijd zijn de goederenstromen veel groter geworden. Denk maar aan de bouwvolumes op de Vinex-locaties. Daartegenover staat de wens van kleinere voorraden, uit kostenoverwegingen en omdat de goederen maar kort courant zijn. Daarom wordt de volgende schakel, de fabrikant of de importeur, weer onder druk gezet. Er is kortom veel spanning in de keten. In dergelijke hectische omstandigheden is het logisch dat er veel fout gaat.” Integratie en samenwerking binnen de ketens kunnen daar verbetering in brengen, meent hij. “Organisaties zijn nog niet erg geneigd informatie in een vroeg stadium aan andere schakels door te geven”, verklaart Verbraeck de aarzeling. “Zij willen zich liever niet vastleggen. Dat perkt hun vrijheid in. Sommige informatie is bovendien concurrentiegevoelig. Aan de andere kant zou het veel beter zijn voor alle partijen als de informatie wel eerder werd uitgewisseld. Het vinden van een voor alle betrokkenen acceptabele oplossing van dat vraagstuk kost tijd. In de ene keten gaat het wat sneller dan in de andere, maar bijna overal begint men over schakels heen te kijken.” Een van de belangrijke vragen bij de ketenintegratie is die naar de regie-functie ofwel: wie organiseert de keten? “Nu bepalen de processen binnen de keten wie de dienst uitmaakt. Er zijn duwers en trekkers en makelaars, maar onduidelijk is wie stuurt”, aldus Verbraeck. Het is volgens hem lastig aan te geven welke schakel het best de rol van regisseur op zich kan nemen. In de bouwketen komt de groothandel zijns inziens zeker in aanmerking. Daar komen immers alle lijnen samen. In die zin is de groothandel een natuurlijke tussenpersoon. “Dat betekent overigens niet dat alle goederen daar ook fysiek aanwezig moeten zijn”, licht hij toe. “Het kan ook gaan om het organiseren van het logistieke proces. In de toekomst zullen steeds meer producten af-fabriek naar de bouwplaats gaan, zoals al met bakstenen gebeurt. Dat scheelt in de kosten.” Een andere mogelijkheid is in zijn visie dat een onafhankelijke partij de rol op zich neemt; een makelaar die vraag en aanbod bij elkaar brengt. “De aannemer is in elk geval niet de geschikte partij voor de regie”, meent de wetenschapper. “Die moet zich concentreren op zijn kernactiviteiten. Dat is bouwen. Maar hij moet wel de randvoorwaarden aangeven en vastleggen, zodat de regisseur daar rekening mee kan houden en toegevoegde waarde kan leveren.” Ook de fabrikant en de transporteur zijn naar de smaak van Verbraeck minder geschikt. Voor sommige artikelen zitten de fabrikanten te verspreid over de wereld, de transporteurs hebben een te beperkte functie.

Prikkels

De regisseur moet er voor zorgen dat de onderaannemers, waaronder de transporteurs, de informatie krijgen over het tijdstip van levering, hoeveelheden, randvoorwaarden, leveringscondities, enz. Ook het creëren van prikkels en sancties is de taak van de regisseur. Dat gebeurt veel te weinig, vindt Verbraeck, al erkent hij dat het vervullen van de regiefunctie geen eenvoudige opgave is. “De regisseur gaat immers buiten zijn eigen territorium en bemoeit zich met andermans zaken. Dat roept altijd weerstanden op. Hij zal derhalve zorgvuldig te werk moeten gaan. Anderzijds is de voedingsbodem aanwezig; de aannemers zien ook dat er veel fout gaat. Bovendien draaien zij grotendeels voor de kosten op. Als de regisseur kan uitleggen dat het beter kan, is de bereidheid er echt wel.” Voor dat overtuigen heeft ook Verbraeck geen blauwdruk in de la liggen. Zijn advies is heel praktisch: “Iemand moet het voortouw nemen. Lukt het niet om de zaak in beweging te krijgen, dan helpt het in elk geval de eigen positie te verstevigen.” Wie de handschoen opneemt, moet volgens Verbraeck beseffen dat hij nooit klaar zal zijn. “Ketensamenwerking en -optimalisatie is een continuproces. De wereld verandert voortdurend en dus zijn er verstoringen én kansen om er meer uit te halen.

Een echte entrepreneur zal altijd nieuwe niches vinden.” ‘Het is beter voor alle partijen als informatie eerder wordt uitgewisseld’

Reageer op dit artikel