nieuws

Albert Heijn: Volgende Week Open

bouwbreed Premium

Een verbouwingsklus klaren in anderhalve week tijd, die tot voor kort soms wel zes maanden vergde. Dat lijkt een utopie, maar is het niet. Onder de noemer Volgende Week Open (VWO) doet Albert Heijn dat tegenwoordig zo’n honderd keer per jaar bij de verbouwing en aanpassing van zijn winkels. Dankzij een strikte planning, prefabricatie tot in het kleinste detail en een fijnmazige afstemming ‘op het werk’ zijn de bouwers en installateurs binnen een week klaar met hun werk.

“Toen we een aantal jaren geleden het idee opperden om de verbouwingstijd terug te brengen tot zo’n korte periode, vonden vrijwel al onze bouwpartners dat een heel bijzonder en leuk idee. Op een paar na zeiden ze er in één adem achteraan dat we het maar snel moesten vergeten”, zegt Chris van Groeningen, hoofd Store Development van Albert Heijn. Dit is de interne serviceorganisatie van het winkelconcern, die in opdracht van de vestigingen winkels bouwt en verbouwt. De ongeveer zevenhonderd Nederlandse winkels van Albert Heijn krijgen om de zeven jaar een nieuw gezicht om aantrekkelijk te blijven voor de klanten en in te kunnen spelen op hun veranderende behoeften. Daarmee was in het verleden een bouwtijd van drie tot zes maanden gemoeid. Terwijl de winkel gewoon open bleef, werd de vestiging stukje bij beetje aan de nieuwe eisen aangepast. Met als gevolg dat gedurende de hele periode klanten en personeel last hadden van lawaai, tocht en stof.

Op zijn kop

Het was niet niks wat Albert Heijn vroeg. Bij een restyling en zo nodig technische renovatie van een winkel van vijftienhonderd vierkante meter gaat alles op zijn kop: er kunnen vierkante meters bij komen, kassapartijen verhuizen soms naar een andere plek, stellingen krijgen een andere locatie, er komen nieuwe ‘winkeleilanden’ bij, koelmeubels veranderen en wanden en vloeren worden vernieuwd. Albert Heijn pakte eind 1995 de eerste winkel op de nieuwe manier aan. Het jaar daarop is het concept verder ontwikkeld, waarna het concern vanaf 1997 vol aan de slag ging met 130 tot 140 projecten. Van Groeningen: “Natuurlijk kan een winkel niet een half jaar dicht, maar anderhalve week is aanvaardbaar.” Een van de belangrijke pijlers waarop het succes van het project rust, is de prefabricatie van vrijwel de gehele inventaris, de wanden en andere onderdelen. Van Groeningen: “Op zich is prefab bouw natuurlijk niet nieuw. Het gekke is alleen, dat het na die eerste fase in de afbouw weer gewoon werken is met heel veel kilometers kabel en pijpen, die ter plekke in elkaar moeten worden gezet. We zijn op zoek gegaan naar methoden om tot in het kleinste detail alles vooruit te fabriceren, op zo’n manier dat voor elk project andere onderdelen en inrichtingselementen kunnen worden samengesteld. Geen winkel is immers gelijk aan een andere.”

Snelkoppelsystemen

Wanden, kolomafwerking, plafonds – inclusief verlichting, luidsprekers, beveiligingsinstallatie, verwarming, ventilatie en pijpwerk – en vriezers zijn zo stuk voor stuk aangepakt om er voor te zorgen dat de uiteindelijke montage nog maar weinig tijd hoefde te kosten. Door gebruik te maken van speciaal ontworpen snelkoppelsystemen werd het bijvoorbeeld ook mogelijk koelmeubelen van tevoren te maken en op het werk in elkaar te zetten. Daarbij is geen detail over het hoofd gezien. Zo is er in de meubels nog maar één type schroef te vinden, zodat één sleutel voor al het werk volstaat. Omdat alles vooraf wordt gemaakt, is goed meten essentieel. Om meetverschillen te voorkomen, is één partner verantwoordelijk voor al het meetwerk. Hij meet van tevoren exact waar alle kolommen en dergelijke staan en legt dat vast. Als alles gesloopt is, gaat hij uitmeten en geeft op stickers met nummers aan wie waar moet beginnen met welk werk. Duidelijk is dat, behalve de prefabricatie, ook de planning nauw luistert. Een half jaar voordat het werk begint, staat de openingsdatum al vast en beginnen de eerste gesprekken met de vestigingsmanager. Op basis van zijn wensen worden tekeningen gemaakt, die zo’n zes weken later definitief worden vastgesteld. Als de tekeningen klaar zijn, gaan ze naar de bedrijven. Albert Heijn werkt daarvoor in vijf regionale teams samen met vaste partners. Ongeveer tien weken voor de start begint het productieproces in de fabrieken. De eerste zaterdag wordt direct na sluitingstijd begonnen met het leeghalen van de winkel. Om ongeveer negen uur ’s avonds is de winkel leeg en gaan de stellingen en inventaris eruit. In de volle week die de bouwers tot hun beschikking hebben, wordt niet dag en nacht gewerkt. Dat zou een te zware belasting zijn van de teams en ook te veel overlast geven voor de omgeving. Het werk begint meestal om zes uur ’s ochtends en dan wordt er doorgewerkt tot acht uur ’s avonds.

Strikte afspraken

Om alles goed op elkaar aan te laten sluiten, gelden daarbij wel strikte afspraken. “Leveranciers hebben de neiging om wat ze vandaag kunnen doen, alvast te doen. Dat kan dus niet”, zegt Van Groeningen. “Ze moeten bijvoorbeeld om vier uur ’s middags komen. Niet eerder, maar ook niet later. Anders loopt het schema in de war: het kan niet eerder, omdat dan op die plek nog iemand anders bezig is. Die moet er dus ook om vier uur weg zijn.” Op vrijdagavond is het technische werk klaar en hebben de medewerkers tot dinsdag de tijd om de winkel te vullen. Woensdagochtend kan de zaak weer open.

Slimmer

De volgende stap is om voor niet al te ingewikkelde projecten te gaan werken volgens het ‘DWO-concept’: Deze Week Open. Dat wil zeggen, dat een winkel vanaf zaterdag onder handen wordt genomen en de zaterdag daarop weer open gaat. Dat zal niet lukken als er ook nieuwe vloeren moeten worden aangelegd – dat kost nu eenmaal veel tijd -, maar bij andere projecten is het haalbaar, verwacht Van Groeningen. “De stap daar naartoe is niet meer zo groot”, zegt hij. “Door het inruimen voor een deel synchroon te laten verlopen met het verbouwen en nog iets slimmer te werken, kunnen we nog wel een dag of vier winnen.” Daarnaast wil Albert Heijn zijn eigen rol veranderen. Nu treedt ze te veel op als een veredeld soort hoofdaannemer en nemen de betrokken partners nog te weinig initiatief. De bedoeling is dat het concern meer als opdrachtgever gaat opereren en dat de belangrijkste betrokken partijen met elkaar om de tafel gaan zitten om een project te trekken. Dit moet leiden tot creatievere oplossingen. Van Groeningen: “We hebben geleerd dat dit een totaal andere benadering vraagt, waarin procesmatig en vooruitdenken centraal staat. De bedrijven die meedoen en die bereid zijn mee te veranderen, plukken daar ook elders de vruchten van. Doordat ze nu van tevoren nadenken, hoeven ze geen fouten meer te herstellen op de werkplek. Dat leidt automatisch tot meer efficiëntie en dus besparingen.” “Juist omdat het van onderin de organisatie tot in de directiekamer zulke drastische veranderingen vraagt, zijn wij niet bang dat het concept snel navolging zal vinden. Het is niet alleen een kwestie van een beetje sneller of harder werken. Het gaat erom dat je iets radicaal anders doet, oog hebt voor elkaar, daar het belang van inziet en samen de beste en meest efficiënte oplossing kiest. Dat leer je niet in een dag.”

Alles gaat op zijn kop tijdens de restyling van de winkel.

De montage van de stellingen hoeft maar weinig tijd te kosten.

‘Leuk idee, maar vergeet het maar’

‘Deze Week Open volgende stap’

Reageer op dit artikel