nieuws

Huren ten koste van portemonnee huiseigenaar

bouwbreed

Zolang als de Huurprijzenwet voor woonruimte geldt, sinds 1 juli 1979, is het werken ermee een geklungel van jewelste, en even zo vaak is deze wet gewijzigd. Nu weer roept de PvdA onder invloed van de Woonbond dat de maximale huurverhoging van zesenhalf procent van de baan moet. Nieuwe huren mogen slechts vijfenzestig procent van het maximaal toegestane huurniveau bedragen.

Melkert en Duivesteijn bakken ‘m bruin. Het lijkt wel of de verkiezingscampagne voor de nieuwe Tweede Kamer al is begonnen. In drie miljoen huurwoningen huizen heel wat stemmers en die heeft de PvdA graag in huis!

Alle gekheid op ’n stokje, dit kan natuurlijk niet. Het is zelfs de politiek niet toegestaan om verhuurders alle rechten op een fatsoenlijke huurprijs te ontnemen. Ook niet om daardoor huurders via een lagere huur een inkomenssubsidie te verstrekken. Daar komt bij dat het gehele stelsel van berekening van huurprijzen en huurverhogingen aan een grote reorganisatie toe is. Vele instanties studeren daar ook op, in samenwerking met de ambtenaren van het ministerie van Volkshuisvesting. Huurprijzen berekenen op basis van punten, waarbij die punten een bepaald bedrag waard zijn, is volstrekte theorie. Dat heeft niets te maken met rendementen en reele kosten van onderhoud en renovatie van woningen.

Ons Regelland moet eens af van de gedachte dat huurpolitiek synoniem is aan inkomenspolitiek. Woningen zijn gewoon investeringen in onroerend goed en daarop willen investeerders een redelijk rendement. Praten we over sociale verhuurders (ongeveer driekwart van alle huurwoningen), dan kan ik me voorstellen dat de politiek daar een vinger in de pap wil houden om voor hen die het echt nodig hebben woningen met een lagere huur te reserveren, via welk instrument dan ook.

De Woonbond, die slechts tien procent van alle huurders vertegenwoordigt, en waar Duivensteijn vroeger voorzitter was, klaagt dat de huren zo hard gestegen zijn. De Woonbond zwijgt erover dat de ontwikkeling van huurprijzen vele jaren is achtergebleven. Nu nog zijn er huurwoningen met historisch lage huren, waarbij het totaal van erfpachtcanon en Onroerende Zaakbelasting hoger is dan de huurprijs. Er zijn huurders die bijvoorbeeld vijfhonderd gulden huur betalen terwijl de huurwaarde het dubbele en soms het drievoudige bedraagt. Is dat redelijk? Een verandering lijkt mij op z’n plaats.

Bij huurprijzen van woonruimten kan niet alles van een kant komen, die van de verhuurder. Verhuurders zijn immers geen charitatieve instellingen. Het is goed dat het gehele stelsel van berekening van huurprijzen op de helling gaat, maar niet met als enig doel de huren structureel te verlagen. Het doel moet zijn dat een belegger in onroerend goed een marktconform rendement in de vorm van huur ontvangt.

Wil de overheid huurders met lage inkomens in grote en dure woningen laten wonen, dan kan dat alleen met subisidie. Ten koste dus van ons belastinggeld, niet uitsluitend ten koste van de portemonnee van de huiseigenaar. Mooi weer spelen met andermans geld, het jongste voorstel van de PvdA, siert de socialisten niet.

Hans Broeren makelaar en taxateur OG

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels