nieuws

De geheimzinnigste klus van Nederland Aannemer: Ik zeg niets zonder toestemming van de Rijksgebouwendienst

bouwbreed

den haag – Steigers ontsieren momenteel delen van de achterzijde van Paleis Huis ten Bosch. Het woonpaleis van koningin Beatrix in Den Haag krijgt onder meer een nieuwe lik verf als onderdeel van een grondige onderhoudsbeurt. Sinds negentien jaar een klus voor het Haagse aannemingsbedrijf Kozel. “We werken altijd met dezelfde bedrijven”, laat de Rijksgebouwendienst fijntjes weten.

Ing. M.A. Kozel, eigenaar van het gelijknamige Haagse aannemingsbedrijf, voelt eigenlijk weinig voor media-aandacht rond zijn activiteiten op Paleis Huis ten Bosch.

“We hebben als onderneming een verklaring ondertekend dat we over dit soort werken niets naar buiten brengen”, vertelt de aannemer, die tevens voorzitter is van het NVOB afdeling ‘s-Gravenhage.

Zonder toestemming van zijn opdrachtgever, de Rijksgebouwendienst, wil Kozel niet op de technische details van de renovatie ingaan. En die toestemming krijgt hij niet, zo blijkt later op de dag. Dus Kozel houdt zijn mond. “Ik heb geen zin om deze klant kwijt te raken.”

‘Goed werk’

“Aan de andere kant”, voegt hij er nuchter aan toe, “moet je het ook niet overdrijven. In principe maakt het voor onze mensen namelijk helemaal niets uit. Of ze nu werken op het Paleis Huis ten Bosch of in een particulier woonhuis, in beide gevallen moet er goed werk worden geleverd.” Zijn mensen worden wel gescreend voordat ze binnen de hekken van het paleis mogen. “Dat lijkt mij niet meer dan normaal”, zegt Kozel.

De Rijksgebouwendienst is de eigenaar van het woonpaleis. Voor onderhoudswerkzaamheden hanteert de dienst een lijst met vaste bedrijven die voor dergelijke opdrachten in aanmerking komen. “Het gaat altijd om werkzaamheden die vallen onder de richtlijn en die dus niet Europees hoeven te worden aanbesteed”, vertelt P. Spijkerman van de Rijksgebouwendienst. Het antwoord op de vraag hoe je als bedrijf op die lijst kunt komen, moet hij “helaas” schuldig blijven.

Maxima

Twee marechaussees staan aan de achterzijde van het paleis. Ze trekken zich niets aan van de fotograaf en verslaggever die een glimp van de bouwactiviteiten proberen op te vangen. Het is weer eens iets anders dan Maxima Zorreguieta, de nieuwe liefde van onze kroonprins, naar wie dezer dagen rond Huis ten Bosch alle aandacht uitgaat.

Van een flinke afstand toekijken hoe schilders bezig zijn de timpaan van een nieuwe laag verf te voorzien, meer zit er niet in. Immers, W.F.L. van Leeuwen, hoofd pers en publiciteit van de Rijksvoorlichtingsdienst, heeft even daarvoor ons verzoek de renovatiewerkzaamheden van dichtbij te bekijken, resoluut geweigerd. “Het paleis is een prive-onderkomen. Over dit verzoek moet het hof een besluit nemen en dergelijke procedures duren heel lang.”

Van Leeuwen zegt het niet met zoveel woorden, maar het komt er feitelijk op neer dat tegen die tijd Kozel en zijn mannen al lang en breed klaar zijn.

Een oudere man staat eveneens voor het hek. Hij laat in dit deel van het Haagse Bos dagelijks zijn hond uit en werpt bij die gelegenheid altijd even een blik in de richting van het paleis. “Het is een mooi gebouw”, zegt hij, terwijl hij langs de marechaussee tuurt.

Amalia

Het ontwerp van het statige paleis is afkomstig van de architect Pieter Post. De eerste steen van het gebouw werd in 1645 gelegd.

Prinses Amalia, Gravin van Solms en echtgenote van stadhouder Prins Frederik Hendrik van Oranje, wilde het paleis vooral als zomerresidentie gaan gebruiken. Daar is in de praktijk weinig van terechtgekomen. Al in 1647 stierf Frederik Hendrik en veranderde Amalia het paleis van zomerresidentie in mausoleum. Dit ter nagedachtenis aan haar man.

Topmonument

Naast de onderhoudswerkzaamheden buiten het paleis heeft het Koninklijke paar momenteel ook binnen de nodige werklui over de vloer. De Oranjezaal, zeg maar de centrale ruimte van het paleis, wordt gerestaureerd.

Volgens Spijkerman gaat het hier om “een topmonument.” Na de dood van Frederik Hendrik werd deze zaal volledig gewijd aan het leven en werk van de Prins. Dit gebeurde onder leiding van de schilder Jakob van Campen. “Ik heb er een keer mogen kijken en was enorm onder de indruk van de mooie schilderijen die daar hangen. Het is enorm groot”, zegt Spijkerman. Het grootste en meest opvallende doek in de Oranjezaal is het in 1652 voltooide werk van Jakob Jordaens. Het draagt de veelzeggende titel ‘Frederik Hendrik als Triomfator’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels