nieuws

Belastingstelsel eenvoudiger maar ruwer

bouwbreed

Op veel punten een welkome vereenvoudiging. Dat vindt M. Lambooij, als woordvoerder van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs van de voorstellen voor een nieuw belastingstelsel. Maar het nieuwe stelsel is aanzienlijk ruwer en op onderdelen ongenuanceerder dan het bestaande.

De verantwoordelijke bewindslieden en hun ambtelijke staf verdienen een compliment voor de durf waarmee zij een aantal radicale wijzigingen hebben voorgesteld. Lof ook voor de systematiek van het geheel. De wetsvoorstellen missen echter een duidelijke theoretische grondslag. Politiek pragmatisme en de garantie van een stabiele belastingopbrengst blijken de enige leidende beginselen te zijn.

De combinatie van vereenvoudiging en het in toenemende mate werken met forfaitaire regelingen kan vergaande gevolgen hebben voor individuele belastingplichtigen. Ruw is dat de belegger die zijn vermogen als gevolg van geleden verliezen ziet slinken, desondanks belasting moet betalen over forfaitair inkomen. Wie een hoog rendement met beleggingen behaalt, of hoge winsten bij verkoop realiseert, betaalt daarentegen slechts belasting over het veel lagere forfaitaire rendement. Dit zijn maar twee voorbeelden uit vele die duidelijk maken dat het draagkrachtbeginsel is losgelaten.

Positief is dat de scheiding tussen de “boxen” niet heilig is verklaard. Persoonsgebonden aftrekposten, bijvoorbeeld persoonlijke verplichtingen als alimentatie en hoge ziektekosten, kunnen boxoverschrijdend in aftrek worden gebracht.

Tijdsplanning

In grote lijnen is de vernieuwing positief te noemen, maar op een aantal belangrijke punten is forse kritiek mogelijk.

Een eerste punt is de planning. Voor de totale parlementaire behandeling van het wetsontwerp is niet meer dan een half jaar uitgetrokken. De Tweede Kamer wordt geacht voor 2000 tot een eindoordeel te komen; de Eerste Kamer rest slechts enkele maanden om haar traject af te ronden. Dat zijn te korte termijnen voor een principiele discussie over de voorgestelde ingrijpende wijzigingen. Ook maatschappelijke organisaties dienen de gelegenheid te krijgen een gedegen visie op de voorstellen te ontwikkelen en aan het parlement kenbaar te maken.

Aanmerkelijk belang

Met name het iets grotere, vanuit een BV gedreven midden- en kleinbedrijf zal financieel nadeel ondervinden van het feit dat het aanmerkelijk belang als bron van inkomen veel breder is geworden en strikt gescheiden blijft van de andere boxen. Deze nieuwe regeling zorgt ervoor dat straks ook de vermogenswinst op activa die aan de BV ter beschikking worden gesteld belast is. De corresponderende verlaging van het tarief over de jaarlijkse vergoeding die de BV daarvoor betaalt, zal dit nadeel veelal niet compenseren. Ook gaat hierdoor een deel van de overall-vereenvoudigingswinst weer verloren.

Een ander punt van kritiek betreft het voorstel dat verliezen uit aanmerkelijk belang alleen verrekend kunnen worden met winsten uit aanmerkelijk belang. In veel gevallen zal een omvangrijk verlies niet kunnen worden afgezet tegen vroegere of toekomstige aanmerkelijk-belanginkomsten, zodat het aanmerkelijk-belangverlies definitief niet meer kan worden verrekend. Dergelijke verliezen, voor zover afkomstig uit een door de BV gedreven onderneming, zouden conform de huidige regeling door middel van een taxcredit verrekend moeten kunnen worden met inkomsten uit andere boxen.

Een gemiste kans, met name in het licht van de verhoging van het aanmerkelijk-belangtarief tot dertig procent, is dat het nieuwe stelsel niet inflatieneutraal gemaakt is.

Fictief rendement

Een randvoorwaarde voor elk toekomstig belastingstelsel is dat ons systeem aansluit op dat van onze omringende landen. Wat betreft het meest ingrijpende onderdeel van het wetsontwerp – de forfaitaire vermogens-rendements-heffing – is niet duidelijk hoe in het buitenland wordt aangekeken tegen deze unieke manier om het vermogen van particulieren te belasten. Te vrezen valt dat fricties zullen optreden bij toepassing van dit regime in grensoverschrijdende situaties. De uitvoering van de regeling zal vooralsnog tot veel praktische problemen leiden. Een veel groter aantal belastingplichtigen dan onder de huidige regeling zal geconfronteerd worden met waarderingskwesties. Daarnaast zal een ingewikkelde overgangsproblematiek ontstaan. In zoverre zal de schijnbare eenvoud in ieder geval de eerste jaren tot veel discussie aanleiding geven.

Rompslomp

Het is uitermate teleurstellend dat de gedachte van een oudedagsparaplu – een geintegreerd plafond voor oudedagsvoorzieningen – verlaten is. Daarvoor in de plaats is een nogal rigoreuze beperking van de lijfrenteaftrek gekomen. De eerste tranche-aftrek is verdwenen en de inhaal van tekorten uit het verleden is maar op zeer beperkte wijze mogelijk.

Strijdig met de vereenvoudiging is dat vier tariefschijven worden voorgesteld. Daarmee gaat een van de belangrijkste winstpunten van de Oort-hervorming definitief verloren.

Een misser is dat in de nieuwe wetgeving niet gekozen is voor een loonbegrip voor de loonbelasting en de werknemerspremies. Daarmee had veel bestaande administratieve rompslomp kunnen worden opgeruimd.

Machiel Lambooij is voorzitter Commissie Wetsvoorstellen van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs

‘Financieel nadeel voor BV’s’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels