nieuws

VNG: Voorkeursrecht heeft averechts effect Signaal voor sluiten overeenkomsten voor grondverkoop

bouwbreed

den haag – Aankondigingen van gemeenten dat de Wet voorkeursrecht van toepassing is voor gebieden waar op termijn woningbouw plaatsvindt, lijken steeds meer averechts te werken. Ze zijn bedoeld als waarschuwing aan grondeigenaren, dat niet meer zomaar met percelen land kan worden gehandeld. In toenemende mate lijken ze echter te worden opgevat als een soort advertentie, het signaal voor grondeigenaren en projectontwikkelaars dat geld kan worden verdiend als tijdig overeenkomsten worden gesloten om de wet te ontduiken.

Tot die conclusie komt senior- adviseur ruimtelijke ordening Van Rijckevorsel van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Hij is er overigens op basis van jurisprudentie van overtuigd dat nagenoeg alle samenwerkingsovereenkomsten met succes juridisch kunnen worden aangevochten. “Tot nu toe ben ik alleen overeenkomsten tegengekomen waarbij sprake was van verkoop van de grond aan een projectontwikkelaar. Dat gebeurde dan onder het mom van een samenwerkingsovereenkomst. Maar in geen van de gevallen nam de eigenaar zelf risico’s en deed de eigenaar zelf mee aan de ontwikkeling. Alleen als dat laatste het geval is, kan onder de Wet voorkeursrecht worden uitgekomen en is het niet verplicht de grond eerst te koop aan te bieden aan de gemeente.”

De Utrechtse wethouder voor ruimtelijke ordening Rijckenberg, die een procedure bij de rechtbank heeft verloren over een perceel grond op de Vinex-locatie Leidsche Rijn, vreest de gevolgen als de VNG-deskundige ongelijk krijgt. In een artikel op de opiniepagina van deze krant schrijft ze dat het bouwproces trager zal verlopen, de huizen duurder zullen worden en wijken er armetieriger zullen uitzien als tal van commerciele partijen zelf de dienst kunnen uitmaken op de grote woningbouwlocaties. “Dingen die geld kosten, worden dan uit de plannen geschrapt en dingen die geld opleveren komen er juist in.”

Grip houden

Rijckenberg heeft de Wet voorkeursrecht in het geval van Leidsche Rijn gebruikt om grip te kunnen houden op het bouwproces en dus op de kwaliteit van de woningbouw. Ze wil de grote nieuwbouwlocatie (30.000 huizen) realiseren in overleg met een beperkt aantal partijen.

Grondeigenaar De Bruijn fietst daar met zijn overeenkomst met projectontwikkelaar Oostveen dwars doorheen. Hun plan voorziet erin dat zelf woningen worden ontwikkeld, binnen de bepalingen van het bestemmingsplan. Als overeenkomsten zoals in Leidsche Rijn ook in hoogste instantie door de rechter worden getolereerd, moet de gemeente met veel meer partijen om tafel en volgt dus eindeloos overleg en afstemmen. Utrecht moet nog zo’n 350 hectare grond aankopen, die is verdeeld over 250 eigenaren.

Senior-adviseur Van Rijckevorsel van de VNG gaat er echter op grond van een recente uitspraak van de Hoge Raad van uit dat ook de gemeente Utrecht uiteindelijk het hoger beroep zal winnen. “Ook hier is geen sprake van echte samenwerking tussen de grondeigenaar en de projectontwikkelaar”, oordeelt Van Rijckevorsel. “De grond wordt weliswaar niet direct verkocht, maar die juridische overdracht vindt wel plaats als het bouwproject is gerealiseerd. De eigenaar loopt geen risico, maar vangt gewoon een van tevoren gegarandeerd bedrag voor de grond. Eigenlijk is er dus gewoon sprake van een vermomde koopovereenkomst, terwijl de Wet voorkeursrecht dat verbiedt.”

Op pagina 2: Minister moet Wet voorkeursrecht gemeenten repareren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels