nieuws

Minister moet Wet voorkeursrecht gemeenten repareren

bouwbreed

De huizen in Leidsche Rijn en in alle grote bouwlocaties in Nederland worden veel later opgeleverd, ze worden duurder en de inrichting van de wijken wordt armoediger. Volgens Annemiek Rijckenberg zal dat onherroepelijk het gevolg – zijn als een uitspraak van de Utrechtse rechtbank van 21 juli in stand blijft.

De gemeente Utrecht spande in april 1998 de zaak aan om te voorkomen dat een grondeigenaar in het uitbreidingsgebied Leidsche Rijn onder de Wet voorkeursrecht gemeenten uit zou kruipen.

Die wet verplicht grondeigenaren in bepaalde gebieden hun grond, als ze besloten hebben tot verkoop over te gaan, eerst aan de gemeente te koop aan te bieden alvorens ermee de vrije markt op te mogen. De gemeente betaalt marktconforme prijzen en biedt de grondeigenaren volledige schadeloosstelling voor bedrijfsbeeindiging of verplaatsing.

De Utrechtse rechtbank stelde de gemeente in het ongelijk en oordeelde dat er in dit geval sprake was van zelfrealisatie. De eigenaar hoeft zijn grond niet eerst aan de gemeente aan te bieden. Hij beriep zich erop de geplande bouw zelf te willen realiseren, een mogelijkheid die in de Wet voorkeursrecht expliciet genoemd staat.

Dat de grondeigenaar helemaal niet zelf realiseert maar een projectontwikkelaar de zaak laat uitvoeren en pas aan het eind van de klus de grond juridisch overdraagt aan de ontwikkelaar, is voor de Utrechtse rechter niet van belang geweest.

Dat is vreemd. Zeker als je bedenkt dat drie weken eerder een rechtbank in Roermond in eenzelfde zaak, aangekaart door de gemeente Venray, precies het tegenovergestelde oordeelde. Daar heeft de rechter de grondeigenaar wel alsnog verplicht de grond aan te bieden aan de gemeente. De Roermondse rechter doorzag een juridische constructie van zelfrealisatie, die de grondeigenaar met een projectontwikkelaar had opgezet en stelde de gemeente in het gelijk..

Door de jongste uitspraak van de Utrechtse kantonrechter krijgen met name de kwaliteit en de planning in grote nieuwbouwlocaties het zwaar te verduren.

De uitspraak maakt de weg vrij voor geweldige prijsopdrijving van de grond. Gemeenten raken bovendien de regie op het bouwen en inrichten van nieuwe wijken kwijt. Gevolg: de bouw van huizen en de inrichting van het openbaar gebied zijn veel meer onderhevig aan louter commerciele toetsing – wat kost het en wat brengt het op – dan aan toetsing op leefbaarheid en kwaliteit. En ik kan de uitkomst van louter commerciele toetsing wel enigszins voorspellen: wat geld kost gaat eruit, wat geld opbrengt komt erin.

En de minister en de staatssecretaris maar roepen dat we kwaliteit moeten bouwen.

Met de nu voorliggende uitspraak lopen we de kans dat we straks om tafel moeten zitten met honderden kleine grondeigenaren (Utrecht moet in Leidsche Rijn nog plusminus 350 hectare aankopen en die is verdeeld over maar liefst 250 grondeigenaren). Nu hebben we te maken met een beperkt aantal grote realisatoren.

Probeert u zich eens voor te stellen wat een onvoorstelbaar ingewikkelde planningspuzzel het wordt als we elk deelplan in Leidsche Rijn – een deelplan bevat gemiddeld zo’n honderd huizen – moeten uitvoeren met drie of vier realisatoren, drie of vier architecten en drie of vier bouwbedrijven. Alleen al door de ingewikkelde planning zou er een enorme vertraging optreden. Ik zie het al voor me: delen van een bouwterrein blijven braak liggen, omdat de onderhandelingen met de eigenaar over de exploitatie en met bouwer en architect over het ontwerp nog niet zijn afgerond. Dat levert gigantische vertragingen op.

Utrecht tekent natuurlijk hoger beroep aan. Als het moet gaan we door tot aan de Hoge Raad. We hopen natuurlijk dat dat niet noodzakelijk zal zijn.

Minister Pronk heeft onlangs nog betoogd niet eerder dan in 2001 de Wet voorkeursrecht aan herziening te willen onderwerpen. Voor Utrecht – en naar ik meen ook voor andere Vinex-locaties – is dat in ieder geval te laat.

Het Rijk vraagt van de Vinex-gemeenten grote bouwprestaties in krappe planningen en met een hoge kwaliteit. Dan moet het Rijk ons ook de instrumenten leveren die daarbij horen. En een van die instrumenten is in ieder geval een waterdichte Wet Voorkeursrecht Gemeenten waaruit niet door allerlei gaten tijd en geld weglekken.

Annemiek Rijckenberg is wethouder van de gemeente Utrecht

‘Wat geld kost gaat eruit, wat geld opbrengt komt erin’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels