nieuws

Handelaar frustreert plan Leidsche Rijn W. Oostveen beschikt over tientallen hectaren grond

bouwbreed

utrecht – Onroerendgoedhandelaar W. Oostveen drijft een wig tussen de plannen van de gemeente Utrecht voor de ontwikkeling van Vinex-locatie Leidsche Rijn. Hij kan beschikken over 20 tot 30 hectare van het grondgebied en wil daarop enkele honderden woningen laten bouwen. De gemeente wil echter geen zaken doen met Oostveen. Zij beschouwt hem als een lastige speculant.

Utrecht is in het nauw gedreven. Een poging om op basis van de wet voorkeursrecht gemeenten een klein perceel grond te onteigenen is gestrand op een uitspraak van de Utrechtse rechtbank. Eigenaar De Bruijn heeft een overeenkomst met Oostveen. Samen willen ze – conform het stedenbouwkundig plan – op het perceel achttien eengezinswoningen laten bouwen, die per stuk 500.000 gulden moeten gaan kosten. Oostveen wordt na de bouw juridisch eigenaar van de grond en verkoopt die vervolgens met winst door aan de kopers van de woningen.

Formaliteit

Hoewel de gemeente in hoger beroep gaat, zet Oostveen de plannen door. Hij verklaarde gisteren over vier weken met de bouw te willen beginnen. De bouwvergunning, die volgens hem niet kan worden geweigerd, zou nog slechts een formaliteit zijn. “De welstandscommissie verlangt slechts op details aanpassing”, zegt hij.

De Utrechtse onroerendgoedhandelaar heeft zaken gedaan met De Bruijn, toen deze grondeigenaar het niet eens kon worden met de gemeente. Oostveen: “Aanvankelijk zou hij 50 gulden per vierkante meter krijgen. Dat bedrag werd vanwege verontreiniging verlaagd tot 10 gulden. Na lang overleg werd vervolgens 20 gulden beloofd, maar uiteindelijk wilde de gemeente slechts 13 gulden betalen. In plaats van 3,5 ton zou De Bruijn slechts zo’n 90.000 gulden krijgen. Ik heb hem ruim drie ton geboden”.

Meebetalen

Volgens Oostveen biedt de wet ruimte zelf plannen te ontwikkelen. “Voorwaarde is dat we ons aan het bestemmingsplan of de randvoorwaarden voor de bouw houden, willen meebetalen aan infrastructuur, de bodemsanering willen betalen en ons willen houden aan de regie van de gemeente. Aan al die voorwaarden willen we voldoen. We hebben al een jaar geleden de gemeente aangeboden te overleggen. We waren zelfs bereid het plan te realiseren dat de gemeente hier voor ogen had. Maar de gemeente wilde niet met ons in zee gaan.”

Bouwfonds

Utrecht had het perceel grond in deelplan Langerak-2 toebedeeld aan de projectontwikkelingscombinatie Bouwfonds/Fortis. Dat is een van de grote partijen waarmee de gemeente in Leidsche Rijn zaken wil doen. Verantwoordelijk wethouder Rijckenberg denkt dat een beperkt aantal ontwikkelaars het overleg, en dus de kwaliteit van de woningen, ten goede komt. Zij vreest een situatie waarin moet worden onderhandeld met tal van kleine partijen.

Lastige speler

Aan Oostveen heeft Rijckenberg echter een lastige speler, die niet wenst te wijken. De Utrechtse zakenman kocht al jaren geleden zelf grond in Leidsche Rijn en sloot overeenkomsten met andere eigenaren om te kunnen verdienen aan de ontwikkeling van de grootste Vinex-locatie van Nederland. Voor een perceel sloot hij de overeenkomst een dag voordat de gemeente aankondigde dat de Wet voorkeur gemeenten van toepassing was.

Nu de strijd om het kleine lapje grond in Langerak voor de gemeente in eerste instantie verloren is, dreigt nog meer verlies. Oostveen is immers vast van plan ook de overige gronden waarover hij kan beschikken in eigen beheer te laten ontwikkelen als geen overeenstemming met de gemeente kan worden bereikt.

Hij realiseert zich dat daaraan een lange strijd vooraf kan gaan, maar zegt in staat te zijn het enkele jaren uit te kunnen zingen en renteverlies voor lief te nemen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels