nieuws

Dure olie bedreiging voor marges bouw Prof. Buur: Gevolgen vooral merkbaar voor wegenbouw en dakdekkers

bouwbreed

amsterdam – De hoge olieprijs kan economische consequenties hebben voor de bouwnijverheid en haar opdrachtgevers. De productiekosten gaan omhoog, nu voor een vat ruwe olie meer dan 20 dollar moet worden neergeteld. Gedurende twintig maanden is de olieprijs niet zo hoog geweest. Lange tijd hoefde per vat slechts een prijs van rond de 15 dollar te worden betaald.

Prof. drs. A.P. Buur, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB), vindt het nog te vroeg om dramatisch te doen.

Wel signaleert hij dat een aanhoudend hoge olieprijs zal leiden tot lagere marges bij de bouwbedrijven. Als gevolg daarvan kunnen aanneemsommen omhoog gaan en kan dus de bouw duurder worden. Vooral wegenbouwers en dakdekkers, die met van olie afgeleide bitumen werken, hebben hogere kosten.

“Van deskundigen heb ik begrepen dat de prijs nu zo hoog is omdat de olieproducerende landen er in zijn geslaagd goede productieafspraken te maken en die ook effectief door te voeren. Dat kan een indicatie zijn dat de prijs van ruim 20 dollar per vat – of wellicht nog hoger – langdurig zal standhouden. Maar het hoeft niet. Want voor hetzelfde geld komt er weer eens onenigheid tussen die landen, waardoor de prijs weer daalt. Het is wat dat betreft afwachten”, aldus Buur.

Transportkosten

Uit onderzoekscijfers van het EIB blijkt dat ongeveer 3,5 procent van alle uitgaven die de bouw doet, naar olie of olieproducten gaat. Nog eens zo’n zeven procent houdt direct verband met olie. Het gaat onder meer om uitgaven voor kunststoffen en verf. Daarin zijn niet meegenomen de hogere kosten voor allerlei grondstoffen. Ook de transportkosten zijn dan nog buiten beschouwing gelaten. Die wegen volgens Buur zwaar in de bouw.

Voor de wegenbouw en de dakdekkersbranche ligt het percentage veel hoger. Voor de bouw in het algemeen geldt echter volgens de directeur van het EIB dat olieproducten slechts een geringe component vormen.

Hij gaat er dan ook niet vanuit dat marges gigantisch zullen dalen en dus prijzen fors omhoog kunnen gaan. “Een en ander hangt ook af van de afspraken die zijn gemaakt met opdrachtgevers en leveranciers. Het is mogelijk dat meer partijen een deel van het verlies nemen. Dan hoeft het zelfs helemaal niet zo te zijn dat aanneemsommen omhoog gaan. Partijen nemen dan genoegen met geringere marges”. Voor de prijs van bijvoorbeeld woningen verwacht Buur in elk geval geen drastische gevolgen. “Ik ken de cijfers niet nauwkeurig,maar stel dat 15 procent van de bouwsom wordt bepaald door materialen waarvoor olie nodig is. Een olieprijsstijging van 10 procent zou er dan toe leiden dat de prijs van het huis met 1,5 procent stijgt. Dat is in geen verhouding met de effecten van een rentestijging. Gaat de rente met een procent omhoog, dan nemen de kosten van een koper met 16 tot 17 procent toe”.

Koren

Een feit is volgens Buur wel dat een hoge olieprijs gevolgen heeft voor de economie.

“Het is een van de factoren die inflatie kunnen veroorzaken. Hogere productiekosten kunnen leiden tot hogere prijzen. Als de economie minder stabiel wordt kan ook de rente omhoog gaan. Voor minister Zalm van Financien is dat een punt van zorg. Maar er zit ook een andere kant aan de hoge olieprijs. Ongetwijfeld kan Zalm staks bekend maken dat hij een meevaller heeft, omdat de prijs van aardgas aan die van olie is gekoppeld. Zijn koren staat dus te bloeien”.

“En”, stelt Buur tenslotte, “ook niet voor alle sectoren is een hoge olieprijs slecht. De offshore-industrie is er juist bij gebaat. Allerlei olievelden die nu onrendabel zijn kunnen dan worden ontgonnen”.

Prof. A. Buur: “Olie geringe component in de bouw”. Foto: Dijkstra

De olieraffinaderij van Shell in Pernis. Foto: Hollandsche Hoogte

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels