nieuws

Duitse fiscus blijft gewoon voorheffen Federale minister sprak deze week voor zijn beurt

bouwbreed

den haag/kleve – De deze week afgekondigde afschaffing met terugwerkende kracht van de omstreden Duitse voorheffing heeft buitenlandse ondernemers voornamelijk in verwarring gebracht. Duidelijk is geworden dat nog geen enkele zekerheid bestaat dat de regeling ook inderdaad verdwijnt. De federale overheid in Berlijn is weliswaar voor intrekking maar de deelstaten nemen elk afzonderlijk de uiteindelijke beslissing en hebben nog geen standpunt ingenomen.

Het bondsdepartement van Financien laat weten dat de aankondiging van minister Eichel ‘ongelukkig is geformuleerd en zeker zo ongelukkig is opgevat in het buitenland’. De bondsminister zal nadenken over ‘een nieuwe belastingmaatregel die aan de Europese normen voldoet’.

Mr. P. Strick van het gelijknamige advocatenkantoor uit het Duitse Kleve merkt op dat de bondsminister van Financien ‘alleen een voorstel deed om de voorheffing met terugwerkende kracht tot 1 april op te heffen’. Eichel kan dat niet alleen. Zijn deelstaatcollega’s moeten eveneens willen.

In het Duitse systeem zijn de deelstaten autonoom. De bewindslieden kunnen zonder meer besluiten door te gaan met voorheffen. Strick noemt dat ‘alleszins te verwachten’ omdat de deelstaten een deel van de ingehouden 25 procent incasseren. Daar komt bij dat een minister geen wet kan veranderen.

De bondsrepubliek verkeert nu in de situatie dat de wet inhouding en afdracht van 25 procent van de bruto-aanneemsom voorschrijft en de betrokken bondsminister voorstelt die verplichting niet uit te voeren.

Belastingdiensten

Eichel besprak, zo is nu gebleken, zijn voorstel niet vooraf met zijn deelstaatcollega’s. Die moesten het standpunt tot hun ergernis uit de media vernemen. De belastingdiensten, voor zover al op de hoogte van de regeling, besloten naar aanleiding van de mededeling geen vrijstellingen meer te verlenen.

De Duitse fiscus doet volgens Strick vooralsnog geen enkele mededeling over de komende gang van zaken. Daardoor bestaat ook geen duidelijkheid over het terugstorten van de inhoudingen.

De Duitse fiscus dient volgens ir. I. Schunselaar van de stichting Nederland-Duitse Bouwexport (Nedubex) in Amsterdam in beginsel per omgaande de ingehouden voorheffingen terug te betalen.

Het blijft ook een vraag of de ondernemers rente vergoed krijgen over hun afdracht. Waarschijnlijk niet want vergoeding was ook voor de afschaffing van de regeling niet mogelijk. Het feit dat de voorheffing welbeschouwd onterecht was verandert daar naar verwacht niets aan. Schunselaar gaat er vanuit dat de heffing door een voorgenomen wetswijziging op termijn verdwijnt.

De Nedubex vroeg de Directie Internationale Fiscale Zaken van het Nederlandse ministerie van Financien spoedig duidelijkheid te verschaffen over de huidige situatie.

Strick verwacht dat Duitsland de voorheffing omwerkt tot een beter te hanteren regeling die tot inhouding van bijvoorbeeld 10 of 15 procent verplicht. Ongeacht de uitkomst zullen alle bedrijven die op de een of andere manier bij een bouwwerk zijn betrokken in het middelpunt van de belangstelling van de fiscus staan. De ondernemingen in deze sector zijn anders dan bijvoorbeeld transporteurs gemakkelijk te traceren.

Het vermoeden bestaat dat Duitsland strenger dan voorheen nagaat of bedrijven die in de bondsrepubliek werken ook daadwerkelijk vennootschaps- en loonbelasting moeten betalen.

Duitsland toonde naar Stricks mening met de voorheffing aan, dat het de rechten die het belastingverdrag aan de bondsrepubliek toekent ten volle zal benutten. De regeling zou in de berekening van de fiscus 180 miljoen mark opleveren.

Op pagina 2: Duitse bouw eist rechtszekerheid.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels