nieuws

Wim Quist met het Drinkwaterproduktiebedrijf in Berenplaat (1959-1965)

bouwbreed

Voorbij de polders ten zuidwesten van Rotterdam, in de oksel van de Oude Maas en het Spui, ligt een verstild gebouwencomplex met een enorme dramatische lading. Elk gebouw bevat een specifieke functie van het proces van waterzuivering en -opslag en elk gebouw is een nieuwe uitwerking van een gezamenlijk thema: de dialoog tussen een zware, expressieve draagconstructie en een neutrale invulling van repeterende elementen of grote glasvlakken.

De gebouwen staan als solitaire objecten in een landschap van strak geschoren grasvelden en vlakke lanen. In de gebouwen doen glimmend gepoetste machines op uitgestrekte, kaarsrecht getegelde vloeren hun werk. Bomen of mensen zijn er amper te bekennen. Het is de perfecte locatie voor een aflevering van de tv-serie De Wrekers: Emma Peel, opgejaagd door een onzichtbare vijand voortsnellend tussen de gigantische betonnen dragers van het filtergebouw, John Steed, met ironische glimlach en opgetrokken wenkbrauwen de merkwaardige sculptuur van het ijzersulfaatgebouw bestuderend.

Het is bijna onvoorstelbaar dat Wim Quist (1930) dit complex ontwerpt aan het begin van zijn loopbaan. De ‘Sfinx van de Nederlandse architectuur’ zet direct hoog in en zal – zelf een strenger bewaker van de kwaliteit van zijn werk dan wie ook – in een reeks opmerkelijke gebouwen telkens opnieuw op zoek gaan naar de essentiele vorm die in de opgave ligt besloten. Met onder meer drinkwatercomplexen aan de Brienenoord en in de Biesbosch, de uitbreiding van Museum Kroller-Muller, het Museon in Den Haag en het kantoorgebouw de Willemswerf in Rotterdam, bouwt hij een faam op die even onaantastbaar lijkt als zijn gebouwen.

Zijn belangrijkste wapens zijn uitstel, twijfel en beperking. ‘Het is samen (in gesprek met de opdrachtgever) zoeken naar de essentie. Niet in een te vroeg stadium schetsen op tafel leggen. Je moet dat slopende proces van aftasten doormaken. En dat resulteert dan in die houding van beperking, van zo krachtig mogelijk ordenen van de dingen, het wegsnijden van overtolligheden. Geen gepriegel, geen flauwekul. Tot op het bot toe afknagen! – In de twijfel ligt het idee. Ik kan gebouwen van me opnoemen waarvan ik zeg: je bent onvoldoende bezig geweest met de opgave, je hebt te kort getwijfeld. Resultaat: onvoldragenheid, oppervlakkigheid. Op de Berenplaat vind ik het hoofdgebouw, het hogedruk-pompstation en het doseringsgebouw niet goed. Ze ontberen de directheid en overtuiging die andere gebouwen daar kenmerken. Dat het complex als mijn ‘meesterwerk’ wordt beschouwd vind ik dan ook volkomen misplaatst.’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels