nieuws

Verband tussen werk en pensioen moet losser

bouwbreed

De band tussen de concrete arbeidsovereenkomst en de opbouw van pensioenrechten moet losser. Dat kan door werkgevers te verplichten binnen een lidstaat, regio of bedrijfstak pensioenvoorzieningen te treffen voor alle werknemers. De opbouw kan ook door individuele pensioenverzekeringen worden gekoppeld aan de persoon van de werknemer. De scheiding tussen arbeidsverhouding en opbouw van aanvullende pensioenrechten verbetert de positie van mobiele en migrerende werknemers.

De politiek kan vooralsnog weinig maatregelen treffen om met een samenhangende regeling de aanvullende pensioenrechten van migrerende werknemers te beschermen. In ‘Europese coordinatie van aanvullende pensioenen’ (*) schrijft M. Wienk de oorzaak toe aan de onderlinge verschillen in de nationale pensioenstelsels. Het gaat dan vooral om de bescherming van pensioenrechten na afloop van de arbeidsovereenkomst.

(Inter)nationale mobiliteit bemoeilijkt de opbouw van aanvullend pensioen. De bijbehorende stelsels zijn versnipperd en niet alle werknemers vallen onder een aanvullende pensioenregeling. Bescherming van opgebouwde rechten tegen waardeverlies is niet altijd gewaarborgd. Verbeteringen zijn vrijwel alleen mogelijk met wijzigingen van de nationale wetgeving.

De verdeling van bevoegdheden van de lidstaten en de Europese gemeenschap is evenwel niet eenduidig. Vast staat wel dat de gemeenschap bevoegdheden heeft om aanvullende pensioenvoorzieningen te coordineren en mogelijk zelfs te harmoniseren.

Constructies

De inrichting van het aanvullende pensioenstelsel valt echter onder de verantwoording van de lidstaten en de sociale partners. Die voelen momenteel weinig voor inmenging in hun aangelegenheden. Om die reden valt niet te rekenen met snelle wijzigingen. De betrokkenen moeten echter nu reeds overleg voeren en informatie uitwisselen, ook al wordt het resultaat ervan pas op lange(re) termijn zichtbaar.

Coordinatie kan internationale problemen oplossen. Dat vergt constructies voor behoud van opgebouwde pensioenrechten in de regeling van de vorige werkgever, overdracht van opgebouwde pensioenrechten naar de regeling van de volgende werkgever of individuele, danwel bedrijfstakgebonden of nationale verzekeringen. Gedetacheerden kunnen de deelname aan de pensioenvoorziening voortzetten in de periode dat ze in een andere lidstaat werken. Migrerende werknemers zouden zelf een keuze moeten maken.

De huidige richtlijn inzake de bescherming van pensioenrechten schrijft gelijke behandeling voor van migrerende werknemers en werknemers die binnen een lidstaat van werkgever veranderen.

Deze plicht voegt feitelijk niets toe aan de eerdere verplichtingen van lidstaten en werkgevers. Als gevolg daarvan kunnen lidstaten nog steeds lange wachttijden opleggen en zijn niet verplicht regels in te voeren voor de berekening en indexering van pensioenrechten. Internationale overdracht van pensioenen is vooralsnog onmogelijk. Welbeschouwd is dat een ongerechtvaardigde belemmering van het vrije verkeer van werknemers en diensten.

Druk

De Europese lidstaten willen dat werkgevers en werknemers meer werk maken van het pensioen. Op die manier hopen de lidstaten de inmiddels aanzienlijke druk op de wettelijke sociale verzekeringen te verminderen. Naarmate aanvullende pensioenvoorzieningen in belang toenemen, zal de politieke en sociale druk toenemen om de positie van werknemers binnen deze regelingen waar nodig te versterken.

Maatregelen zijn temeer nodig, omdat regelingen voor aanvullend pensioen snel verouderen door de toenemende flexibilisering van arbeidsverhoudingen. Dat treft vooral stelsels die van eindloonachtige pensioenen uitgaan.

(*) Mr. M. Wienk schreef ‘Europese coordinatie van aanvullende pensioenen’ voor de Katholieke Universiteit Brabant.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels