nieuws

Schilders kunnen zich spiegelen aan de bouw

bouwbreed

De schilderbedrijfstak kent, anders dan in de bouw, geen echte een stakingstraditie. In 1991 werd de eerste en tot voor kort enige staking genoteerd: 3700 schilders legden in totaal drie dagen het werk neer.

En dat was dat. Tot eergisteren, toen na het verlopen van een ultimatum de bouwbonden van FNV en CNV de tweede na-oorlogse staking uitriepen.

Werkgevers, verenigd in de Koninklijke Vereniging FOSAG, hebben dan ook nauwelijks ervaring met ultimatums van vakbonden. En dat is aan hun reactie erop ook wel te merken.

Ze zijn er zonder meer van uitgegaan dat alles wat in dat ultimatum als eis is genoemd, ook bij voorbaat moet worden geslikt alvorens naar de bonden te reageren. Dat is maar betrekkelijk waar. Een ultimatum is ook bedoeld om een gestrand overleg weer vlot te trekken.

De werkgevers hadden best eens te raden kunnen gaan bij hun collega’s in de bouwnijverheid. Die weten met flair met zo’n ultimatum om te gaan. Zoals dit jaar nog bleek. De werkgevers zagen kans om na het aflopen van het ultimatum , maar nog voor de eerste staker kon worden ingeschreven, in het weekend tot overeenstemming te komen. Daarmee de vakbonden met tweeslachtige gevoelens achterlatend: blij met een akkoord, verbitterd over de hoge kosten van voorbereiding, die achteraf niet nodig bleken.

Soms werd het overleg alleen uit tactische overwegingen hervat om tijd te winnen en nog even de handen vrij te houden.

En de schilders maakten al evenmin gebruik van het in de bouw gebruikelijke informele overleg tussen voorzitters. Naar verluidt, omdat die voorzitters van partijen elkaar persoonlijk niet liggen. Maar ook bij zo’n probleem kan men leren van de bouwers. Die verwisselden halverwege zo’n arbeidsconflict gewoon een deel van de onderhandelingsdelegatie. En ook dat bleek te helpen.

Gerrit van Oosten

Redacteur Cobouw

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels